Cultuur & boekenAnalyse

Graphic novel: oude literatuur in een nieuwe jas

Literaire romans in stripvorm hebben in veertig jaar tijd hun bestaansrecht bewezen. Ze helpen om de wereld van klassiekers (opnieuw) te ontdekken.

Foto van een muurschildering waarop een jongen te zien is die met zijn armen zwaaiend over een brug in een stad loopt. Enkele omstanders kijken hem na.
Muurschildering van een afbeelding uit Dick Matena’s versie van ”Kees de jongen” op een pand in Amsterdam. beeld Wikimedia

Kees Bakels droomde ervan om later, als hij groot zou zijn, rijk en beroemd te worden. Met de ”zwembadpas” die jongens uit zijn klas op de gymnastiekvereniging leerden, kon hij alvast indruk maken op zijn omgeving. „Als je ’s goed opschieten wou; moest je voorover gaan lopen, net of je telkens viel, en dan maar met je armen zwaaien, heen en weer.” Het leverde hem –in elk geval op papier– genoeg aandacht op van passanten, die hem nakeken als hij wild zwaaiend met zijn armen door de straten snelde.

De verstripte versie van de oorspronkelijke roman maakt de leefwereld van Kees Bakels zichtbaar

Boekomslag met illustratie van een jongen die zwaaiend met zijn armen over een brug in een stad loopt. Omstanders kijken verbaasd naar hem. Op de achtergrond grachtenpanden.

Anno 2025, bijna een eeuw nadat de roman ”Kees de jongen” van Theo Thijssen het licht zag, geniet Kees ook bekendheid in de echte wereld. Sinds eind september siert zelfs een tekening van de jongen in zwembadpas een muur in hartje Jordaan. De tekening is afkomstig uit de beeldroman die striptekenaar Dick Matena in 2012 van het verhaal maakte. Die verstripte versie van de oorspronkelijke roman maakt de leefwereld van Kees Bakels echt zichtbaar.

Beeldromans –graphic novels in jargon– zijn een blijvertje. In pakweg veertig jaar groeide het concept van getekende romans uit van een veredeld stripverhaal tot een breed geaccepteerd literair genre. De visuele verhalen –vaak met complexe thema’s, goed uitgewerkte verhaallijnen en personages met diepgang– vallen in de prijzen en hebben een trouw lezerspubliek.

Bartje

Graphic novels zijn er in soorten en maten, maar verstripte literaire romans vormen een genre op zich. Uitgevers kiezen er namelijk regelmatig voor om een klassieke roman opnieuw uit te geven in getekende vorm. Zo verscheen rond de zomer een graphic novel van Bartje, de beroemde arbeidersjongen –„Ik bid nie veur brune bonen!”– uit Drenthe. En stripkunstenaar Ivan Petrus Adriaenssens bracht het zware arbeidersleven uit Stijn Streuvels’ ”Het leven en de dood in de ast” in beeld. Daardoor kunnen lezers sinds september op een heel nieuwe manier de klassieke roman uit 1926 lezen.

Gekleurde strippagina waarop een blonde jongen is te zien die in gesprek is met een oudere man met pet.
Pagina uit de graphic novel ”Bartje”, van illustrator Anco Dijkman. beeld uitgeverij Personalia
Boekomslag met illustratie van een jongen met blond haar die op een stoel zit en een beetje boos kijkt.

Het zijn niet de enige klassiekers in een nieuw jasje. In de achterliggende jaren verschenen bijvoorbeeld al beeldromans van ”Max Havelaar” en van ”Het Achterhuis”. Ook ”De aanslag” van Harry Mulisch werd uitgebracht als beeldroman. Nederlandse uitgevers volgen daarmee het voorbeeld van hun buitenlandse collega’s. Die lieten in de afgelopen jaren tal van buitenlandse bestsellers –van William Goldings ”Heer der vliegen” en George Orwells ”1984” tot Aldous Huxleys ”Heerlijke nieuwe wereld” – uitbrengen als graphic novel.

Concurrentie

De verstripping biedt kansen voor bekende romans. Die bouwden in de achterliggende decennia weliswaar een reputatie op als klassieker, maar moeten anno 2025 concurreren met tv, games en sociale media. Tel daarbij op dat er jaarlijks wereldwijd naar schatting zo’n half miljoen tot een miljoen nieuwe boeken verschijnen en het is duidelijk dat ook wereldberoemde verhalen geduchte concurrentie hebben. Een nieuwe vertelvorm kan ervoor zorgen dat de gevierde romans niet ondersneeuwen en ze interessant maken voor een nieuw lezerspubliek.

Boekomslag met illustratie van een meisje met donker haar. Ze zit aan een tafel en heeft een pen in de hand. Op de tafel ligt een dagboek. Achter haar staan volwassenen die wat angstig naar haar kijken.

Niet elke verstripte roman vertelt het oorspronkelijke verhaal in zijn geheel

Toegegeven, niet elke verstripte roman vertelt het oorspronkelijke verhaal in zijn geheel. Vaak kiezen auteurs en illustrators voor een ”adaptatie”. In zo’n aangepaste versie veroorloven de samenstellers zich dichterlijke vrijheden – vaak vanwege de hoge ontwikkelingskosten van een graphic novel of om het originele verhaal zo goed mogelijk in beeld te brengen. ”Bartje, de graphic novel” telt daardoor nog maar 104 pagina’s in plaats van de 320 pagina’s in de roman van Anne de Vries. Het verhaal is dus een stuk compacter, al gaat dat zeker niet ten koste van de nauwkeurigheid en waarheidsgetrouwheid. Illustraties hebben immers als voordeel dat ze veel in beeld kunnen brengen. Dat biedt illustrators de mogelijkheid om hele scènes in een enkele tekening te vangen.

Donkere stippagina waarop mannen te zien zijn die droogoven voor cichoreiwortels met harken aan het werk zijn.
**Pagina uit de graphic novel ”Het leven en de dood in de ast” van illustrator Ivan Petrus Adriaenssens. beeld Terra Lannoo**

Complete tekst

Dick Matena gooide het met zijn graphic novel van ”Kees de jongen” over een andere boeg. De striptekenaar vertelt het verhaal van a tot z en maakte bij vrijwel iedere zin uit Theo Thijssens boek een illustratie. Het leverde een lijvige beeldroman op, die leunt op tekst en illustraties. Dat heeft risico’s, want door de combinatie van de volledige tekst en de vele illustraties kan het boek als beeldroman aan zeggingskracht verliezen.

De makers van de graphic novel-versie ”Het leven en de dood in de ast” pakten het nog weer anders aan en lieten de romantekst juist weg. Het resultaat is een kleurrijke beeldroman met illustraties die boekdelen spreken over het zwoegen, mijmeren, slaven en dromen van arbeiders in een productieomgeving voor cichorei.

Rode boekomslag met illustratie van een man in donkerblauw uniform; hij houdt een pet in de hand. Achter hem een vulkaan.

Lezers die na het lezen van de graphic novel graag ook de roman van Stijn Streuvels (pseudoniem voor Franciscus Petrus Marie Lateur) willen lezen, wacht een positieve verrassing: achter het beeldverhaal is het originele werk van Streuvels opgenomen, waardoor ze daar direct kennis mee kunnen maken.

Die opzet slaat een brug tussen verleden en heden – tussen het klassieke werk en de moderne hervertelling. Tegelijkertijd is zo’n stap van beeld naar tekst niet noodzakelijk. Wie eenmaal de visuele versie van een klassieker heeft gelezen, hoeft immers niet meer naar het eigenlijke werk te grijpen om erover mee te hoeven praten of om na te denken over de belangrijke thema’s uit het boek.

Gevleugelde uitdrukking

Aan de andere kant missen lezers van de beeldroman wel de oorspronkelijke tekst, die de basis vormde voor het succes van de klassieker. Juist de bewoordingen, de sfeerbeschrijvingen en de uitwerking van personages –soms met hun karakteristieke uitdrukkingen– maken een verhaal tot wat het is. Een beeldroman kan daar heel dichtbij komen, maar krijgt nooit de authenticiteit die de auteur aan het verhaal gaf. Dat bewijst ook de graphic novel over Bartje Bartels. De gevleugelde uitdrukking „Ik bid nie veur brune bonen” is daarin niet in Drents dialect is opgenomen, maar in algemeen Nederlands. Daardoor rest een zin die de betekenis en het karakter uit de beroemde roman mist.

Boekomslag met de illustratie van een jongen die met een stok door een groen oerwoud loopt.

Oude literatuur in een nieuwe jas vormt, kortom, vooral een aanvulling op het bestaande aanbod – en een vertelvorm die klassiekers weer op de kaart zet. Beeldromans zijn dan ook geen gemakkelijke stripversies van die soms wat gedateerde boeken. Ze vragen ook om leesvaardigheden en doen net zo goed een beroep op het verbeeldingsvermogen van lezers als de romans waarop ze zijn gebaseerd. Maar door hun verschillende opzet kunnen ze een eigentijds publiek kennis laten maken met boeken waarmee generaties opgroeiden en zelfs een opstapje vormen naar een onbekende wereld boordevol verhalen – van minder bekende boeken van dezelfde auteur tot andere titels binnen het genre.