Voor defensie 5 procent, voor humanitaire hulp 10 procent?
Wereldwijd zijn er op dit moment tientallen gewapende conflicten gaande. Sommige krijgen ruime aandacht in de media. Andere worden nauwelijks genoemd, hoewel ze al decennia duren. In landen als Myanmar, Sudan, Congo, Burkina Faso en Nigeria woedt al jarenlang strijd. En altijd zijn het kinderen die de hoogste prijs betalen.

De cijfers zijn confronterend. In de afgelopen tien jaar zijn naar schatting 2 miljoen mensen omgekomen door oorlogsgeweld. Tienduizenden kinderen sterven elk jaar door direct geweld. Miljoenen anderen raken gewond, worden gescheiden van hun familie of zijn getuige van gruwelijkheden die geen kind ooit zou mogen meemaken. In veel conflicten worden kinderen ook ontvoerd, seksueel misbruikt of als kindsoldaat ingezet. Wereldwijd leven ongeveer 400 miljoen kinderen –een op de vijf!– in een land waar een gewapend conflict aan de orde van de dag is.
De nasleep van conflicten duurt vaak tientallen jaren en kinderen dragen de zwaarste lasten
De impact is nauwelijks te bevatten. In mijn werk als arts in een Nederlands ziekenhuis zie ik helaas soms kinderen overlijden. Elke keer raakt dat me diep. Want hoewel we hier de beschikking hebben over uitgebreide medische zorg, moderne apparatuur en een goed functionerend gezondheidssysteem, blijven verlies en rouw schrijnend. Maar in conflictgebieden ontbreekt zelfs het meest basale. Daar sterven kinderen dagelijks aan verwondingen, infecties, honger of gebrek aan zorg. Onder omstandigheden die wij ons nauwelijks kunnen voorstellen.
Wat het extra wrang maakt, is dat de gevolgen van oorlog voor kinderen niet stoppen als het geweld zwijgt. Integendeel. De nasleep van conflicten duurt vaak tientallen jaren en kinderen dragen de langdurigste en zwaarste lasten. Denk aan fysieke verwondingen, blijvende handicaps, psychische schade, armoede, seksueel geweld, verlies van familie en het ontbreken van onderwijs of toekomstperspectief. Zelfs in landen waar het geweld inmiddels verstomd is blijft de schade voelbaar. In Bosnië en Herzegovina, waar het conflict al bijna dertig jaar geleden eindigde, ontbreekt nog steeds structurele steun voor oorlogsslachtoffers en echte verzoening blijft moeizaam.
Syrië is een ander tragisch voorbeeld. Na bijna vijftien jaar burgeroorlog leven ruim 14 miljoen mensen in acute humanitaire nood, onder wie miljoenen kinderen. Oorlog, economische achteruitgang, ziekte-uitbraken en natuurrampen (bijvoorbeeld de aardbevingen van 2023) maken het leven daar vrijwel onhoudbaar. Volgens een recente publicatie in The British Medical Journal duurt het gemiddeld vijftien jaar voordat de kindersterfte in een land na een oorlog weer terugkeert naar het niveau van voor het conflict.
In het Westen halen we vaak opgelucht adem als een oorlog eindigt. De dreiging van escalatie lijkt dan even afgewend en onze eigen veiligheid en welvaart zijn voor ons gevoel tijdelijk weer beschermd. Maar te vaak blijft het daarbij. De bereidheid om daarna te investeren in wederopbouw, onderwijs, gezondheidszorg en traumaverwerking is beperkt. We richten ons op het beschermen van onze eigen grenzen, onze belangen. We willen veiligheid voor onszelf en onze kinderen.
Toch wringt het. We trekken straks 5 procent van ons bruto nationaal product uit voor defensie. Dat lijkt in deze tijd verdedigbaar. Maar wat zou het betekenen als we daarnaast structureel 10 procent zouden inzetten voor humanitaire hulp, wederopbouw en vrede? Het doet denken aan de Bijbelse tienden: „Opdat de vreemdeling, en de wees en de weduwe, die in uw poorten zijn, zullen eten en verzadigd worden; opdat u de HEERE, uw God, zegene in al het werk uwer hand, dat gij doen zult” (Deuteronomium 14:29).
Die oproep blijft tijdloos. Wat als we vandaag opnieuw zo zouden denken? Niet geven wat we overhebben, maar delen wat we ontvangen. Niet alleen als individuen, maar ook als samenleving. Als rijk land. Als blok van welvarende naties.
Een tiende voor medemenselijkheid. Geen liefdadigheid maar gerechtigheid. Geen moreel gebaar maar een morele plicht. Een investering in de toekomst van miljoenen kinderen die nu opgroeien onder de schaduw van geweld.
De auteur is hoogleraar kinderlongziekten.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Column Gezondheid en Psychologie








