Complimenten en excuses maken is moeilijk

Foto Fotolia

Complimenten maken en excuses maken zijn behoorlijk ingewikkelde daden. Het is de moeite waard om na te denken over de taal van complimenten en excuses; over de vorm, de inhoud en de functie ervan.

Een moeder heeft een heftige aanvaring gehad met haar dochter. Die is in de woordenstrijd ook nog eens brutaal geweest. „Ik eis dat je excuses maakt. Ik ben je moeder. Dat vergeet jij af en toe!” „Ik zou niet weten waarvoor ik mijn excuses moet maken. Ik heb gewoon eerlijk gezegd hoe ik erover dacht.” Moeder neemt er geen genoegen mee. „Ik eis nogmaals dat je je excuses maakt.” „Nou goed dan. Als u dat dan zo graag hoort, sorry hoor.” Moeder wordt nu nog bozer. „Dit zeg je ook alleen maar om je ervan af te maken.” Dochterlief snapt er nu helemaal niets meer van. „Nou zeg ik sorry en dan is het ook weer niet goed.” Ze loopt kwaad weg.

Excuses maken gaat blijkbaar niet zo makkelijk en ze komen ook al niet vanzelfsprekend goed over. Er zijn veel emoties bij betrokken.

Een echtgenote komt thuis. Ze is in de schoenwinkel geweest en heeft een paar laarzen gekocht. Al vele malen is ze teleurgesteld door haar man als ze met iets nieuws thuiskwam. „Had je het nodig?” of „Hoe duur was het?” waren zijn standaardreacties. Ze hoopt nu toch echt op een ander geluid. Ze zet de laarzen in de kamer neer, zodat haar man ze vanzelf zal opmerken als hij thuiskomt. Als hij na thuiskomst er na een halfuur nog niets van gezegd heeft, vraagt ze: „Wat vind je van mijn nieuwe laarzen?” Hij kijkt haar aan zegt: „Prachtig, leuk, mooie hak, trek ze eens aan!” Zij wordt… kwaad. „Ouwe leuterkous! Je meent er niks van. Anders zeg je ook nooit zoiets. Bovendien zweeg je zojuist een halfuur, terwijl je ze zag staan!”

Een compliment maken gaat kennelijk ook al niet altijd vanzelfsprekend goed. Soms roept een compliment zelfs wantrouwen of verzet op.

Een oude man is op straat van de sokken gereden door een onvoorzichtige fietser. Hij ligt met een botbreuk even in het ziekenhuis en daarna zit hij thuis. Na een paar dagen komt de fietser hem opzoeken. Hij is zichtbaar gespannen en verschuilt zich achter een grote bos bloemen. Stotterend biedt hij zijn excuses aan. De oude man zegt eerlijk dat hij een lelijk probleem heeft, waar hij niet blij mee is. „Ik zie dat je je excuses meent. Oké, ik aanvaard ze.” Merkbaar opgelucht gaat de jongen even later naar huis.

Excuses maken is dus niet alleen iets wat je met je woorden doet, maar met je hele lichaamshouding.

Twee vriendinnen ontmoeten elkaar na lange tijd . Ze staan de eerste vijf minuten allebei te jodelen over hoe goed de ander eruitziet. „Meid, jij wordt niet ouder maar jonger!” „Wat ben jij nog slank!” Hun echtgenoten ontmoeten elkaar na even lange tijd. De een zegt: „Hoe staan de zaken ervoor bij jou?” De ander antwoordt: „Goed, maar ik heb gehoord dat jij je schaapjes al op het droge hebt. Geweldig, man, ik ben jaloers op je.”

Mannen en vrouwen geven dikwijls verschillende complimenten. Heb je ooit een man tegen een andere man horen zeggen: „Wat zie jij er goed uit, dat overhemd staat je geweldig, draai je eens om?”

Een man heeft een misdaad gepleegd. Nog voor zijn rechtzitting plaatsheeft, schrijft hij vanuit de gevangenis een brief aan de door hem benadeelde familie. Hij biedt zijn excuses aan. „Als ik geweten had dat de inbraak jullie zo van streek zou maken, had ik het nooit gedaan. Ik had ook alcohol gedronken.” De reactie van de slachtoffers is unaniem. „Daar kunnen we niets mee. Dit is halfslachtige onzin. Had hij dan gedacht dat we blij zouden zijn met een inbraak? Bovendien verschuilt hij zich achter een drankprobleem. Zijn advocaat zal hem wel ingefluisterd hebben dat hij een brief moest schrijven om zo strafvermindering te krijgen. Niet op reageren, laat hem maar boeten.”

Excuses aanvaarden is niet altijd makkelijk en veel mensen denken dat dat ook niet altijd kan of nodig is. Er zijn daden waarvoor elk excuus te klein lijkt en zeker een half excuus.

Een afdelingschef wordt geprezen door de directeur. „Sinds jij de scepter op de afdeling zwaait, zijn de verkopen flink gestegen!” De chef glimlacht vol trots. Hij wordt op de zelfde dag nog geprezen door een uitzendkracht. „Het loopt hier goed, meneer!” Hij vindt het grappig maar het doet hem niets. Sterker nog, hij denkt: „Hoe kan jij dat nou weten. Je bent hier pas een paar dagen.”

Complimenten van mensen die boven ons staan, doen ons meer dan complimenten van mensen op wie we neerkijken.

Minister Verhagen heeft diepe spijt betuigd over een bloedbad dat Nederlandse soldaten in 1947 hebben aangericht op West-Java, in het dorpje Rawagedeh. Hij bood echter geen excuses aan namens de Nederlandse regering. Zo biedt minister-president Balkenende de Surinamers ook geen excuses aan voor de slavenhandel, al erkent hij het leed dat erdoor is aangericht.

In de politiek ligt het aanbieden van excuses heel gevoelig. Dat kan tot gezichtsverlies leiden of tot een eis voor schadevergoeding, vrezen politici.

Een lastige klas stapt het lokaal binnen van de leraar Engels. Die controleert of het huiswerk gemaakt is. Dat blijkt nauwelijks het geval te zijn. Hij vaart uit tegen de leerlingen. De sfeer wordt er in de loop van het uur niet beter op. Dezelfde klas gaat na de les Engels naar de wiskundeles. „Hé, jongens, leuk dat jullie er zijn. Als ik jullie niet had, had ik geen brood op de plank. Zo, ik zie dat Annemarie een nieuw kapsel heeft; het staat je geweldig meid!” Eén leerling roept kritisch, maar toch lachend: „Slijm, slijm!” Even later zit de klas rustig te werken.

Complimenten uitdelen aan het begin van een les of lezing werkt dikwijls als smeerolie in de relatie tussen docent en klas, spreker en publiek.

Hebt u ooit nagedacht over het geven van complimenten? Ik denk het wel. U hebt allang bedacht dat u het zo jammer vindt dat uw vader of moeder zo weinig complimenten uitdeelt. U hebt ook al eens geconstateerd dat uw baas alleen maar complimenten geeft als hij iets voor elkaar wil krijgen. Als u toevallig een vrouw leuk vindt, terwijl u een man bent; of andersom, een man leuk vindt terwijl u een vrouw bent, weet u dat u bijna geen compliment durft te maken. U bent bang dat de ander er iets achter zoekt.

Hebt u echter wel eens nagedacht over de taal van complimenten? Over de vorm, de inhoud en de functie van het compliment? En over de reacties op complimenten en over de man- of vrouwrol van degene die een compliment geeft, of over de sociale afstand tussen mensen die een compliment krijgen of geven? Niet? Dan kunt u dat nu gaan doen met het informatieve en leuke boekje van Agnes Verbiest, ”Als ik jou toch niet had… Over de kunst van het complimenteren”.

En nu het andere onderwerp, excuses maken. Van hoog tot laag in de maatschappij zijn we ermee vertrouwd. We maken excuses en krijgen ze. Of we vertikken het om onze excuses te maken of we krijgen ze tot onze spijt niet aangeboden. Hebt u ooit studie gemaakt van de taal van excuses maken? Ook daarvoor kunt u een boekje van Agnes Verbiest ter hand nemen: ”Excuses nog, en sorry. Over de kunst van het verontschuldigen”. Zij constateert dat excuses nooit op zichzelf staan maar een onderdeel zijn van een correctief proces, een proces van herstel van relaties. Daarin zitten vier fases. 1. (H)erkennen van de belediging; 2. Aftasten van de mogelijkheid van herstel; 3. Overleg over vorm en inhoud van het herstel; 4. Uitvoeren van het feitelijk herstel.

Verbiest werkt haar thema’s helder uit. De boekjes zijn voer voor docenten Nederlands, voor coaches en voor iedere geïnteresseerde in wat woorden in relaties kunnen teweegbrengen.

”Als ik jou toch niet had... Over de kunst van het complimenteren”, Agnes Verbiest; uitg. Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2010; ISBN 978 90 254 9011 9; 160 blz.; € 12,50.

”Excuses nog en sorry. Over de kunst van het verontschuldigen”, Agnes Verbiest; uitg. Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2010; ISBN 978 90 254 4826 4; 159 blz.; € 12,50.