Cultuur & boekenTaal

Barmhartigheid heeft niets met een oud woord voor branden te maken

Barmhartigheid is echt een christelijk woord. Het komt in de Statenvertaling 54 keer voor, en ”barmhartig” ook nog 21 keer. Niet vreemd dat het er ook in de kerk regelmatig over gaat. Bij de behandeling van zondag 4 van de Heidelbergse Catechismus bijvoorbeeld: Is dan God ook niet barmhartig?

Op kansels, in catechismusverklaringen en in andere boeken gaat het regelmatig over de herkomst van het woord. Ik citeer een boek dat momenteel te koop is: „Het woord ”barmhartigheid” bestaat in het Nederlands oorspronkelijk uit twee woorden: ”barnen” en ”hart”. ”Barnen” is een oud woord voor ”branden”. Een barmhartig iemand is een persoon met een brandend hart voor zijn medemens.”

Dat herkomstverhaal klopt dus niet, mailde een lezer me. En hij heeft gelijk. In officiële bronnen lees ik nergens iets over ”barnen”. Dat werkwoord heeft, voor zover ik kan achterhalen, nooit bestaan. Het woord ”barnsteen” –een goed brandbare steen, de gefossiliseerde vorm van een soort hars– bestaat wel. Maar dat stamt af van het Duitse ”bernstein”, dat weer afstamt van het Nedersaksische ”börnen” of ”bernen”, dat branden betekent. Dus, ”barnen” als oude variant van ”branden” klinkt wel aannemelijk, maar slaat nergens op. Hoe deze verklaring ooit in studeerkamers belandde, is mij een raadsel.

Het Duitse woord betekende: met hart voor de arme

”Barmhartigheid” is volgens de Dikke Van Dale: „Gezindheid van medelijden, mededogen te hebben.” Het woord heeft zijn oorsprong in het Latijnse ”misericors”, een samenstelling van ”miser” (ongelukkig, ellendig) en ”cors” (hart). Via het Germaans kwam het woord in het Duits terecht, waar het als ”armherzig” van de preekstoel klonk. Het Latijnse en het Duitse woord betekenden dus: met hart voor de arme, de ongelukkige.

In de loop der tijd kwam er een ”b” voor ”armherzig”. Zo gaat dat soms in een taal; een letter groeit aan een woord vast, of wordt door taalgebruikers van een woord afgesnoept. Dat de ”b” zich aan ”armherzig” vastklampte, komt door het Duitse woord ”erbarmen”. Dat kennen we in het Nederlands natuurlijk ook, als werkwoord en als zelfstandig naamwoord. Het is ”medelijden tonen” of ”de betoning van medelijden”. Inhoudelijk ligt dat heel dicht tegen ”armherzig” aan. Dat zal de oversteek van de ”b” uit ”erbarmen” wel vergemakkelijkt hebben.

En zo ontstond dus het Duitse ”barmherzig”, dat eind 13e eeuw in het Nederlands kwam als ”barmhertich”. Later evolueerde het tot het inmiddels gangbare ”barmhartig”. Dat heeft officieel dus niets met een brandend hart te maken. Al kunnen ontfermen en medelijden natuurlijk niet uit een koud hart voortkomen.

Redacteur Chris Klaasse bespreekt een taalkwestie. Reageren? chris@rd.nl