„Ik kan bij prins Bernhard vrijwel geen positieve punten vinden”

Prins Bernhard verdient niet de status van oorlogsheld, stelt dr. Gerard Aalders. Zijn populariteit onder oud-strijders dankt de prins vooral aan zijn hulp aan mensen uit de ondergrondse na de oorlog. Foto ANP ANP
2

Prins Bernhard was vooral met zichzelf bezig. Die conclusie trekt de historicus dr. Gerard Aalders in zijn boek ”De prins kan mij nog meer vertellen”. „Hij holde de monarchie uit.”

Gerard Aalders is een vooraanstaand historicus. Als onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) heeft hij veel interessante ontdekkingen gedaan, onder meer met betrekking tot gestolen kunstwerken van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vele uren brengt hij door in interessante archieven in Nederland, maar ook daarbuiten.

Aalders vond tijdens die speurtochten niet alleen bijzondere documenten over de Tweede Wereldoorlog, maar stuitte ook op onthullende gegevens over de handel en wandel van prins Bernhard. De meeste vondsten zijn niet in het voordeel van de prins. Integendeel.

Voor Aalders werd de vraag steeds prangender: „Hoe blijft een man die liegt, draait, smeergeld aanneemt, zijn vrouw bedriegt, uitsluitend eigen­belang en pleziertjes najaagt, zich met louche types inlaat, in wapens handelt, ministers corrumpeert en voortdurend fantasieverhalen over zichzelf de wereld instuurt, door de jaren heen zo mateloos populair?”

Aalders weet er maar één antwoord op: „Prins Bernhard was een leuke man. Joviaal. Hij was sociaal. Echt een ”social engineer”. Hij was getrouwd met het staatshoofd. Steeds weer gingen alle ministers voor hem door de knieën. Zij boden geen weerstand. En de prins wíst dat hij alles voor elkaar kreeg.”

Bronnen

De meeste Nederlanders weten dat prins Bernhard geen schoon blazoen had, daarover is al veel gepubliceerd. Aalders heeft veel van die beschuldigingen aan het adres van de prins uitgeplozen. Zijn de verhalen waar? Zijn er historische bronnen die ze onderbouwen? In ”De prins kan mij nog meer vertellen” zet hij alle kwesties met betrekking tot de echtgenoot van koningin Juliana op een rij, voorzien van een uitgebreid notenapparaat met verwijzingen naar bronnen. „Dat ben ik als historicus aan mijzelf en de lezer verplicht.”

Aalders wil met het boek op een verantwoorde manier „tegenwicht bieden aan alle juichende verhalen over de prins. Deze man heeft heel veel dingen gedaan die hij beter niet had kunnen doen.”

Is er dan niets positiefs over prins Bernhard te vertellen?

„Nee, ik kan bij hem vrijwel geen positieve punten vinden. Het was een doorgewinterde egoïst met weinig oog voor het belang van de Nederlandse staat.”

Zelfs zijn inzet voor de Nederlandse handel duidt u niet positief?

„Op dat punt geef ik hem wel enige credits. Hij heeft zeker deuren geopend. Aan de andere kant: hij is erg veel naar Zuid-Amerikaanse landjes geweest; geen landen waar grote orders waren binnen te halen. Er is ook een voorbeeld bekend van een reis naar de VS waarvan al van tevoren helemaal duidelijk was dat die zou mislukken, omdat de Amerikanen hadden laten weten dat de KLM geen landings­rechten op een van hun luchthavens zou krijgen. De prins ging toch.”

We zijn als Nederlanders veel te goedgelovig geweest?

„Ja, maar het lijkt erop dat iedereen niet anders wilde horen. Het was zo’n mooi sprookje. Vooral in het begin, in de eerste jaren met Juliana. Als je daarnaast het Volkskrantinterview leest dat de prins kort voor zijn dood gaf, kan ik echter niet anders concluderen dan dat prins Bernhard het huwelijk als een mooie stap in zijn carrière heeft gezien.”

Aalders gaat in zijn prikkelende boek –Oranjeliefhebbers moeten soms flink slikken– uitgebreid in op het oorlogsverleden van de prins. Heeft de stadhoudersbrief bestaan, waarin Bernhard de nazi’s zou hebben aangeboden om als stadhouder over Nederland te gaan regeren? Waarom deed de prins zo geheimzinnig over zijn lidmaatschap van Hitlers partij, de NSDAP? Was Bernhards moeder fout of toch niet?

Eén ding staat vast voor Aalders: de status van oorlogsheld verdient prins Bernhard zeker niet. „Hij heeft tijdens de oorlog zeker twee keer boven het vasteland van Europa gevlogen. Dat was niet boven Duitsland, maar boven het al bevrijde Frankrijk. En de Duitse Luftwaffe was toen al lang uitgeschakeld. Hij heeft Nederland ook niet bevrijd, dat hebben de Canadezen en de Engelsen gedaan. De Binnenlandse Strijdkrachten, waarvan hij bevel­hebber was, hebben wel sabotageacties uitgevoerd, maar daar moeten we ons niet te veel van voorstellen.”

Hoe kon prins Bernhard dan toch zo populair worden onder oud-verzetsstrijders?

„Hij heeft na de oorlog heel veel gedaan voor mensen van de ondergrondse. Als ze een probleem hadden, bemiddelde hij; hadden ze snel een dokter nodig, dan belde hij voor hen. Hij hielp hen veel. Dat maakte hem mateloos populair.”

Uithollen

Prins Bernhard heeft tot op het laatst van zijn leven geprobeerd om zaken uit zijn verleden recht te breien, stelt Aalders. „In zijn interviews met de Volkskrant aan het einde van zijn leven geeft hij toe fout te zijn geweest tijdens de Lockheedaffaire, maar hij voegt er gelijk weer een leugen aan toe, namelijk dat hij het gedaan heeft omdat het smeergeld dat hij kreeg nodig was voor het Wereld Natuur Fonds. Hij heeft echter nooit een miljoen naar het WNF overgemaakt.”

De prins nam enorme risico’s met zijn handel en wandel, benadrukt Aalders. „Hij holde de monarchie uit. Door de Lockheedaffaire was het bijna fout gegaan. Het is dat Juliana gezegd heeft: Als mijn man achter de tralies komt, treed ik af. Waarop Beatrix heeft gezegd dat zij niet op zo’n manier op de troon wilde komen. Anders was Bernhard de oorzaak geweest van een grote crisis.” Aalders kan zich dan ook niet vinden in het boek ”Juliana en Bernhard” van de historicus Cees Fasseur, waarin Bernhard wordt neergezet als redder van de monarchie tijdens de affaire rond gebedsgenezeres Greet Hofmans.

Geheel objectief is Aalders niet, zo geeft hij zelf toe. De historicus is een echte republikein. Grote delen van het boek –de eerste uitgave was binnen enkele dagen uitverkocht– verschenen eerder al in het lijfblad van de republikeinen. „Ik heb niets tegen de personen van het Koninklijk Huis, maar ben wel voor een andere invulling van het staatsbestel. Het boek is echter in de eerste plaats een weergave van wat ik ben tegengekomen.”

Aalders is nog niet uitgeschreven over Bernhard. „Ik ben nog steeds met onderzoek bezig. Vooral rondom de wapenhandel en zijn contacten met duistere financiers zijn interessante dingen te melden. Daar ga ik nog een keer over publiceren.”

Mede n.a.v. ”De prins kan mij nog meer vertellen. Prins Bernhard feit en fictie”, door Gerard Aalders; uitg. Elmar, Rijswijk, 2009; ISBN 978 90389 1906 5; 224 blz.; € 18,95.