Kerk en staat in Rusland en Oekraïne: Patriottisme als naastenliefde

Rusland
De kerkelijke processie in de provincie Koersk, van de bekende Russische schilder Ilya Repin (1844-1930). beeld Hermitage, Sint-Petersburg Hermitage, Sint-Petersburg

De Amerikaanse president Obama zou voor een herstart zorgen in de relatie met Rusland. „Yes, we can”, glimlachte hij optimistisch. Maar net als zijn voorgangers keerde hij met een gezicht vol pleisters terug. Reden: hij had de Russen totaal niet begrepen. Erger nog: hij had hen volkomen onderschat.

Het internationaal recht komt uit het Westen en spreekt over het zelfbeschikkingsrecht voor alle volken. Zo kon Oekraïne in 1991 zelfstandig worden.

Maar in het Oosten geldt ook voor de volken: wat God samengebracht heeft, scheide de mens niet. De zelfstandigheid van Oekraïne valt dus te betreuren.

De sleutel om Moskou te begrijpen ligt niet in het Kremlin, maar bij de Russisch-Orthodoxe Kerk. Wie de religieuze kant negeert omdat staat en kerk nu eenmaal gescheiden zijn, zal net als Clinton, Bush en Obama het lid op zijn neus krijgen.

In Rusland zijn staat en kerk niet gescheiden. Al vanaf de kerstening van het volk door de bekering van koning Vladimir in 988 bestaat in dit land samenwerking van beide (symfonia geheten). Dit is een erfenis uit het Byzantijnse Rijk, waar het oosterse christendom werd geboren.

Westerse theologen spreken sinds Augustinus over ”twee rijken”. De Rus kent maar één rijk. Staat en kerk zijn als lichaam en ziel. Priester en koning leven in harmonie.

Westerlingen zijn ermee vertrouwd dat de kerk zich kritisch mengt in de politieke discussie. De Russische kerk zou zich daarvoor schamen. Slechts zeer spaarzamelijk brengt de kerk zaken onder de aandacht van de staat. Recente voorbeelden zijn het gezin en nood van de armen.

De profeet Nathan zou met ”Gij zijt die man” in Moskou dus louter verbazing oproepen. Profetische kritiek is in het Oosten niet gewoon. De ziel neemt niet de taak van het lichaam over. De kerk is spiritueel – en verder niets.

De Russische kerk leert dat patriottisme een vorm van naastenliefde is. Ze maant de gelovige zijn vaderland lief te hebben. Dat staat in het Sociaal Concept dat na de val van het communisme een nieuwe richting voor de kerk wees (II, 3). Dat nationalisme betreft niet alleen de mensen die binnen hetzelfde grondgebied wonen, maar ook volksgenoten elders.

In de Oekraïense crisis komt dit heel dichtbij. De orthodoxe christen benadert Russen op de Krim of in Oost-Oekraïne met een „actief patriottisme.” Hij zal hun belangen verdedigen.

Het Sociaal Concept waarschuwt wel voor de natie als afgod. De heilig verklaarde Johannes van Kronstadt (1829-1908) zei: „Hebt uw aardse geboorteland lief. Het heeft u grootgebracht (...) en u in alles voorzien. Maar bewaar ook een speciale liefde voor het hemels vaderland. Dat vaderland is onvergelijkelijk kostbaarder dan het aardse.”

Zo’n kerk-staatmodel werkt natuurlijk alleen goed als volk en kerk samenvallen. Dat is in Rusland dan ook (min of meer) het geval. In de Sovjet-Unie werd de kerk weggedrukt, maar na 1990 was er een enorme toeloop. In veel steden hadden priesters dagelijks tientallen dopelingen.

Waar volk en kerk samenvallen, is voor (persoonlijke) gewetensvrijheid doorgaans weinig ruimte. Die komt er in het Sociaal Concept dan ook niet goed vanaf. Gewetensvrijheid drukt geloof weg in de privésfeer. In de meer dan 1000 jaar Russisch christendom telde het individu sowieso niet echt mee. Individualiteit is strikt genomen natuurlijk een westers idee, vanuit renaissance en verlichting.

Ook vrije kerken zijn een westerse uitvinding, waar de Rus weinig mee kan. Protestantse kerken zullen in Rusland daarom nooit de sympathie van de orthodoxe kerk genieten. Op veel plekken worden ze actief tegengewerkt. Zij zijn spelbrekers en volksvijanden.

Bakermat

Over Oekraïne heeft de kerk evenveel pijn als de staat. Vroeger heette het Klein-Rusland en werd het gekoesterd als de bakermat van het christelijke Rusland. Toen het in 1991 na de val van de Sovjet-Unie zelfstandig werd, scheurde de eenheid van kerk en volk.

De Russisch-Orthodoxe Kerk is ook na 1990 in Oekraïne gebleven, maar kreeg concurrentie van een (niet-officieel) patriarchaat in Kiev. In het land zijn nu drie volkskerken. Vanuit protestantse blik is dat niets bijzonders, maar in het Oosten is dat hetzelfde als drie burgemeesters in één dorp.

De Russische patriarch Kirill benadrukt steeds dat het volk –hoewel staatkundig verscheurd– geestelijk altijd nog één is. Kenners horen hierin dat de Moskouse kerk zich niet neerlegt bij de zelfstandigheid van Oekraïne.

De patriarch wil hiermee niet zozeer aan politiek doen. De kerk getuigt alleen (vanuit haar eigen kerkbesef) van innerlijke verscheurdheid. Lichaam en ziel zijn immers niet langer verbonden. Het Oekraïense deel is afgescheurd, maar de volksziel leeft door.

De kerk verlangt naar herstel van het lichaam, en het Kremlin is daarin eensgeestes. In Oekraïne (en het Westen) noemt men dat imperialisme, maar voor Russen is het gesneden koek.

Poldermodel

Een goede vraag is of deze symfonia tussen staat en kerk wel ooit heeft gebloeid. In het Byzantijnse Rijk speelde de keizer immers de baas over de kerk, de tsaren konden er ook wat van, en in de Sovjet-Unie werd de kerk maximaal gekleineerd. Symfonia is dus geen poldermodel.

Het Sociaal Concept erkent dat en noemt de symfonia een ideaal. En dit is een kernwoord: ideaal. Het gaat de Russen niet om de (feitelijke en empirische) werkelijkheid, maar om de verbeelding. Of zoals onlangs een Russische schrijfster zei: Wij houden niet van de geschiedenis, wij houden van de Waarheid.

Zo ook op de Krim. Dit behoorde altijd bij ons, zegt de Rus. Terwijl de westerling weet dat het pas eind 18e eeuw door Catharina de Grote werd ingelijfd. Waarheid en werkelijkheid vallen hier niet samen. Misschien heeft die dichter wel gelijk die zei: Rusland valt niet te meten, alleen te geloven.

Patriarch Kirill denkt ook uit dat ideaal als hij spreekt over het „heilige Rusland.” Volgens kenners herinnert hij daarmee aan „het land van de heiligen.” De kerk heeft veel Russen heilig verklaard, maar er zijn er veel meer bij wie dat nooit zal worden overwogen. In Rusland heerste namelijk ook tsaar Ivan de Verschrikkelijke (1530-1584, een vrijwel exacte tijdgenoot van Willem van Oranje). Deze sloeg zijn eigen zoon dood, en leidde zo’n bloedige terreur dat hij zelfs de kerk niet meer mocht betreden. En dan toch het „heilige Rusland.”

Een mooi voorbeeld van verbeelding is de Russische roeping in de wereld. De bekende schrijver Dostojevski (1821-1881) sprak daarover in een beroemd geworden rede ter ere van de dichter Poesjkin. De Rus is de „almens”, zegt hij, die de „wereldziel” zoekt te dienen. Dit is het „broederlijk streven” naar de „algemene harmonie van alle volkeren in het evangelie van Christus.” Vraag in het Kremlin of dit nog actueel is, en velen zullen knikken.

Men kan dit wensdenken noemen. Maar de Rus is een romanticus, vol trots en eergevoel. Mogelijk is deze trots de keerzijde van angst. De Russen zijn vaak vernederd; door Tataren en Mongolen, door Napoleon en Hitler, en natuurlijk onder Jeltsin.

De Rus heeft ook angst voor het Westen. Dat heeft een slechte naam. Veel mensen die president Poetin hebben ontmoet, zijn getroffen door zijn minachting tegenover het Westen. Het idee dat Oekraïne zou aanpappen met de Europese Unie, zat Poetin dwars. En dat fregatten met de NAVO-vlag in Sebastopol zouden kunnen aanmeren, bezorgde ten minste het halve Kremlin nachtmerries.

Eerherstel

Op een dag hing de Krim daar dus als een overrijpe appel, klaar om te worden ingelijfd bij Moeder Rusland. Het volk juichte toen het gebeurde, ook de mensen die eerder tegen Poetin demonstreerden. Ze hadden toch het gevoel dat Poetin voor hén opkwam, en hen als een Vader des Vaderlands voorging naar het eerherstel. Hij is een man van kracht. Anders dan Obama – de zwakkeling die nog niet eens een zorgstelsel kan invoeren.

Ook aansluiting van Klein-Rusland zal worden toegejuicht. Kiev is altijd nog het Bethlehem (de wieg) van het Russische Rijk. Als het gaat over patriottisme, zijn de meeste Russen heel trouw aan de leer van de kerk. Vaderlandsliefde is een gevoelige snaar.

En die sancties uit het Westen dan? Ach, de Rus weet wat lijden is. Hij zal liever tien jaar lang droog brood eten dan zich langer door westerlingen laten vernederen.


Een grens van Helsinki naar Istanbul

Wie een touw spant van de Finse hoofdstad Helsinki naar Istanbul in Turkije, brengt daarmee vrij trefzeker een bestaande grens in kaart. Dat is de scheiding van het Groot Schisma uit 1054, toen de christelijke wereldkerk uiteenviel in een oosters en een westers deel. Als ooit een kerkscheuring tot een cultuurverschil heeft geleid, is het deze geweest.

De Russisch-Orthodoxe Kerk is de grootste oosterse kerk. Het centrum van de oosterse kerk ligt in Istanbul, in het Byzantijnse Rijk Constantinopel geheten. Alleen de verbinding met de patriarch van Constantinopel maakt groepen officiële tot nationale orthodoxe kerk.

Het schisma in 1054 had allerlei oorzaken. De twee belangrijkste waren de twist over leiding door de bisschop van Rome en de vraag of de Heilige Geest naast de Vader ook van de Zoon uitging.

De scheuring van Oost en West loopt min of meer langs de lijn van Helsinki naar Istanbul. De landen die daar onder liggen, zijn meestal intern verscheurd. Finland heeft dat goed opgelost, met twee staatskerken (de lutherse en de orthodoxe). Oekraïne is nog niet zo ver gekomen.

Een Reformatie heeft de oosterse kerk (nog) niet gehad. Ze begrijpt ook weinig van de westerse kerk. En andersom is dat precies zo. Het calvinisme zegt dat het internationaal is georiënteerd, maar contacten met oosters-orthodoxe theologen zijn zeer spaarzamelijk.

De volken zijn dus 1000 jaar hun eigen weg gegaan. Er wordt wel gezegd dat het Westen aan de haal is gegaan met de verstandelijke Aristoteles, en het Oosten met Plato, met zijn mystieke verrukking.

De westerse christen is gericht op de daad (van het geloof), de oosterse gelovige leeft uit aanschouwing. In het Westen gaat men uit van het weten, in het Oosten van het mysterie.

Dit heeft gevolgen voor de theologiebeoefening. Is men in het Westen gericht op de actualisering van de leer, op het seminarium in Rusland leest men hoogstens oude kerkvaders. Van een theologiebeoefening zoals in het Westen is in het Oosten nauwelijks sprake. Het Sociale Concept dat de Russische kerk in 2000 uitbracht, is een uitzondering die velen heeft verbaasd.

www.orthodox-nijmegen.nl voor een Nederlandse vertaling van het Sociaal Concept van de Russisch-Orthodoxe Kerk uit 2000.