Ontvoerd door aliens

Seti
Paul. beeld André Dorst André Dorst
3

Duizenden mensen beweren ooit door buitenaardse wezens te zijn ‘ontvoerd’ naar verre planeten. Daar moesten ze medische en seksuele experimenten ondergaan. Is dat louter fantasie of steekt er meer achter?

De Braziliaanse boer Antonio Villas Boas was een van de eersten die claimde ontvoerd te zijn door buitenaardse wezens. Op 15 oktober 1957 rijdt hij op zijn tractor en ziet een lichtgevend voorwerp op zich afkomen. Hij probeert zijn tractor ervan weg te draaien, maar dat lukt niet.

Het object landt naast hem. Een aantal gehelmde figuren trekt hem van zijn tractor af een ruimtevaartuig in. Daar voeren ze allerlei experimenten op hem uit. De aliens nemen bloed bij hem af van zijn kin. Na ruim vier uur wordt hij weer teruggebracht bij zijn tractor, die gesaboteerd blijkt. Een arts die hem later onderzoekt, vindt verrassend genoeg een bijna onzichtbare snee in zijn kin.

Hoe bizar het verhaal van Villas Boas ook klinkt, na hem zijn er duizenden over de hele wereld die beweren iets vergelijkbaars te hebben meegemaakt. Zoals Betty en Barney Hill uit het Amerikaanse Portsmouth. De aliens die hen ontvoeren, zijn figuren van een meter lang met grote ovale zwarte ogen, de zogeheten Greys of Zeta Reticulans. De Hills geven er in 1966 een boek over uit. Dergelijke boeken gaan met honderdduizenden over de toonbank.

Robert Todd Carroll, emeritus hoogleraar filosofie, stelt op de website skepdic.com dat er een redelijke verklaring bestaat voor dergelijke ‘ontvoeringen’. „Mensen bekijken dezelfde televisieprogramma’s en Star Warsfilms en lezen dezelfde sciencefictionboeken en -stripverhalen.” Todd is geneigd de ontvoeringen op één punt serieus te nemen. „Ze zijn niet in strijd met ons huidige culturele geloof dat ruimtevaart tussen sterrenstelsels mogelijk is en dat we hoogstwaarschijnlijk niet op de enige bewoonbare planeet in het universum leven.”

Andere onderzoekers hebben de ontvoeringen gerangschikt en daarin een bepaalde lijn ontdekt, die ze het ”klassiek ontvoeringssyndroom” (CAS) noemen. Daaruit blijkt dat de meeste ontvoeringen ’s nachts plaatshebben; de ontvoerde ligt in bed, bestuurt een auto of zit in huis. Sommigen worden overdag gekidnapt. Zoals ene Joyce, die zomaar uit de schoolbanken wegzweefde en nadien het gevoel had alsof ze uit een diepe slaap ontwaakte.

Angst

De meeste ontvoerden herinneren zich een gevoel van verlamming en angst dat hen plotseling overviel. In de regel zweven de meesten omhoog in een straal van blauw licht. Het valt op dat ze in grote lijnen hetzelfde beleven als mensen die zich onderwerpen aan occulte astrale reizen en of die een bijna-doodervaring ondergaan.

Aan boord van het ruimtevaartuig moeten ze zich ontkleden. Buitenaardse wezens onderzoeken hun lichaam en nemen monsters van hun bloed, huid en haar. Ook nemen ze vrijwel altijd sperma of eicellen af. Sommige ontvoerden hebben gedwongen geslachtsgemeenschap met aliens. Vrouwen worden soms kunstmatig geïnsemineerd en via telepathie wordt hun verteld dat ze zwanger zijn.

De aliens geven ook vaak voorspellingen door die veel lijken op Bijbelse profetieën. Psychosociaal expert Martin Kottmeyer valt op dat geen van deze voorzeggingen ooit is uitgekomen. „Het geloof daarin kan ik niet aanbevelen.”

Ze krijgen soms een rondleiding door het ruimteschip. Meestal is daar een incubatorium met tal van foetussen die opgroeien in flessen vloeistof. Sommige vrouwen moeten borstvoeding geven aan hybride baby’s die zijn ontstaan uit geslachtgemeenschap van buitenaardse wezens en ontvoerden.

De planeet waarop ze uiteindelijk belanden, is duister en verlaten, vol ruïnes en totaal verwoest. Sommigen krijgen daar een ”goddelijk” persoon te spreken: iemand die zich Jezus noemt, de paus, overleden beroemdheden of hun overleden echtgenoot.

De ontvoerden keren zonder uitzondering terug in hun huis, bed of auto om hun dagelijkse bezigheden weer op te pakken. Tot zover het standaard ontvoeringssyndroom.

Trauma

De meeste onderzoekers proberen de gebeurtenissen psychologisch te verklaren: het zijn hersenspinsels. Ze kunnen kunstmatig worden opgewekt door een magnetisch veld te creëren. Maar hoe ontstaat er thuis ’s nachts in bed een magnetisch veld? En hoe komt het dat de ervaringen van een boer in Birmingham nauwelijks verschillen van die van een buschauffeur in Bombay?

Volgens de Britse journaliste Susan Blackmore, werkzaam voor dagblad The Guardian, is er bij de ontvoerden sprake van een zogeheten slaapverlamming. Tijdens een slaapverlamming bevindt de persoon zich in een toestand tussen dromen en waken in, waardoor hij zich niet kan bewegen maar wel hallucinaties kan krijgen.

Blackmore heeft ruim honderd ontvoeringsgevallen verzameld. Het valt haar op dat de personen in kwestie zich in een slaap-waakfase in hun slaapkamer bevinden en zich niet kunnen bewegen. Ze voelen zich daardoor hulpeloos. Volgens hen gebeuren de ontvoeringen echt, maar objectief kunnen er geen aliens in de slaapkamer worden waargenomen.

Toch is er in een aantal gevallen mogelijk meer aan de hand. Slachtoffers raken de gevolgen van een ontvoering niet zomaar kwijt. Sommigen zijn nog dagenlang misselijk of kampen met onverklaarbare pijnen of zelfs botbreuken. „Ontvoerden herinneren zich hun ervaringen zo diep en heftig dat ze de stresssymptomen vertonen van getraumatiseerde soldaten die terugkeren van een slagveld”, constateert Richard McNally, hoogleraar psychologie aan Harvard University.

De ontvoeringen zijn volgens de Amerikaanse evangelist en ufo-onderzoeker Gary Bates dan ook geen fantasie en niet zo onschuldig als ze vaak worden voorgesteld. „De buitenaardse wezens zijn reëel; ze hebben hogere spirituele motieven en maken mensen kapot, lichamelijk en psychisch”, schrijft Bates in zijn boek ”Alien Intrusion”.

De Amerikaanse ufodeskundige Karla Turner, die studie maakte van de gekidnapten, schetst een ontluisterend beeld. „Ontvoerden geloven vast dat ruimtewezens door hun ogen meekijken en controleren wat ze denken en zeggen; ze zijn altijd in onzichtbare toestand bij hen en maken zich soms gedeeltelijk zichbaar.”

Vele van hen lijden aan zware depressies of krankzinnigheid of worden na contact met buitenaardse wezens suïcidaal. Vrouwelijke ontvoerden ontwikkelen na hun ontvoering serieuze gynaecologische klachten. Ze krijgen borstkanker en cystes en tumoren in hun vagina en baarmoeder. Niet zelden moet de baarmoeder worden verwijderd.

Prof. McNally ontdekte daarnaast een sterk verband tussen de ontvoeringen en new age. „Veel ontvoerden waren voordien betrokken bij bio-energetische therapieën, hadden contact met overleden personen, legden tarotkaarten en deden aan astrale projectie.” De meesten hebben nadien een religieuze verandering ondergaan. De meesten gaan openlijk deelnemen aan –occulte– newagebijeenkomsten of sluiten zich aan bij een mystieke oosterse godsdienst.

Kapot

„Zelfs doorgewinterde newageaanhangers, die het occultisme actief praktiseerden, waren verrast door de toename van occulte activiteiten na hun ontvoering”, aldus Gary Bates.

Wes Clark van onderzoeksinstituut CE-4 constateert dat wetenschappers na vijftig jaar van ontvoeringen wel beschikken over miljoenen ooggetuigen, maar nog altijd geen keihard stoffelijk bewijs in handen hebben. „Dit suggereert dat de ontvoeringen geen lichamelijke maar spirituele gebeurtenissen zijn.”

Hoewel seculiere ufo-onderzoekers het bestaan van een geestelijke werkelijkheid ontkennen, hebben de ontvoeringen volgens hen veel overeenkomsten met verhalen over demonen, elfen, kabouters, poltergeisten, heksen en weerwolven uit het verleden.

Een van hen is de Amerikaanse kosmoloog en atheïst Carl Sagan. Hij constateerde in zijn boek ”The Demon-Haunted World” dat de ontvoeringen nog het meest lijken op ervaringen van mensen uit het verleden met demonen. „De meeste elementen zijn aanwezig: seksueel geobsedeerde wezens die in de lucht wonen, door muren heen komen, telepathisch communiceren en voortplantingsexperimenten uitvoeren op mensen.”

Ook de Amerikaanse journalist John Keel wil demonologie niet afdoen als „onzin-ologie.” „Slachtoffers van demonen leden vroeger aan dezelfde symptomen als de hedendaagse ontvoerden. De duivel en zijn demonen deden zich in elke vorm voor en ze kunnen vrijwel elk wezen imiteren, van engelen tot monsters met gloeiende ogen. Vreemde objecten en wezens kunnen volgens de verslagen materie aannemen en weer onstoffelijk worden, zoals ook de ufo’s en hun bestuurders kunnen verschijnen en verdwijnen.”

Hoewel Sagan en Keel de Bijbel niet noemen, sluiten hun beschrijvingen aan bij de Bijbelse realiteit van de „geestelijke boosheden in de lucht” (Efeze 6:12), vindt Bates. „Maar om die te zien, hebben we een geestelijke bril nodig.”

„Het is duidelijk dat de ruimtewezens de God van de Bijbel kennen, anders zouden ze niet zo veel moeite doen hun slachtoffers van het tegendeel te overtuigen. Eenvoudig gezegd: ze zijn de geest van de antichrist. Satan presenteert zich bij de ontvoeringen als een engel des lichts; ufo’s zijn ook vaak lichtgevende objecten. Satan pretendeert zijn slachtoffers te willen helpen en hen tot goden te willen maken. Deze leugens vormen ook het centrale thema van de newage-ideologie”, aldus Bates.

Topwetenschapper

De ontvoeringen zijn volgens hem een satanische illusie. „De ervaringen zijn echt, maar bieden uiteindelijk niet anders dan een schijnvertoning, met een vooropgezet doel. Satan kan de Bijbel lezen als ieder ander. Als hij dat doet, leest hij dat hij eens ten onder zal worden gebracht. Het is geen wonder dat hij probeert zo veel mogelijk mensen te misleiden; en hij haat christenen die de Bijbel letterlijk nemen. Dat is evenmin een verrassing. Hij voert een enorme geestelijke oorlog om de zielen van de mensen.”

Veel prominenten in de newagebeweging claimen direct contact te hebben met buitenaardse wezens. Zij worden ”contactees” genoemd en treden op als profeten van de ruimtewezens.

Bates: „Wat we om ons heen zien, is ontluisterend. Niet slechts een handvol spirituele mediums, parapsychologen, yogaleraren en excentriekelingen, maar ook topwetenschappers (Bates noemt geen namen, BvdD) zeggen contact te hebben met geestelijke wezens, de zogeheten Space Brothers – ruimtebroeders. Zij geloven dat deze zijn geëvolueerd tot goddelijke entiteiten met grote kennis en meer kracht dan mensen bezitten. Het vraagt weinig voorstellingsvermogen om te beseffen dat de mogelijkheid om contact te hebben met niet-lichamelijke wezens de deur wagenwijd openzet voor alle soorten van satanische misleiding.”

Dit is het derde deel in een serie over buitenaardse intelligentie. Woensdag deel 4.


„Abnormale inbeelding”

„Ik ben geneigd om de ontvoeringen in eerste instantie te zien als een zaak van abnormale psychologie en inbeelding. Het is werkelijk ongelooflijk wat mensen zichzelf en anderen wijs kunnen maken”, reageert dr. Robert Doornenbal, docent theologie en cultuur van de Christelijke Hogeschool Ede (CHE).

Tegelijk geeft de insteek van de Amerikaanse evangelist Gary Bates hem wel te denken. „Het is immers waar dat de duivel zich kan voordoen als een engel des lichts. Waarom dan niet als een alien? Maar ik kan en wil hier verder geen stellige uitspraken over doen. Ik weet het domweg niet.”

Doornenbal zelf heeft nog nooit iemand ontmoet die zegt te zijn geweest ‘ontvoerd’. „Überhaupt ken ik niemand die ooit iets heeft gehad met aliens; wel ken ik een enkeling, meestal een student van buiten de CHE, die op basis van tv-series en documentaires gelooft dat aliens bestaan.”


„Relatie met Genesis 6”

Mart-Jan Paul, hoogleraar Oude Testament aan de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven, geeft aan het verschijnsel niet te kennen uit persoonlijke verhalen of hulpvragen. „Maar wel vanuit de literatuur.”

Het verrast hem wel dat er een kennelijke overeenkomst bestaat tussen de seksuele contacten van aliens met hun ontvoerden en de joodse en vroegchristelijke uitleg van Genesis 6:1-4. Volgens deze verklaring zouden ”Gods zonen” (bene elohim) gevallen engelen zijn die zich seksueel vermengden met de ”dochteren der mensen”, waardoor hybriden, de ”reuzen” (nephilim), op aarde verschenen.

De meeste verklaarders in de traditie van de Reformatie schuiven deze opvatting echter terzijde als „niet waarschijnlijk.” In Job 1:6 en 38:7 wordt de benaming ”kinderen Gods” (bene elohim) gebruikt in de betekenis van (goede) engelen. Duivelen worden in Efeze 2:2 ”macht” en ”geest” genoemd en in Efeze 2:6 ”geestelijke boosheden”. Uit de Bijbel blijkt niet dat boze geesten seksueel verkeer kunnen hebben met mensen.


„Angst voor technologie”

„Ik heb veel onderzoek gedaan naar esoterie, occultisme, astrale reizen en new age; maar mensen die ontvoerd zijn door aliens ben ik nog niet tegengekomen”, aldus Stef Aupers, hoogleraar mediacultuur aan de Katholieke Universiteit Leuven.

Hij ziet wel een lijn lopen in de manier waarop mensen vroeger dachten over geesten en demonen naar de seculiere ideeën over aliens. „In beide gevallen gaat het over wezens waarvoor je bang zou moeten zijn.”

Aupers wijst daarnaast op het boek ”Aliens in America” van Jodi Dean, parttimehoogleraar filosofie aan Erasmus Universiteit Rotterdam. Dean betoogt daarin dat mensen steeds meer vervreemden van technologie en van de medische wetenschap. „Mensen weten niet meer wat er achter die hoge ziekenhuismuren gebeurt. Ze beleven hun angsten voor de wetenschap in hun fantasieën als ontvoeringen door aliens die hen opensnijden en hen doorsteken met scherpe voorwerpen”, licht Aupers toe. „De alien is letterlijk de vreemdeling die hun lichaam binnendringt. Dat kan heel beangstigend zijn.” Het aardige van deze theorie is dat deze ook empirisch onderzocht kan worden, vindt de hoogleraar.


Ooggetuigen op een rij

In de ufologie wordt de ervaring van een ooggetuige van een ufo een ”close encounter” (CE) genoemd. Astronoom en ufo-onderzoeker J. Allen Hynek stelde in zijn boek ”The UFO Experience. A Scientific Inquiry” een classificatie van ooggetuigen in drie niveaus voor. Zijn medewerker Jacques Vallée breidde deze classificatie uit tot ”close encounters van de zevende rang”.

CE’s van de eerste rang beweren een ufo te hebben gezien op minder dan 500 meter afstand. Ze kunnen het apparaat gedetailleerd beschrijven.

CE’s van de tweede rang geven aan bij de ufowaarneming effecten te hebben waargenomen, zoals storingen in een elektronisch apparaat.

CE’s van de derde rang hebben in de ufo een wezen waargenomen, zoals een humanoïde, een robot of een mens.

CE’s van de vierde rang betreft mensen die zeggen te zijn ontvoerd door een ufobemanning.

CE’s van de vijfde rang maken melding van directe, vrijwillige communicatie met buitenaardse intelligentie.

CE’s van de zesde rang zeggen de dood van een mens te kunnen associëren met de waarneming van een ufo.

CE’s van de zevende rang zijn betrokken geweest bij de creatie van een hybride, een kruising tussen een mens en een alien.