#MeToo-verhalen zijn er ook veel in de gereformeerde gezindte

De persoon op de foto heeft geen relatie met het artikel. beeld André Dorst

De stroom schokkende verhalen over seksueel misbruik die de #MeToo-beweging op gang bracht, hield de afgelopen weken niet op. Niet alleen acteurs, tv-producenten en Europarlementariërs kunnen hun handen niet thuishouden, verkrachten vrouwen en dwingen mannen tot seksueel contact. Die verhalen zijn er ook in de gereformeerde gezindte.

Bijna 400 slachtoffers van seksueel misbruik deden in anderhalf jaar tijd hun verhaal bij het Reformatorisch Meldpunt. De meeste gingen over misbruik in de familiekring.

2017-11-04-accVVP3-metoo-5-FC_web#MeToo in de refowereld: wie doorbreekt het zwijgen?

Ook bij de christelijke ontwikkelingsorganisatie Tear kwamen verhalen binnen over (seksueel) geweld van vrouwen uit de gereformeerde gezindte, nadat in juni het project Resister startte om dat probleem onder christenen in kaart te brengen. Waarom Tear zich hiermee bezighoudt? „We hebben in derdewereldlanden ervaring met de aanpak van dit soort geweld. Die kennis willen we in Nederland delen”, zegt een woordvoerster.

Dan zijn er nog de kerkelijke instanties die met tientallen gevallen aan de slag moesten. Het Meldpunt Seksueel Misbruik in Kerkelijke Relaties, waarin onder meer de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Hersteld Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt participeren, gaf vorig jaar in maar liefst 79 situaties advies en begeleiding. Bij tien meldingen van misbruik was een kerkelijke functionaris betrokken. Het meldpunt van onder meer de Protestantse Kerk kreeg vijf nieuwe meldingen van seksueel misbruik in een pastorale of gezagsrelatie. In 2015 waren dat er negen.

Hoeveel meldingen de adviescommissie bij seksueel misbruik in kerkelijke en/of pastorale relaties van de Gereformeerde Gemeenten heeft binnengekregen sinds de oprichting in 2015, wil de voorzitter, ds. F. Mulder uit Rhenen, niet zeggen. „Ik heb nu niet het mandaat om deze vertrouwelijke informatie naar buiten te brengen. Maar we zijn wel aan het werk geweest, dat is heel duidelijk.”

Sinds een synodebesluit dit voorjaar kent de commissie twee „toegangspoorten” in plaats van één. „Eerst konden slachtoffers zich alleen melden via de kerkenraad. Dat bleek een te hoge drempel. Slachtoffers gingen de commissie rechtstreeks benaderen, maar dat mag niet.” Nu kunnen slachtoffers ook via drie hulpverleningsinstanties naar de commissie.

De commissie past vervolgens hoor en wederhoor toe. In een rapport, waaruit moet blijken of de klacht terecht is, adviseert de commissie de kerkenraad over hoe op te treden, ook naar de dader toe. „Wij zijn er niet in eerste instantie voor het slachtoffer, maar voor het advies aan kerkenraden. Wat niet betekent dat we geen oog hebben voor slachtoffers.”

Het meldpunt van onder meer de CGK en de HHK staat daar anders in. „Wij zijn een onafhankelijke stichting, die geen inhoudelijke verantwoording schuldig is aan de kerken”, legt preventiemedewerker Ineke van Dongen uit. „Juist dat maakt melden mogelijk. Slachtoffers zijn vaak hun vertrouwen in de kerk kwijt, omdat die tekortgeschoten is bij misbruik in kerkelijke of pastorale relaties. Slachtoffers kunnen rechtstreeks bij ons terecht.”

Gaat het om een strafbaar feit, dan vindt het meldpunt dat de zaak altijd bij justitie thuishoort. „Maar de klager moet zelf aangifte willen doen.” Daarnaast heeft het meldpunt een klachtencommissie voor zaken die juridisch niet of lastig aanvechtbaar zijn. Een kerkenraad moet volgens haar uitspraak handelen.