#MeToo in de refowereld: wie doorbreekt het zwijgen?

De persoon op de foto heeft geen relatie met het onderwerp. beeld RD, André Dorst
4

Ze zijn vaak de eersten aan wie slachtoffers van seksueel misbruik via WhatsApp of chat hun verhaal doen. Zonder dat de vrijwilligers van het Reformatorisch Meldpunt weten wie ze zijn. „Doordat hulpvragers anoniem blijven, heeft het geen directe consequenties als ze contact opnemen. De drempel moet zo laag mogelijk zijn”, vindt oprichtster Berna van der Zouwen-de Ruiter. Vaak hebben slachtoffers volgens haar steun nodig om verder met hun verhaal naar buiten te komen en de stap naar de hulpverlening te zetten. „We proberen hen daarvoor toe te rusten.”

Drempels om het zwijgen te doorbreken zijn er genoeg. „Loyaliteit bijvoorbeeld, vooral als het misbruik binnen de familie speelt. Maar ook schuldgevoelens – iets waar daders handig op inspelen: „Je wilt het zelf ook.” Uiteraard niet terecht, maar het werkt wel.” Ook schaamtegevoelens, dreigementen van de dader en angst voor wat er gebeurt na openheid zijn belemmeringen.

ADorst-12116-ACC-HashtagMeToo-01_web#MeToo-verhalen zijn er ook in gereformeerde gezindte te over

De kerk zou mensen moeten aanmoedigen om te spreken over seksueel misbruik, vindt Annet Alagbe-Speelberg, die zeven jaar werkte bij de zedenpolitie in Amsterdam. Sinds een jaar of twintig verzorgt ze trainingen voor politiemensen, ouders en kerkleiders over het voorkomen, herkennen en aanpakken van huiselijk geweld en seksueel misbruik. Ook trainde ze de vrijwilligers van het Reformatorisch Meldpunt.

Het is altijd moeilijk voor het slachtoffer om met zijn verhaal naar buiten te komen, weet ze. „Juist de kerk moet dan een warme, veilige plek zijn waar je terechtkunt, waar mensen luisteren, waar geheeld wordt wat gebroken is.” Een kerk behoort volgens haar altijd het verhaal en de emoties van het slachtoffer serieus te nemen. „Ook al heb je twijfels over de feiten. Waar moet het slachtoffer anders heen als het niet terechtkan in de kerk?”

Uiterst vriendelijke mensen

De eigenaar van trainings- en adviesbureau Speelberg wijst erop dat daders naar buiten toe vaak uiterst vriendelijke en sociaal vaardige mensen zijn. Mensen van wie je je niet kunt voorstellen dat zíj zoiets doen. „Waarheidsvinding is niet aan een dominee of ouderling. Ik heb binnen de kerk nog nooit meegemaakt dat een beschuldiging van seksueel misbruik niet waar was.”

Seksueel misbruik is niet zomaar een misstap. „De kerk moet het benoemen als een groot kwaad en een groot onrecht. God haat onrecht. Daarom moet het in het licht gebracht worden.” Hoe een kerk slachtoffers van seksueel misbruik veiligheid kan bieden? Het allerbelangrijkste is volgens Alagbe dat het onderwerp vanaf de kansel besproken wordt. „Dan weet het slachtoffer dat hij bij de predikant terechtkan. Hoor je weleens een preek over Amnon en Tamar?”

Een vertrouwenspersoon aanstellen in de kerk, leiders trainen op het signaleren en voorkomen van seksueel misbruik, zijn andere adviezen. „Screen mensen met kerkelijke functies door hen een verklaring van goed gedrag te laten overleggen. En zorg dat ze een gedragscode ondertekenen waarin staat wanneer iemand zich in de gevarenzone bevindt.”

Vergeving en aangifte

Vergeving is een thema dat breed speelt onder slachtoffers in de gereformeerde gezindte, valt Van der Zouwen op in de hulpvragen van het Reformatorisch Meldpunt. „Het is voor slachtoffers heel pijnlijk en schadelijk als daarop al vrij snel de nadruk wordt gelegd. Het zou hen enorm helpen als dit onderwerp eerst een poosje blijft rusten. Pas veel later in het proces mag vergeving aan de orde komen. Wat mij betreft mag het slachtoffer daarin leidend zijn.”

Aangifte doen stimuleert het meldpunt niet. „Maar als mensen die keuze maken, staan we achter hen en bemoedigen we hen. Aangifte doen is een recht van het slachtoffer.” Dat vindt ook Alagbe. „Seksueel misbruik is een misdrijf. De kerk mag dus nooit de dader de hand boven het hoofd houden of de zaak onder het tapijt schuiven.”

De drempel om aangifte te doen, is hoog. Slechts een op de negen slachtoffers zet die stap. Sommigen zien zo op tegen een rechtszaak dat ze ervan afzien. Iemand moet goed weten waar hij aan begint, vindt Van der Zouwen. „Als een dader ontkent, is het heel moeilijk om hem veroordeeld te krijgen.” Vooral na verloop van tijd wordt de bewijslast moeilijker. Alagbe: „Zelfs al vindt de politie sperma, dan nog kan een zedendelinquent zeggen: Zij wilde ook.”

Toch adviseert de trainer om aangifte te doen: een dader stopt vrijwel nooit uit zichzelf en maakt wellicht andere slachtoffers. Seksuele misdrijven met kinderen onder de zestien verjaren niet. Bovendien: seksueel contact is altijd strafbaar als er sprake is van een machtsverhouding –ouder en kind, leraar en leerling, leidinggevende en ondergeschikte– ook als zij er vrijwillig in zijn gestapt. In het geval van incest beschouwt de rechter moeders tegenwoordig als medeplichtig als zij van misbruik binnen hun gezin afwisten, maar geen actie hebben ondernomen.

Zowel Alagbe als Van der Zouwen is blij met de aandacht die #MeToo vraagt voor seksueel misbruik. „Openheid is nodig om je verhaal te durven delen. Dat hoeft niet per se via sociale media, maar het is wel belangrijk om ermee naar buiten te komen. Iets wat je voor jezelf houdt, kun je niet verwerken. Achteraf zeggen slachtoffers altijd: Praten helpt.”

De persoon op de foto heeft geen relatie met het onderwerp. beeld RD, André Dorst

Waarom ik aangifte deed van verkrachting

Ik ga nooit meer naar de kerk, denkt Sophie als tiener. De nu 36-jarige vrouw krijgt de wind van voren als ze aangifte wil doen van verkrachting. Haar kerkelijke gemeente probeert zelfs te voorkomen dat de dader voor de rechter belandt. „Een ouderling zei letterlijk dat ik niet moest vergeten ook voor hem te bidden. Ik was ontzettend boos. Wat je eigenlijk terugkrijgt is: het valt wel mee; het is voor hem ook heel erg. Maar wie is nou het slachtoffer: jij of hij?”

De gebeurtenissen zelf heeft Sophie achter zich gelaten. Ze wil er niet weer op aangesproken worden. „Ik heb nu als moeder de verantwoordelijkheid voor vier kinderen, die ik hier pertinent buiten wil houden”, verklaart ze haar keuze voor anonimiteit.

Het is haar therapeut die voorstelt om aangifte te doen als Sophie er twee jaar na de traumatische gebeurtenissen mee voor de dag komt. „Het misbruik ging ver en moest gestopt worden.” De kerkenraad vindt dat de twee het in een gesprek moesten oplossen.

Toch zet ze door. Wat de doorslag gaf? „Het voorkomen van meer slachtoffers. Wat hij bij mij had gedaan, kon hij ook bij anderen doen. Als ik mijn mond niet opendeed, wie dan wel? Met het belang van de dader was ik niet zo bezig, maar dat kwam ook door mijn leeftijd.”

De familie van de dader is geschokt, net als de reformatorische kerk waaruit hij afkomstig is. Uit de gemeente waarvan Sophie lid is, krijgt ze slechts één kaart. „Hij was het slachtoffer en ik had het gedaan. Op één ouderling na negeerde de kerkenraad mij. Met de dader had de kerk wel contact.” Sophie verwacht dat die houding zal veranderen na een veroordeling, maar dat blijkt valse hoop. „Ik had niet het gevoel dat ik geloofd werd. Blijkbaar moest ik het gevoel houden dat ik dit nooit had moeten doen.”

Schuldgevoelens

Tegenover de zedenrechercheur doet ze haar verhaal. Tot in detail. Heftig? „Natuurlijk. Je wordt helemaal doorgezaagd. Tegelijk was het heel prettig om alles in alle rust te vertellen. Als ik even niet meer wilde, was dat ook goed.” De bevestigende reactie van de rechercheur –„Dit is niet normaal, dit is echt heel erg”– helpt haar enorm. „Net als veel slachtoffers kampte ik met schuldgevoelens. Je denkt al snel zelf medeveroorzaker te zijn, of iets te hebben gedaan waardoor de dader zijn gang kon gaan.”

De dader bekent tijdens het politieverhoor, al beweert hij dat er geen sprake was van dwang. Alles zou met wederzijds goedvinden zijn gebeurd. „Ga dan maar jouw gelijk bewijzen. Niemand is er verder bij geweest.” Onder meer het leeftijdsverschil van 25 jaar maakt dat de rechter –ook in hoger beroep– toch tot een veroordeling komt.

Terugkijkend heeft Sophie „absoluut geen spijt” dat ze, ondanks alle weerstand, naar de politie is gestapt. „De veroordeling geeft een stuk vergelding en erkenning voor wat jou is aangedaan. Het helpt bij de verwerking, al is therapie altijd nodig om erbovenop te komen – of je nu aangifte doet of niet. Het is waardevol als de rechter stelt dat hij fout zat en dat jij door hem misbruikt bent. Dat vermindert je schuldgevoelens.”

Met haar verhaal wil ze andere slachtoffers aanmoedigen om aangifte te doen. Omdat daders vaak meerdere slachtoffers hebben. En omdat zij moeten aangesproken worden op hun gedrag en inzien dat dit niet kan. „Er moet rechtvaardigheid geschieden. Je bent vernederd, gekwetst.” En de dader en zijn gezin dan? „Jij hoeft jezelf niet ondergeschikt te maken aan het belang van een ander. Dat is al gebeurd toen je misbruikt bent.” Wat helpt in dit proces: mensen in je omgeving die achter je staan.

Ja, de verhoren zijn intensief. „Maar je zit wel tegenover rechercheurs die er voor jou zijn en aan jouw kant staan. Samen met jou willen ze de feiten boven tafel krijgen, zodat de dader op de plek komt waar hij hoort. Veroordeling betekent een stuk vergelding. Al staat dat nooit in verhouding: jij hebt levenslang. Ook ik moet leven met de gevolgen die er bij tijden nog steeds zijn.” Vrijspraak is een risico, erkent ze. „Daarom is het belangrijk om niet lang te wachten met een aangifte. Dan is de kans groot dat er nog bewijslast is.”

De persoon op de foto heeft geen relatie met het onderwerp. beeld RD, André Dorst

Waarom ik mijn mond houd over misbruik

„Zoiets kan spelenderwijs gaan en komt toch vaker voor in families?” Die reactie krijgt Josephine, nu een jonge moeder van drie kinderen, als ze na jaren voor het eerst aan iemand vertelt dat ze als tiener seksueel is misbruikt door een familielid. Daarna besluit ze er het zwijgen toe te doen. Als de gebeurtenissen tien jaar later weer bovenkomen, zet Josephine de stap naar de hulpverlening. Daar leert ze in vrij korte tijd de gebeurtenissen te verwerken. „De erkenning van het misbruik en de gevolgen daarvan, heeft me heel goed gedaan. Het werkte genezend”, vertelt ze.

Met haar hulpverlener denkt ze ook na over wat ze met de zaak wil. „Heel bewust heb ik ervoor gekozen om de dader niet te confronteren met zijn daden. Daar heb ik nog steeds vrede mee. Ik heb er geen behoefte aan, omdat ik geen boosheid tegenover hem voel. Ik gun hem en zijn gezin rust. Verder vraag ik me af wat zo’n confrontatie voor mij zou veranderen. Zelf kan ik er aardig mee leven. Daarnaast: als ik in mijn eigen boze hart kijk, zie ik eenzelfde gevallen mens.”

Omdat het om zoiets teers gaat, heeft Josephine geen behoefte om veel mensen te vertellen over haar ervaringen. Angst voor veroordeling speelt daarbij mee. „Mensen hebben geen idee wat zoiets met je kan doen en kunnen daardoor onhandig reageren.” Daarnaast wil ze niet dat de naam van de dader door het slijk wordt gehaald, omdat het om een familielid gaat. Volgens Josephine is het belangrijk dat slachtoffers zich afvragen welk doel ze hebben met het vertellen van de gebeurtenissen. „Kun je het aan als de dader ontkent? Of als je niet geloofd wordt?”

Veel reformatorische slachtoffers dúrven ook geen #MeToo te zeggen, denkt ze. „Naar mijn idee heerst er nog een doofpotcultuur binnen de gereformeerde gezindte. Mensen vinden het moeilijk om te reageren tegenover iemand die misbruikt is. Terwijl het zo kan helpen als je het gewoon aangeeft dat je even niets weet te zeggen, of alleen aangeeft: „Dit raakt me, tjonge!””

Josephine is blij dat ze hulp zocht voordat ze haar man leerde kennen. „Dat maakte me stabieler.” De drempel naar de hulpverlening is voor veel mensen vrij hoog, meent ze. „Ik zie vaak schaamte om hulp te zoeken. Terwijl hulpverleners mensen zijn die de Heere inzet om anderen verder te helpen en juist ook om gebroken relaties te helen. Je bent beschadigd op het kwetsbaarste gebied van je lichaam. Verwerking kan veel helen. Hulpverleners komen met zo veel zaken in aanraking dat je je niet hoeft te schamen.” Gedachten als „dat los ik zelf wel op”, of „ik stop het weg”, zijn volgens haar gemiste kansen voor herstel.

Seksuele voorlichting

Postief vindt ze dat #MeToo aandacht vraagt voor seksueel misbruik. „Vrouwen die met hun verhaal naar buiten komen, hebben lef. Je bent zo kwetsbaar op dat gebied. Je mag hopen dat anderen respectvol met jouw verhaal omgaan.” Tegelijk vraagt ze zich af wat mensen willen bereiken met #MeToo. Vroegtijdige seksuele voorlichting in het gezin, seksualiteit bespreekbaar maken en als ouder alert zijn op signalen, zijn volgens haar betere oplossingen. „Besef dat het ook in jouw gezin kan gebeuren. Als je dochter zich uitdagend gaat kleden en zwaar gaat opmaken, of als ze mannen of lichamelijke aanraking uit de weg gaat, kunnen dat signalen van seksueel misbruik zijn.” Volgens Josephine een aanleiding om te proberen dieper in de gevoelswereld van je kind te komen.

Zelf probeert ze in de opvoeding niet te krampachtig gericht te zijn op de seksuele belevenissen van de kinderen. „Ik waarschuw mijn kinderen wel, maar hoop dat ze seksualiteit vooral zien als iets gezonds en moois wat door de Heere geschapen is. Ook vertel ik mijn dochters dat het belangrijk is dat we ons als vrouw niet uitdagend kleden waardoor we de aandacht van mannen trekken.”

De toekomst legt ze in Gods hand. „Hij weet wat goed voor ons is. Hij maakt kromme wegen recht en juist kromme wegen wil Hij gebruiken om dichter aan Hem te verbinden. De Heere heelt de gebrokenen van harte. En Hij verbindt ze in hunne smarte.”

De geïnterviewde personen zijn geanonimiseerd.