Als je drone in duigen valt

Stefan Juffermans. beeld RD
6

Hoe haal ik de vijandelijke drone zo snel mogelijk uit de lucht? Dat was dinsdag de vraag voor acht elkaar bevechtende teams. De politie volgde de wedstrijd op de voet.

Fel zoemend komen een paar drones van de vloer. Pijlsnel verdwijnt een van de minihelikoptertjes in een gang vol rook. Verderop knallen twee drones tegen elkaar. Een ander exemplaar slaat tegen de vloer. Je drone in duigen. Brokstukken vegen maar.

drones

Welkom op de eerste DroneClash in Nederland: een wedstrijd waarbij teams elkaars drones uit de lucht proberen te halen. In een hangar op voormalig vliegkamp Valkenburg (bij Katwijk) strijdt een achttal ploegen tegen elkaar. Onder de makers én piloten van de drones zijn nogal wat studenten ruimtevaart- en luchtvaarttechniek.

Gevangenis

Het drone-evement heeft de interesse van de politie. Diverse agenten vergapen zich aan het technisch vernuft. De sterke arm zoekt namelijk naar slimme technieken waarmee verdachte drones kunnen worden gestopt.

Bijvoorbeeld als zo’n op afstand bestuurbaar helikoptertje vliegt boven verboden gebied nabij een luchthaven, zegt Mark Wiebes van het team innovatie van de politie. Hij geeft nog een voorbeeld. „In het buitenland gaan verhalen dat drones in gevangenissen illegale spullen afleveren. Zoals drugs, wapens of communicatieapparatuur. De politie wil daartegen optreden.”

Met de opmars van de drone neemt het aantal gevallen van ongeoorloofd gebruik van het onbemande helikopterje ook toe. In 2017 deden zich 140 geregistreerde incidenten met drones voor. In 2016 stond de teller nog op zo’n honderd. In „sommige gevallen” trad de politie op. Wiebes wil niet kwijt of, en zo ja hoe vaak de politie drones uit de lucht haalde.

De politie heeft diverse mogelijkheden om drones een halt toe te roepen, legt Wiebes uit. Misschien wel de doeltreffendste methode: de piloot opsporen en die verzoeken zijn drone naar de grond te brengen.

Halt toeroepen

Daarnaast kan een drone met een net worden gevangen. „Zo’n net kun je vanaf de grond met een luchtdrukwapen afschieten.” Een andere mogelijkheid is dat de politie het besturingssysteem hackt, dus als het ware de joystick overneemt.

Weer een ander optie is het verstoren van het stuursignaal met elektromagnetische middelen. „Maar daarmee verstoor je de radiocommunicatie. Dat mag de politie niet zomaar doen. Het levert schade op, die zeker in de buurt van een luchthaven riskant is.”

Amper anderhalf jaar geleden repte de politie nog van de inzet van roofvogels die drones uit de lucht plukken. Achter dat project is echter een punt gezet. „De vogels zijn met pensioen. De dieren konden inderdaad drones uit de lucht halen. Het was een innovatief experiment. Maar het is nog wat anders om dan de roofvogelmethode in de politieorganisatie in te voeren. Dan moeten er ook trainers komen. Al met al was het geen haalbare kaart om met de roofvogels door te gaan.”

Brandweer

Autoriteiten hebben steeds meer behoefte aan technologie om verdachte drones te kunnen opsporen en zo nodig uit te schakelen, zegt Bart Remes, dronedeskundige aan de Technische Universiteit Delft en organisator van de wedstrijd. „Als er brand is, wil de brandweer met een drone boven de vuurzee kunnen hangen. Maar de brandweer zit niet te wachten op bijvoorbeeld journalisten die hun drone daar dan ook de lucht in sturen, terwijl dat op dat moment voor hen verboden is. Het luchtruim moet veilig zijn. Een traumahelikopter moet er goed kunnen landen.”

De noodzaak van orde in het luchtruim wordt steeds belangrijker, betoogt Remes. „Wellicht bezorgt bijvoorbeeld webshop Amazon steeds vaker pakketjes met drones. Dan onderstaan er highways in the sky: snelwegen in de lucht. Van belang is dat er in de lucht ruimten zijn waar bijvoorbeeld traumahelikopters niet gehinderd worden.”

Harde grond

Het zit Stefan Juffermans (25), student lucht- en ruimtevaarttechniek in Delft, niet mee. Zijn team is uitgeschakeld. De eerste prijs van 30.000 euro gaat aan hun neus voorbij. Een van hun drones („die komt grotendeels uit de 3D-printer”) kwam niet van de grond. Een zender werkte niet. Een andere drone van het team stortte neer. „Die grond is vrij hard en daar kan onze drone niet goed tegen.” Maar niet getreurd: Stefan en zijn maten vonden het „heel cool” om maandenlang aan de drones te knutselen.

Geert Folkertsma (29) en zijn team schoppen het verder en zijn door naar de volgende ronde. „We hebben gekozen voor een robuuste, wendbare drone met niet al te vernuftige gadgets”, zegt Folkertsma, die robotica aan de Universiteit Twente doceert en bij een bedrijf werkt dat robotvogels maakt. „Onze tactiek was om meteen hard in te vliegen op onze tegenstander. Na twee keer rammen ging een drone naar de grond.”