-

Over de schepping en de zonde van de mens

Artikel 12

Schepping: de Vader heeft door Zijn Zoon hemel, aarde en schepselen uit niets geschapen. Doel van het schepsel is het dienen van de Schepper. God dient de mens door de schepping te onderhouden en te regeren, zodat de mens zijn God kan dienen. Ook engelen zijn goed geschapen: het zijn geesten, boodschappers van God en een hulp voor de uitverkoren mensen. Sommige engelen zijn gevallen en duivelen geworden. Dit zijn de vijanden van God. Ze willen alles verwoesten en verderven, maar zullen straks zelf eeuwig verdoemd en gepijnigd worden.

Artikel 13

Gods voorzienigheid en regering: God heeft de schepping niet aan het toeval overgelaten. Hij regeert alles, buiten Zijn heilige wil om gebeurt er niets. God is echter niet de bedenker en de schuldige van de zonde, hoewel er niets buiten Hem om gaat. Zijn macht en goedheid zijn zo groot dat Hij altijd rechtvaardig is, ook al zijn mensen en duivelen onrechtvaardig. Het verstand van mensen is te beperkt om alles wat God doet, te begrijpen. De mens moet dat ook niet willen, maar juist tevreden zijn met wat in de Bijbel staat. Gods Vaderlijke zorg, dat de mens niets zomaar of toevallig overkomt, is een troost in het leven. Zonder Zijn wil kunnen vijanden en duivelen geen schade doen.

Artikel 14

Schepping, val en verdorvenheid van de mens. God schiep de mens uit het aardse stof naar Zijn beeld: goed, rechtvaardig en heilig. De wil van God en de mens kwamen overeen. De mens luisterde echter naar de duivel, onderwierp zich aan de zonde en scheidde zich van God af. Zijn natuur is volledig verdorven (lichamelijk en geestelijk) en daarom is iedereen schuldig aan de lichamelijke en geestelijke dood. Alle goede gaven van God zijn weg op enkele kleine overblijfsels na, die de mens direct schuldig stellen vanwege de kennis hiervan. Heeft de mens dan geen vrije wil om het goede te kiezen? Nee, de mens is een slaaf van de zonde. Christus zegt: Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader Die Mij gezonden heeft, hem trekke. Daarnaast is het bedenken van hetgeen vleselijk is, vijandschap tegen God. Al het goede dat in de mens is, is van God Zelf. God werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen. Het verstand en de wil van de mens zijn alleen dan goed, als Christus die Zelf heeft vernieuwd. Hij zegt dan ook: Zonder Mij kunt gij niets doen.

Artikel 15

Erfzonde: de ongehoorzaamheid van Adam komt voor rekening van alle mensen. Zelfs ongeboren baby’s zijn al besmet met schuld. Deze erfzonde is ook een wortel van alle andere verkeerde dingen in het leven. Voor God is dit alles zo gruwelijk dat alle mensen rechtvaardig verdoemelijk zijn voor Hem. De uitwendige doop wast deze schuld niet weg, want het hart is een onzalige fontein waar alle zonden en ongerechtigheid als water uitkomen. Toch worden Gods kinderen hierom niet veroordeeld, want hun zonden worden door Gods genade en barmhartigheid vergeven. Dit is overigens geen reden om in de zonde te blijven leven, maar wekt juist een verlangen om van het zondige lichaam verlost te worden.

----

Over Gods eeuwige verkiezing

Artikel 16

Gods eeuwige verkiezing: alle nakomelingen van Adam hebben de dood verdiend. God laat zich kennen als barmhartig en rechtvaardig. Barmhartig omdat Hij mensen van het verderf verlost die Hij in Zijn eeuwige en onveranderlijke raad uitverkoren heeft in de Heere Jezus, zonder rekening te houden met wat ze wel of niet doen. Rechtvaardig omdat hij anderen rechtvaardig in hun verderf laat, waar ze zelf voor gekozen hebben.


-

Vandaag deel 2: artikel 12 t/m 16. Volgende week zaterdag deel 3. Zie puntuit.nl/belijdenis voor het eerste deel.