De klok is verzet, dus het is al pikkedonker als maandag rond kwart over zeven de eerste zangers zich verzamelen bij woon-zorgcentrum Hof Cruninghe in Kruiningen. Ze komen uit de directe omgeving van de zorginstelling en vormen met elkaar een interkerkelijk gezelschap.

Een pick-up van het bedrijf Metselherstel.nl parkeert voor de ingang. In de laadbak staat een piano, die met een elektrische pompwagen de centrale hal van het verzorgingstehuis wordt binnengereden. Metselaar Geert-Jan Hoekman (21), ook kerkorganist van de gereformeerde gemeente in Rilland, neemt plaats op het houten krukje achter het bekraste en gebutste instrument. Zijn vingers dansen over de toetsen als hij het lied van Sela ”Ik zal er zijn” inleidt. Even later openen de dertig zangers hun mond en verandert de overdekte hal in een klankkast. De omloop wordt een tribune als oude bewoners, steunend op het hek of zittend op hun rollator, genieten van de muziek.

Ook op de begane grond tegenover de zangers hebben zich een zestal ouderen geïnstalleerd. Met fleecedekens zijn ze gewapend tegen de kou. Een vrouw onder een paarse deken staart naar een A4-papier dat op haar schoot ligt en waarop de liederen zijn afgedrukt. Haar buurvrouw, tot haar nek ingestopt onder een witte deken, wiegt haar hoofd op het ritme van de muziek zachtjes heen en weer. „De liederen die het koor zingt, kende ik vroeger ook. Ze zijn weggezakt, maar nu hoor ik ze weer.”

Het idee om te zingen voor ouderen stamt uit de eerste lockdown, legt initiatiefnemer Julian Houtman, een vriend van Geert-Jan Hoekman, uit. „Ik voelde me gebonden, als een vogeltje in een kooitje. Terwijl ik toch de hoop die in Christus is naar buiten wilde brengen. Zo kwam ik op het idee om een piano op een kar te zetten en zo te spelen en te zingen voor ouderen in verzorgingstehuizen.”

In een WhatsAppgroep deelde Julian de tijd en locatie van het eerste optreden. Wie mee wil doen, mag komen. Intussen heeft het zanggezelschap zo’n twintig optredens achter de rug. De christenen zongen niet alleen voor ouderen in een verzorgingstehuis, maar ook drie keer voor stervenden en bij jubilea. Altijd voor niets. „Van de fooien die we krijgen, stemmen we de piano”, zegt Geert-Jan. „Want het instrument heeft zwaar te lijden van de autoritjes.”

Geert-Jan vormt sinds twee jaar samen met zijn neef John (20) Duo Hoekman. John ontdekte als 6-jarige zijn passie voor zingen, Geert-Jan speelde al jong orgel. De neven uit Rilland-Bath gingen maar weinig met elkaar om. Dat verandert als Geert-Jan na een uitvoering van het christelijk samengesteld mannenkoor Zeeland nog even ”O, Holy Night” op het orgel speelt. Neef en tenor John gaat erbij staan om te zingen. Een filmpje van het improvisatieoptreden belandt op Facebook en de reacties van familie en bekende christelijke musici zijn lovend. Duo Hoekman wordt geboren. De neven starten een YouTubekanaal, waarop sommige video’s inmiddels ruim 20.000 keer zijn bekeken.

Het Duo Hoekman hoopt met zijn optredens iedereen, maar juist ook jongeren te bereiken. „Onze leeftijdsgenoten missen houvast”, zegt Geert-Jan. „Christelijke jongeren worden heen en weer geslingerd tussen verschillende visies en interpretaties van het geloof. En ondertussen woedt er een felle discussie over coronavaccinaties. Jongeren weten niet meer hoe het zit en wat ze moeten geloven. Er is verwijdering van God. Door te musiceren kunnen we laten horen dat het uiteindelijk gewoon een vreugde is om de Heere te dienen.”

Een deur achter het improvisatiekoor zwaait open. Een zangeres stapt opzij om de bewoonster erlangs te laten. Maar die schudt haar hoofd, draait haar rollator om en zijgt erop neer. De vrouw krijgt een stencil in haar handen gedrukt en zingt mee als het koor ”De dag door Uwe gunst ontvangen” inzet.

Na de oproep „Breek met de zonden, bekeert u tot Mij” schakelt Geert-Jan in zijn tussenspel moeiteloos over naar het ”Lichtstad met uw paar’len poorten”. Een man met grijze krullen wijst met glinsterende ogen omhoog als het nieuwe Jeruzalem wordt bezongen. De tenorstem van John jubelt boven alles uit. Na ”Een vaste Burcht” checkt John of het tafereel nog goed wordt vastgelegd op zijn telefoon, die op het statief in de hoek staat.

„Hij kan, en wil, en zal in nood/ zelfs bij het naad’ren van de dood/ volkomen uitkomst geven”, zingt de groep ten slotte op verzoek. Dan sterft de muziek weg. De verzorgenden rijden de eerste luisteraars alweer terug naar hun appartement. „Tot ziens”, wuift Julian. „Enne: God is goed!”

„Het is aan God om nu verder te werken”, zegt Geert-Jan. De zanggroep blijft in ieder geval maandelijks zingen, ook na corona, zegt het Duo Hoekman. John: „De mensen hebben het Evangelie straks niet minder nodig.”

 

De hele coronatijd nog nooit alleen geweest

Meneer Feijtel (87): „Ik heb alle liederen meegezongen hoor. Ik ken ze ook allemaal. Dat krijg je als je dertig jaar koster bent geweest van de vrije evangelische gemeente van Wemeldinge.

Wat hier vanavond gebeurde, moeten deze mensen veel meer gaan doen. Dat is nodig. Soms beweren de mensen die mij verzorgen dat ze niet geloven. Zogenaamd. Ik geloof daar niks van. Iedereen weet dat God bestaat. En wie moppert op het weer, moppert op de Heer.

Het koor heeft ”Er is een God die hoort” speciaal voor mij gezongen. Ik vind dat toch zo’n mooi lied. Waarom? Er is een God Die hoort!

Ze zeggen dat ouderen eenzaam zouden zijn geworden door corona. Nou, ik ben nooit alleen.” Met een bevende hand wijst Feijtel naar boven. „De Heere is altijd bij me.”

 

Kippenvel van schitterend gezang

Mevrouw Van Luijk (85): „Ik vind het prachtig wat deze mensen hier vanavond hebben laten horen. Ik zit zelf al lang op koren, nu op het christelijk gemengd koor De Hoekstem uit Yerseke. Wij zongen altijd veel in bejaardentehuizen, maar sinds corona zingen we niet meer. Er zitten veel oudere mensen op ons koor, en we willen het risico op een besmetting niet lopen.

Ik vind het fijn dat een van de zangers me hier vanavond mee naartoe heeft genomen. Tijdens de coronapandemie hebben ze bij mij in de straat ook gezongen. Dat was prachtig.

Ik zing graag en veel. Vroeger was er ook niet zo veel om te doen, dus dan ging je maar op een koor. De liefde voor muziek die toen ontstond, is me altijd bijgebleven. Het lied ”Welk een vriend is onze Jezus” vind ik wel het allermooiste. Dan krijg ik kippenvel.”