"Ik wilde altijd al automonteur worden", vertelt Bert-Jan. "Mijn broer heeft ook een garage. Toen ik tien was, liep ik daar al rond. En als ik met mijn opleiding klaar ben, ga ik bij hem aan de slag."

Bert-Jan zit in de vierde klas van het vmbo aan het Van Lodensteincollege in Hoevelaken. Sinds september gaat hij vier dagen per week naar school en loopt hij één dag stage bij autobedrijf Valkenburg in Veenendaal.

Vooral het afwisselende werk van een automonteur trekt Bert-Jan aan. "Er zijn geen twee auto''s hetzelfde. Het leuke van een algemene garage is dat ze auto''s van alle merken repareren. Werk je bij een Volkswagen-garage, dan krijg je alleen Golfjes en zo." De leerling wil alle auto''s wel repareren, maar houdt het meest van de merken Opel en Subaru. "Dat zijn makkelijke auto''s om aan te sleutelen."

Aan de wand bij de ingang van autobedrijf Valkenburg hangt een bord met werkorders waarop de reparaties staan vermeld. "Dan weten de monteurs wat ze moeten doen", zegt Bert-Jan. "Vooral een grote beurt vind ik mooi, dan kun je het meest aan een auto sleutelen."

Het liefst zou de vmbo-leerling elke dag in de garage werken, maar hij moet nog vier dagen naar school. Volgend jaar is het andersom: dan gaat hij vier dagen per week werken en één dag naar school. "Dan ga ik bij mijn broer werken. Die heeft ook een garage voor alle merken."

Bert-Jan vindt dat hij het meest van de praktijk leert. "Op school krijg je veel theorie. Je leert er wel hoe een auto in elkaar zit en waar alles van wordt gemaakt. Ook bespreek je hoe het tijdens de stage is gegaan."

Als je automonteur wilt worden, zijn de vakken Engels, Nederlands, natuurkunde/scheikunde en wiskunde verplicht. Bert-Jan: "In de praktijk merk ik niet zo dat ik die vakken nodig heb, maar misschien gebruik je ongemerkt toch de dingen die je op school leert."

E. Valkenburg, de eigenaar van het autobedrijf waar Bert-Jan stage loopt, vindt het belangrijk dat leerlingen in deze vakken onderwijs krijgen. "De elektronica in auto''s wordt steeds ingewikkelder. Daarom worden de eisen die wij aan een automonteur stellen ook steeds hoger."

Een monteur is vooral gewend met zijn handen te werken, maar hij moet steeds meer "meten, weten en nadenken", merkt Valkenburg.

De toekomstige automonteur wordt door de school intensief begeleid. Op de stageplek krijgt de leerling een begeleider toegewezen. Als er een reparatie moet worden gedaan, kijkt deze eerst naar de auto. Daarna mag de leerling aan de slag. Na afloop controleert de begeleider het werk en wordt de reparatie besproken.

"Maar dat is een leerling met ervaring", zegt Valkenburg terwijl hij naar Bert-Jan wijst. Deze vervangt net het luchtfilter van de Fiat.

Bert-Jan krijgt ook opdrachten mee van school, zodat hij alle kneepjes van het vak leert. Hij moet bijvoorbeeld een band kunnen verwisselen en een auto een grote beurt kunnen geven. Bij de opdrachten staan ook vragen die de leerling moet beantwoorden. Als alles klaar is, kan de begeleider de opdracht aftekenen.

Valkenburg zelf zit al meer dan 28 jaar in het vak, maar is nog lang niet op zijn auto''s uitgekeken. "Het beroep van automonteur verveelt nooit. Tegen een leerling die een vak moet kiezen zou ik zeggen: Auto''s repareren is mooi en boeiend werk."


Opleiding

  • Vooropleiding: Vmbo-kader
  • Plaats: Van Lodensteincollege in Hoevelaken
  • Studieduur: vier jaar
  • Gewenst vakkenpakket: Engels, Nederlands, natuurkunde/scheikunde en wiskunde