Geen laptops in de collegezalen, geen telefoons in de gangen. De Evangelische Hogeschool (EH) in Amersfoort mocht zich twee jaar geleden een van de eerste schermvrije scholen noemen. Toen het coronavirus half maart het fysieke onderwijs uitroeide, stuurde de school studenten eerst met wat opdrachten naar huis.

Een collega voorspelde directeur Els van Dijk: „Straks moet jij ook achter de laptop college gaan geven.” „Je denkt toch zeker niet dat ik dat ga doen?” reageerde zij. Tot ze voor een voldongen feit stond. Digitaal onderwijs was de enige overgeleven optie.

Online onderwijs heeft zeker een meerwaarde vergeleken met schriftelijk contact, zegt de directeur nu. „Ik geniet ook van de contacten tijdens colleges. Studenten missen het fysieke en blijven na afloop vaak ‘plakken’ om door te praten.” Toch blijft de beeldverbinding een hulpmiddel dat het „niet haalt bij het elkaar werkelijk in de ogen en in het hart kijken.”

Het scherm haalt de spontaniteit eruit, merkt Van Dijk. Veel non-verbale communicatie is weg. Via Zoom ziet ze weliswaar gezichten voor zich, „maar dat is maar een stukje van de mens.” Ze mist de gesprekken in de wandelgangen, en de student die na een college even meeloopt naar haar kamer. „Nu verdwijnt iedereen weer uit het beeldscherm en zit jij weer alleen – net als de studenten. Dat maakt het vormen van een gemeenschap onmogelijk.”

Tafeltennistafel

Voordelen ziet Van Dijk ook: bij vakken met een hoog theoretisch gehalte kun je veel meer mensen tegelijk bereiken met een college. „Wat je voorheen in drie groepen deed, kan nu in één keer.” Voor lessen over geloof en persoonlijke ontwikkeling is echter ontmoeting nodig.

De EH gaat volgend studiejaar daarom zoveel mogelijk offline doen. Het idee is nu –als het past– om op maandag en vrijdag onlinecolleges te geven. De overige drie dagen zijn er dan lessen op school in Amersfoort. „Dat voorkomt te veel mensen in de collegezalen én reizen in de spits”, legt Van Dijk uit. Om genoeg ruimte te creëren, gaat de school de kantine en ontspanningsruimte gebruiken voor colleges. „De tafeltennistafel en tafelvoetbaltafel die daar staan, mogen we voorlopig toch niet gebruiken.”

Van Dijk stelt dat haar school zich wil onderscheiden te midden van andere instellingen die hebben aangekondigd ook na de vakantie vooral online door te gaan. „We krijgen aanmeldingen van mensen die geen zin hebben om volgend jaar van achter hun laptop te studeren.” Ook is er animo van jongeren die een studie, stage of backpackavontuur in het buitenland zien vervliegen.

Startende studenten

Op de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) overheerst na de vakantie online onderwijs. Studenten komen vooral naar Ede voor praktijkonderwijs en ontmoeting, vertelt Maarten Zwart, docent en lid van het crisisteam. Eerstejaars zijn een dagdeel per week welkom, tweedejaars een dagdeel per twee weken, derdejaars en hoger een dagdeel per drie weken. Startende studenten krijgen voorrang, „omdat we hen nog moeten leren kennen.”

De capaciteit beperkt echte ontmoeting: in hoorcollegezalen waar normaal gesproken 180 man in passen, kan de school er binnen de coronaregels maar 30 kwijt. Het motto is daarom: geef voorrang aan wat op locatie moet en vrijheid aan wat kan.

„Als je eenmaal de slag te pakken hebt, is er online veel mogelijk. Meer dan ik dacht”, zegt Zwart, die zelf vanachter het beeldscherm studieloopbaanbegeleiding gaf. „Ik wil studenten graag echt kennen. Eerst denk je: dat gaat zo nooit lukken, maar je krijgt digitaal wel degelijk contact en diepe gesprekjes.” Toch is het niet altijd ideaal. „Mensen praten wat minder makkelijk. Je moet beurten geven om te voorkomen dat iedereen door elkaar gaat tetteren. Dat past niet zo bij het hoger onderwijs.”

Voor hoorcolleges vindt Zwart de digitale variant een prima alternatief. „Dat weten we al jaren. Veel universiteiten boden colleges ook voor de crisis al via het web aan.” Hij verwacht na de crisis meer een mix van online en offline onderwijs. „Misschien hoeven studenten dan niet alleen voor kennisoverdracht naar colleges. Tegelijk geloof ik dat zij de ontmoeting met anderen nodig hebben om te leren.”

Universiteit op laptop

Vanuit hogescholen en universiteiten klinken geluiden dat de coronacrisis het onderwijs voorgoed zal veranderen, nu mensen ontdekken wat online mogelijk is. „De universiteit wordt naar de laptop verplaatst”, voorspelde Jouke de Vries, bestuurder van de Rijksuniversiteit in Groningen, in het Dagblad van het Noorden. „Ik verwacht dat de techniek grote sprongen gaat maken, dat alles veel interactiever wordt.”

„In fysiek contact geloof ik zeker, maar de vraag is of dat nog zo vaak moet als we deden”, zei ook CHE-docent Ton van Bergeijk eerder in het Reformatorisch Dagblad.

Niet alle collega’s zouden een permanente plek voor digitaal onderwijs zien zitten, denkt zijn collega Zwart. „Juist door de crisis waarderen mensen traditionele onderwijsvormen sterk. Maar studenten zullen straks sneller vragen: Waarom moet ik hiervoor naar school komen? Dit hoorcollege had ook online gekund. En een stagebezoek op afstand scheelt veel gereis en gedoe.”

Zelfs de EH sluit een combinatie van fysieke en online lessen niet uit als dat straks niet meer noodzakelijk is. „Dat is goedkoper, omdat je colleges aan 150 of 200 man tegelijk kunt geven”, zegt directeur Van Dijk. De school, die moet leven van giften, zal die optie verder doordenken. „Tegelijk botst dit met mijn mensenhart. Voorlopig ben ik er geen voorstander van.”