Het oude jaar was voor Dick Bogert levensveranderend. „In 2014 heb ik ervaren dat God in mijn leven is gekomen. Daardoor ging ik op zoek naar Hem, heb ik mijn oude vrienden losgelaten en stopte ik met uitgaan. Ik merkte dat God meekwam in mijn voornemens. Dat het tot nu toe lukt, is geen prestatie van mijzelf, maar genade van Hem. Het loslaten van mijn vrienden vond ik erg lastig, dus gebed was onmisbaar.”

Op de jeugdvereniging vindt Dick nieuwe vrienden. „Voor mij was het heel belangrijk dat er nieuwe vrienden in plaats van de oude vrienden zouden komen. Daarom ben ik naar de jv gegaan, terwijl ik er een jaar eerder niets van moest weten. Het wonderlijke is dat ik er met open armen ontvangen ben. Ik merkte dat God het daardoor makkelijker maakte mijn oude vrienden los te laten.”
Een aantal keer gaat Dick nog met zijn oude vrienden op stap. „Mijn geweten sprak toen zo duidelijk, dat ik niet meer de behoefte voel om met hen om te gaan. Ik vind het wel belangrijk om aardig tegen hen te zijn, maar er is geen band meer.”
Dicks nieuwe voornemen is niet eenvoudig. „Dit jaar wil ik verslavingsvrij worden. Niet meer afhankelijk zijn van roken. Op catechisatie hebben we over gesproken hoe belangrijk het is om zorgvuldig met je lichaam om te gaan. Het is overigens geen gemakkelijk voornemen. Ik weet niet hoelang ik het volhoud.”
Met dit nieuwe voornemen wil Dick God de eer geven. „De Heere geeft mij veel beloften. Die beloften worden bestreden, waardoor ik steeds opnieuw zoek in Zijn Woord. Zo leer ik meer van God kennen. Het doel is voor mij om Hem te eren. Ik wil alle jongeren bemoedigen: er is een weg terug naar God!”


 

Met voornemens is Jacomijn Roest nooit zo druk. Totdat ze tijdens een preek een goed voornemen voorgespiegeld krijgt. Jacomijn: „Onze dominee zei dat het ontzettend goed is om de Bijbel ”van kaft tot kaft” te lezen, helemaal dus. Dat leek me een goed voornemen. Ik merkte dat ik de Bijbelse geschiedenissen niet zo goed meer op volgorde kende. Ook vroeg ik me bij sommige Bijbelse namen af wie het ook alweer waren.”

De Bijbel goed lezen, vindt Jacomijn niet gemakkelijk. „Ongeloof en weerstand zijn grote valkuilen, die ik bij mezelf tegenkom. Het oude taalgebruik en het feit dat de geschiedenissen in een heel andere tijd plaatsvonden dan nu, bemoeilijken voor mij het lezen van de Bijbel. Ik lees de Bijbel daarom met behulp van de kanttekeningen. Dat verklaart voor mij heel veel. Maar het belangrijkste hulpmiddel is het gebed tot de Schrijver van dit Boek.”
Elke dag probeert Jacomijn tijd vrij te maken om de Bijbel te bestuderen. „Dat lukt niet altijd, maar ik probeer het wel. Het doorlezen van de hele Bijbel zie ik niet alleen als een voornemen, maar ook als een plicht. Ik denk dat al je voornemens tot eer van God moeten zijn.”
Jacomijn roept anderen op haar voornemen te volgen. „Lees ook je Bijbel van voor tot achter. Hoewel ik nog maar net begonnen ben, ontdek ik al zo veel mooie dingen. Door het bestuderen van de Bijbel leer je God kennen. Dat staat in vraag en antwoord 18 en 19 van de Catechismus. Zoek Hem daarom in de Bijbel. Vertrouwend op de belofte dat wie zoekt, zal vinden!”


 

Zijn voetstappen volgen

„Terwijl dominee Maxwell uit Raymond in Amerika op een vrijdagmorgen –rond het jaar 1890– druk bezig is met zijn preek voor aanstaande zondag, vraagt een man aan de deur van de pastorie om hulp. Dominee Maxwell heeft helemaal geen tijd en stuurt de werkloze man weg. De dominee gaat ijverig verder met zijn taak.
Op zondagmorgen, bijna aan het einde van de kerkdienst, komt ineens de man naar voren, die een paar dagen geleden met de dominee had gesproken. Hij neemt zomaar het woord en legt de vinger op de zere plek: mooie woorden van de dominee, maar niet in overeenstemming met het dagelijks leven! Na deze indrukwekkende boodschap gebracht te hebben, zakt de man in elkaar en overlijdt kort daarna.
Dominee Maxwell voelt zich enorm schuldig en aangesproken. Hij stelt een geloofsdaad, die voor hem en veel gemeenteleden grote gevolgen heeft en zegt in een preek: „Ik vraag vrijwilligers, die het komende jaar niets doen zónder zich eerst af te vragen: „Wat zou de Heere Jezus doen?” En die dan, na deze vraag gesteld te hebben, precies doen wat Jezus gedaan zou hebben, ongeacht wat de gevolgen hiervan zijn! Laten we in Zijn voetstappen wandelen.”
Om over na te denken en biddend na te volgen!”
Leonard Both, voorzitter jeugdvereniging +16 Leerbroek, naar aanleiding van het boek ”In His Steps” van Charles M. Sheldon.