Zet tien kerkmensen bij elkaar en begin een gesprek over de uitverkiezing. Hoe velen zullen het er moeilijk mee hebben en hoe velen zullen er verwonderd en blij mee zijn? Het zou mij niet verbazen als de meesten het er moeilijk mee hebben. Je staat niet alleen met je vragen.

Laten we eerst eens naar iemand luisteren die verwonderd en blij was over de uitverkiezing. Tussen haakjes, ik hoop dat jij zulke mensen kent. Luister maar goed naar hen. Dat kan je erg helpen, ik denk nog meer dan dit antwoord. Wie was blij met de uitverkiezing? Paulus. Verwonderd schrijft hij: Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld (Ef. 1:4). Deze woorden laten zien dat jouw gedachte klopt. Niemand verdient het om uitverkoren te zijn. Voordat er één mens geschapen was, had God het besluit van Zijn verkiezing al genomen, zo schrijft Paulus.

Zag God van tevoren wie Hem zouden liefhebben en gehoorzamen? Heeft God zulke mensen uitverkoren? Op die manier wordt de uitverkiezing een beetje begrijpelijker, dat geef ik toe. Maar God wordt zo wel van Zijn eer beroofd, want Zijn raad is dan afhankelijk van ons, mensen. Voor ons zou het ook het ergste zijn dat bestaat. Na de zondeval is er niemand die God liefheeft en gehoorzaamt (Gen. 6:5, Rom. 8:7). Als het daaraan zou liggen, had God niemand kunnen verkiezen. Begrijp je dat onze vaderen zo gestreden hebben tegen de remonstranten? Zij maakten Gods verkiezing afhankelijk van het geloof en de goede werken van de mens (zie Dordtse Leerregels, hoofdstuk 1). Dat is een troosteloze leer.

Nu blijft er toch een punt bij je knagen. Heeft God echt mensen uitverkoren en verworpen zonder dat Hij iets van hen in rekening nam? Ja, dezelfde Paulus schrijft daarover in Romeinen 9:11-13. Lees dit maar rustig door, met de kanttekeningen erbij. Lees in vers 14 ook de vraag die deze leer kan oproepen. Je herkent die vraag wel. Maar onthoud ook het antwoord in hetzelfde vers. En vergeet de waarschuwing in vers 20 niet.

Ik wil je nog even meenemen naar een heidens gebied ten noorden van Israël. Daar is een vrouw tot de Heere Jezus gekomen met een grote nood (Matth. 15:21-28). Eerst krijgt ze geen antwoord. Dan wordt haar de verkiezing voorgehouden en krijgt ze te horen: Vrouw, u behoort niet bij het verkoren volk, u bent geen kind maar een hondeke. De verkiezing zet haar er totaal buiten. Het lijkt zinloos om te blijven bidden. Maar wat doet deze vrouw? Ze belijdt dat ze een hondeke is, ze erkent dat ze nergens recht op heeft. Maar dan bedelt en smeekt ze nog meer! Ze kan niet loslaten; het is nood. Dat is een groot geloof, zo zegt de Heere Jezus.

Weet je waar dit geloof een vrucht van is? Van Gods uitverkiezing. Wat een bron van verwachting geeft dat bij God vandaan!


 

Zit jij ook met een geloofsvraag? Laat het ons weten via info@puntuit.nl of stuur een appje naar 06-20601065.