Beide uitspraken zijn waar, beste jonge vriend(in). Het liefst zou ik samen met je een uurtje lezen in de Bijbel en de belijdenisgeschriften. Laat ik je wat handvaten geven om het zelf te doen. Smeek daarbij om het licht van de Heilige Geest om te leren beleven wat je leest. Dan wordt het echt tot schuld.

Toen de Heere de mens schiep konden we tot de Heere komen en wilden we dat ook. Er stond niets tussen: geen zonde, geen afkeer. Maar helaas, door de zondeval is ons hele bestaan duisternis en vijandschap tegen God (Joh. 1:5; Rom. 8:7).

Onbegrijpelijk is het dat de Heere tot ons een boodschap van genade brengt. Maar, we kunnen niet tot Christus komen (Joh. 6:44) en we willen het niet eens (Joh. 3:19, 5:40). Dat is onze eigen schuld. In Adam hebben wij immers dezelfde keus gemaakt als hij. Die keus maken we dagelijks weer.

Guido de Brès heeft in zijn geloofsbelijdenis deze onmacht en onwil beleden. Lees artikel 14 maar rustig. Daarin schrijft hij bijvoorbeeld dat de mens „niets dan een slaaf der zonde is, en geen ding kan aannemen, zo het hem uit den hemel niet gegeven zij.”

De Heidelbergse Catechismus laat in antwoord 9 zien dat onze onmacht eigen schuld is, „want God heeft de mens alzo geschapen, dat hij dat kon doen”, enz.

De Dordtse Leerregels spreken over een „boosheid, wederspannigheid en hardigheid in zijn wil en zijn hart.” (III/IV, 1) Ze belijden over jou en mij: „En willen noch kunnen tot God niet wederkeren, noch hun verdorven natuur verbeteren.” (III/IV, 3)

Als ik me niet vergis, zijn deze klanken bij velen niet geliefd. Ik ben ook bang dat ze nogal eens verzwegen worden. De bekering komt dan wat dichter bij de mogelijkheden van de mens te liggen. Maar je begrijpt wel dat we onszelf dan jammerlijk bedriegen.

Weet je, als de Heilige Geest je ontdekt aan je onmacht en onwil, dan wil je dit juist eerlijk aan de Heere belijden. Dan krijg je zo’n behoefte om de Heere te vertellen hoe verdorven te bent, dat je zo’n vijandschap in je hart gevoelt en dat je jezelf niet kunt bekeren. Dan ga je wenen over je ongeluk, over je onmacht en onwil. Je leert belijden dat Hij rechtvaardig is als Hij nooit meer naar je omziet. Ken je hier iets van, beste vriend(in)?

Voor zulke mensen wordt het zo’n wonder dat de bekering niet van hen afhangt, maar dat de Heere alles werkt. Lees dat ook maar in Johannes 6 en de Dordtse Leerregels III/IV, 11 en 12. Het kan nog bij God vandaan.

En, onthoud maar dat Gods kinderen altijd last blijven houden van hun onmacht en onwil. Juist in die weg krijgen ze een Borg nodig, Die machtig is om te verlossen en ook zeer gewillig. Zijn macht en gewilligheid zijn zo groot dat onze onmacht en onwil overwonnen worden. Is dat geen boodschap van genade?


 

Zit jij ook met een geloofsvraag? Laat het ons weten via info@puntuit.nl of stuur een appje naar 06-20601065.