Stel je voor: je komt rechtstreeks van een reformatorische basisschool. Dat houdt dus in: elke dag beginnen met zingen, bidden en Bijbellezen. En Nederlands praten natuurlijk. Oftewel, het hele typische en veilige cultuurtje met alles erop en eraan. Vervolgens rijd je naar Oostenrijk en komt na drie weken de eerste schooldag in zicht. Onthoud hierbij dat je nog nooit één lesje Duits hebt gehad. Of je wilt of niet, de morgen breekt aan waarop je vroeg –ze beginnen hier rustig om kwart voor acht met de lessen– je bed uitklautert om voor de allereerste keer naar een Oostenrijkse school te gaan.

Ik was toen twaalf jaar en het was dus ook nog eens meteen de overgang van de basisschool naar de middelbare. Daar komt bij dat je hier op je tiende al de basisschool verlaat, zodat mijn leeftijdgenoten er al twee jaar middelbare op hadden zitten en ik opeens van groep 8 de derde klas inrolde. Achteraf vraag ik me af waarom ik er niet meer tegenop gezien heb dan ik al deed.

Nog nooit had ik één les wiskunde gehad. Mijn klasgenoten volgden dat vak al twee jaar. Ik mocht zonder enige voorkennis aansluiten en meedoen, daar waar zij gebleven waren. En dat in het Karinthisch. Het schoot niet op, dat kan ik je wel vertellen.

Op mijn twaalfde was mijn Engels ook niet om over naar huis te schrijven, en in het Duits kwam ik niet veel verder dan “Ein, zwei, drei, Polizei.” Dat hadden mijn ouders me geleerd toen ik nog een kleuter was en we in Duitsland vakantie vierden.
Ik herinner me nog die middag dat een nieuwe klasgenoot met me mee liep om me de kluisjes te wijzen. Bij elke klapdeur die hij voor me opende, zei hij „bitte” en ik „danke”. Knap ongemakkelijk!

Het kwam er op neer dat ik in de tijd  die volgde op school alles maar zo’n beetje over me heen heb laten komen. Niet normaal kunnen communiceren beperkt je ongelooflijk. Je loopt maar achter de rest aan, probeert een beetje te snappen wat voor les je hebt, en er vooral niet al te erg uit te springen. Dat was in elk geval mijn ‘way to go’.

Ik zou bij dezen iedereen die van plan is ooit te emigreren het advies willen geven om óf heel erg van sprongen in het diepe te houden, óf ten minste een beetje de taal van het land te leren. Met handen en voeten kom je een eind, maar een leerkracht geeft over het algemeen niet met handen en voeten les.

Gelukkig hebben de startproblemen zich met het verstrijken van de tijd opgelost. Al blijf je de reputatie van buitenlander houden. Dat heeft trouwens een apart consequentie. Dat wil zeggen: Horen ze hier dat er Nederlander rondloopt, dan word je al gauw gevraagd of je zeeman wilt worden.


Daarna willen ze weten of je marihuana bij je hebt. En toen mijn Nederlandse neef, die -inderdaad- zeeman wordt me in de dure wagen van zijn vader bij school oppikte, waren alle jongens uit mijn klas er stellig van overtuigd: de neef van Matthias deed ook in drugs! Hoe anders kon zó’n jonge knul in zó ’n auto rondrijden.


Verder krijg je standaard of je uit Nederland bent gevlucht vanwege de stijgende zeespiegel. Ons land zal immers binnen tien jaar onderlopen, daarvan is bijna elke Oostenrijker overtuigd.