In discussie over schepping schuren alle posities

Geloof en wetenschap
„Er is geen geoloog bij geweest toen de aardlagen werden geplooid. Dat roept op tot voorzichtigheid.” beeld iStock

Juist de combinatie van twee recent uitgekomen boeken over schepping en evolutie geeft een duidelijk beeld van waar we met elkaar in de behoudend christelijke kring staan, reflecteert dr. N. Hardebol.

Prof. dr. G. van den Brink geeft in zijn boek ”En de aarde bracht voort” een brede doordenking van de implicaties voor het orthodox-christelijk geloof in geval de gangbare evolutietheorie in grote lijnen zou kloppen. Prof. dr. M. J. Paul beargumenteert daarentegen in zijn boek ”Oorspronkelijk” dat, wanneer we afwijken van een historische zesdaagse scheppingsweek, te veel van onze christelijke geloofswaarheden op het spel komen te staan.

Beiden gaan uitgebreid in op de recente functioneel-spirituele uitleg van theoloog John Walton. Deze legt de scheppingsweek in Genesis 1 uit als een kosmische tempelbouw en wijding.

De rigoureuze aanpak van prof. Van den Brink leidt tot een doordenking van zondeval, schuld en verlossing die voor velen van ons sterk schuurt met de vertrouwde fundamentele christelijke geloofswaarheden. Prof. Paul zoekt daarentegen naar aansluiting (concordisme) bij een zesdaagse recente schepping, door aan te haken bij de zogenoemde 19e-eeuwse Schriftuurlijke geologen en door te komen met een natuurwetenschappelijk argumentenlijstje voor een jonge aarde

Uiteraard is er geen geoloog bij geweest toen de aardlagen werden geplooid, zoals getoond in twee mooie illustraties in het boek van prof. Paul. Dat roept zeker op tot voorzichtigheid.

In hoofdstuk 12 beschrijft prof. Paul het door James Hutton voorgestelde uniformitaristische interpretatiekader. Hij illustreert dit met de geplooide aardlagen nabij het Schotse Siccar Point. In hoofdstuk 14 staat vervolgens een foto van de kust van het Britse Pembrokeshire, ter illustratie van het argument van snelle plooiing in vloeibare vorm als mogelijk bewijs voor een jonge aarde.

Experimenten

Dit creationistische alternatief van vervorming van los sediment kan echter wel degelijk door observerende wetenschap worden weerlegd, door middel van herhaalde experimenten in het laboratorium en in het veld. Deze beweringen van prof. Paul komen niet overeen met de wetenschappelijke observaties.

Een christelijke student die is aangesproken door het boek van prof. Paul kan zich bij mijn college over gesteentemechanica aan de Technische Universiteit Delft de vraag stellen waarom het geloof in schepping-zondeval-verlossing geholpen is met plooiing van niet-uitgeharde aardlagen, zoals door prof. Paul beschreven. Deze creationistische verklaring levert echter een conflict op met de reguliere vakwetenschappelijke kennis. Studenten leren over veelvoorkomende vervorming van waterhoudende zand- en kleilagen, met grote implicaties voor gebouwen in aardbevingsgebieden. Deze losse sedimenten vertonen sterk onregelmatige plooien en variaties in laagdiktes.

Dit strookt niet met veldobservaties in Pembrokeshire, waar de gesteentelagen rechte flanken hebben en scherpe en gebroken omknikzones vertonen, met splijtvlakken in kleistenen.

Kleideeltjes

In een reflectie op de twee theologieboeken gaat het te ver om in detail in te gaan op kleideeltjes die naar het huidige inzicht systematisch en parallel uitlijnen bij vervorming van reeds uitgehard gesteente.

Uiteraard kunnen wetenschappelijke inzichten worden bijgesteld. Maar voor het argument van prof. Paul ontbreekt een robuust wetenschappelijke basis. Zo’n harmonisatie is te kort door de bocht, en daarmee blijft een student met lege handen achter.

Dit toont treffend hoe met het concordisme van prof. Paul de worsteling plaatsvindt in de collegezaal in plaats van in de kerkbank. Daarentegen presenteert prof. Van den Brink verschillende mogelijke paden waarbij de essentie van onze klassiek-christelijke geloofswaarheden onveranderd blijven, mits we het spanningsveld van een goede Schepper-God en tegelijk een lange geschiedenis van de aarde en langdurig lijden binnen onze kerkmuren halen.

De combinatie van beide boeken maakt inzichtelijk dat alle posities schuren. Wanneer we dat met elkaar constateren, hebben we de discussie een stap verder geholpen.

De auteur is gepromoveerd op de tekto- niek van gebergtevorming en onderzoeker op het vakgebied van de gesteentemechanica.