Ook rooms-katholieken hebben een nieuw scheppingsverhaal

De Ierse priester Sean McDonagh schudt paus Franciscus de hand. Mede door zijn werk kwam de encycliek Laudato Si tot stand in 2015. Rechts achter de paus staat de Ghanese kardinaal Peter Turkson. Hij is de huidige president van de Pauselijk Raad voor Gerechtigheid en Vrede. beeld Vaticaan, Gabriella Marino
3

Theïstische evolutie heeft in christelijk Nederland al heel wat tongen losgemaakt. Minder bekend is dat de Rooms-Katholieke Kerk rond dit onderwerp haar eigen worsteling heeft gehad: het oude scheppingsverhaal werd in de pauselijke encycliek ”Laudato Si” uit 2015 geruisloos vervangen door een ”nieuw verhaal”.

We hebben een probleem omdat we geen goed verhaal meer hebben”, schreef de Amerikaanse religiewetenschapper en historicus Thomas Berry (1914-2009) in zijn in 1978 gepubliceerd essay ”The New Story. Comments on The Origin, Identification and Transmission of Values”. Hij verklaarde hoe het aloude scheppingsverhaal uit Genesis eeuwenlang door de kerk werd geloofd. „Het gaf vorm aan onze emoties, houdingen en instituties. Het gaf ons een levensdoel. We konden alles plaatsen en identificeren, want het verhaal was daar.”

Berry meende echter te moeten constateren dat het ”oude verhaal”, over hoe de wereld is ontstaan en de plaats van mensen daarin, niet goed meer functioneert. Met de publicatie van ”The New Story” had de kerk echter nog geen ”nieuw verhaal”. Berry: „We bevinden ons tussen twee verhalen in.” In de jaren die volgden werkte de visionair achter de schermen samen met een select groepje wetenschappers aan een nieuw universeel verhaal.

De Franse jezuïet en paleontoloog Pierre Teilhard de Chardin (1881-1955) was Berry’s grote inspiratiebron. Hij werkte diens ideeën over een universum dat zich geleidelijk ontwikkelt en de rol van de mens hierin verder uit. Berry borduurt voort op Teilhards boek ”Het Verschijnsel Mens”, dat hij al in 1937 op de plank had liggen, maar postuum pas in 1955 werd uitgegeven.

Met zijn poging om theologie en evolutietheorie met elkaar te rijmen, schopte Teilhard tegen zowel het zere been van het rooms-katholieke leergezag als dat van de wetenschap. De kerk verbood hem het boek te publiceren; en de wetenschap nam hem niet serieus.

Teilhard streefde naar een allesomvattende synthese waarin zowel de schepping als de wetenschap haar juiste plaats krijgt. De Franse jezuïet ziet de lijn van de evolutie als volgt: vanaf de oerknal verspreidt de materie zich en sluit zich aaneen tot steeds grotere, ingewikkeldere eenheden. Door de toename van complexiteit zijn de sterrenstelsels ontstaan en uiteindelijk is het leven uit de aarde ontsproten. Zo zou ook de mens uit de geologische en biologische evolutie zijn voortgekomen.

Revolutionair

Berry was bijzonder geïnteresseerd in Teilhards revolutionaire kosmologische evolutietheorie. De historicus begon verbanden te leggen tussen de geleidelijke ontwikkeling van het heelal en de menselijke geschiedenis in relatie tot de hedendaagse milieuvraagstukken. Dat laatste vooral vanwege de voorspelde ecologische crisis door publicaties als de bestseller ”Silent Spring” van de Amerikaanse biologe Rachel Carson (1962) en Lynn Whites essay ”The Historical Roots of Our Ecological Crisis” (1967).

Berry besefte in toenemende mate dat de afbraak van de natuurlijke omgeving vernietigende gevolgen zou hebben voor ecosystemen en dat het uitsterven van soorten desastreus zou zijn voor het leven op aarde. Met verwoesting van de natuur brengt de mens uiteindelijk zijn eigen voortbestaan in gevaar.

Dat ecologische bewustzijn ontbrak bij Teilhard de Chardin. Dat kwam omdat de effecten van de ecologische crisis tijdens het leven van Teilhard nog niet zo speelden. Berry is van mening dat religies en met name de kerk een belangrijke rol te vervullen hebben in de ecologische bewustwording.

Verwoesting

Om dat voor elkaar te krijgen, benaderde Berry in 1980 de Ierse priester Sean McDonagh. Vier maanden lang studeerden ze samen in New York om het ”nieuwe verhaal” vorm te geven. Berry koos McDonagh omdat hij als katholiek theoloog en pastoraal werker in de Filipijnen met eigen ogen had gezien wat de gevolgen zijn van ecologische verwoesting.

McDonagh zag dat het kappen van het regenwoud en armoede hand in hand gaan. „Ik vroeg me af waarom de katholieke kerk dit onrecht niet eerder had opgemerkt.” Dit resulteerde in zijn eerste boek ”To Care for the Earth. A call to a new theology”. „Dat boek schreef ik al in 1982, maar er was toen geen uitgever die het wilde publiceren omdat niemand geïnteresseerd was in ecologie in relatie tot theologie.” Vier jaar later durfde een uitgever publicatie uiteindelijk wel aan.

Tien jaar na de publicatie van Berry’s ”The New Story” verscheen in 1988 zijn eerste uitwerking van het ”nieuwe verhaal” in zijn boek ”The Dream of the Earth”.

Encycliek

Ironisch genoeg wist McDonagh niet dat hij dertig jaar later door kardinaal Peter Turkson van de Pauselijke Raad voor Gerechtigheid en Vrede zou worden benaderd. Hij kreeg het verzoek om het Vaticaan bij te praten over ecologie en theologie. Zijn kennis is gebruikt voor het schrijven van de ecologische encycliek ”Laudato Si” van paus Franciscus in 2015.

In de voetnoten van de encycliek staan zelfs een paar verwijzingen naar Teilhard de Chardin. McDonagh beweert dat hij het Vaticaan hiertoe heeft geïnspireerd. „”Laudato Si” is de beste encycliek ooit door de kerk geschreven”, aldus de trotse Ierse priester. Het ecologische vraagstuk is daarmee voor het eerst op samenhangende wijze verwerkt in de sociale leer van de Rooms-Katholieke Kerk en officieel opgenomen in het zogeheten magisterium.

Onreligieus

”To Care for the Earth” is overigens niet het enige boek dat McDonagh schreef over ecologie en theologie. In ”The Greening of the Church” uit 1990 presenteert hij een vernieuwde scheppingstheologie, die meer past bij de wetenschappelijke zienswijze in de kosmologie en de biologie. Hij poogt daarmee aan te sluiten bij de evolutionaire benadering van Teilhard en Berry.

„In ”The Greening of the Church” probeer ik wetenschap, evolutie en theologie bij elkaar te brengen vanuit de Bijbelse traditie.” De Ierse priester spreekt liever niet over de evolutietheorie of de oerknal, „want dat klinkt zo onreligieus.” In plaats daarvan heeft hij het over ”The Great Flaring Forth” (vrij vertaald: de grote voortgaande ontwikkeling).

In de middeleeuwen waren kosmologie en theologie volledig met elkaar versmolten. Het ”oude verhaal” functioneerde feilloos. Maar door de ontwikkeling van de natuurwetenschappen is de moderne mens in een identiteitscrisis beland. „Dat komt omdat we geen samenhangend verhaal meer hebben over het ontstaan van de aarde en onze rol in de wereld”, legt McDonagh uit.

„In het licht van al deze nieuwe astronomische en biologisch-ecologische inzichten geeft de wetenschap ons een nieuwe basis voor een vernieuwde scheppingsleer”, meent McDonagh. Teilhard heeft deze reeds uitgewerkt, maar de Rooms-Katholieke Kerk zag in hem een bedreiging.

Medescheppers

De franciscaanse zuster en hoogleraar Ilia Delio heeft de leer van Teilhard verfijnd en vertaald naar de katholieke spiritualiteit. Ze meent dat evolutie geen theorie is, maar de manier waarop de schepping werkt. „Evolutie is niet zozeer natuurlijke selectie zoals Darwin beweert, maar eerder het uitrollen van het leven. Het is de manier waarop wij hier gekomen zijn. Dat proces is 13,8 miljard jaar geleden begon met de oerknal. Wij zijn geschapen medescheppers en hebben een taak in het kosmische proces.”

Delio stelt dat het christendom daarom de evolutionaire godsdienst bij uitstek is. „Als mens hebben wij van God de verantwoordelijkheid gekregen om de ganse schepping volgens zijn wil tot vervulling te brengen.”

In het essay ”The New Story”, gepubliceerd in 1978, constateerde Berry nog dat de rooms-katholieke kerk geen goed scheppingsverhaal meer heeft. Inmiddels is er een ”nieuw verhaal”. Dat heeft door het werk van de Ierse priester Sean McDonagh uiteindelijk vorm gekregen in de encycliek ”Laudato Si”. Mede door de ecologische crisis beschikt de Rooms-Katholieke Kerk momenteel over een nieuw verhaal over schepping, evolutie en de plaats van de mens daarin.

Genesis in de Rooms-Katholieke Kerk

Tot in de late middeleeuwen was de kosmologie gebaseerd op het Genesisverhaal. Dat werd geïnterpreteerd door het raamwerk van het neoplatonisme: God is ergens boven ons en wij hier op aarde zijn het centrum waar alles omheen draait. De theologie raakte in hoge mate besmet met deze Griekse filosofie. Op dit dualistische gedachtegoed hebben de vroege kerkvaders als Augustinus, maar ook Thomas van Aquino en Bonaventura voortgeborduurd.

Met de komst van nieuwe astronomische opvattingen begon deze universeel geaccepteerde kosmologie af te brokkelen. Volgens Copernicus was niet de aarde, maar juist de zon het middelpunt waar de aarde omheen draait. Galileo bevestigde dit later met zijn telescoop. Door de ontwikkeling van de natuurwetenschappen onder invloed van de verlichting, trok de Rooms-Katholieke Kerk zich steeds meer terug in leerstellingen en wetticisme. Zo ontstond daar een kloof tussen geloof en wetenschap.

Newtons natuurwetten leidden tot een mechanistisch wereldbeeld, dat ook de Rooms-Katholieke Kerk besmette: zowel wetenschap als geloof werd een statisch gegeven. God had hemel en aarde in zes dagen geschapen. Die schepping staat vast en functioneert volgens bepaalde wetmatigheden. Dat gold voor zowel de natuur als voor de theologie.

De overtuiging dat het heelal statisch en onveranderlijk is en niet groter is dan de Melkweg, viel in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw in duigen. De Belgische priester en natuurkundige George Lemaître (1894-1966) kwam met de hypothese dat het heelal ooit een begin moet hebben gehad; het dijt vervolgens uit vanuit een enkel klein punt dat hij het oeratoom noemde. Deze hypothese staat tegenwoordig bekend als de oerknaltheorie.

Rond diezelfde tijd ontdekte sterrenkundige Edwin Hubble (1889-1953) met zijn telescoop meerdere sterrenstelsels in het heelal die van elkaar af bewegen.

Met het aantonen van zwaartekrachtgolven in 2014 menen sommige rooms-katholieke wetenschappers dat het bewijs voor de oerknal is geleverd. Deze golven zouden terug te voeren zijn tot op de eerste fracties na de big bang.

Paus Pius XII hield in 1951 een toespraak waarin hij in Lemaîtres theorie wetenschappelijke bevestiging zag van het Genesisverhaal, namelijk dat de schepping een beginpunt heeft. Verrassend genoeg floot Lemaître de paus terug, want zijn kosmologische theorie mocht noch als bewijs noch als weerlegging van de scheppingsleer worden gebruikt.

De encycliek ”Laudate Si” in 2015 is opnieuw een poging om de wetenschappelijke resultaten een plaats te geven in de officiële scheppingsleer van de Rooms-Katholieke Kerk.