Positieve benadering stimuleert Stevens zelfvertrouwen

Eigenwijzer
Zelfvertrouwen. beeld Anjo Mutsaars

Eigenwijzer

Vraag: Hoe stimuleer ik het zelfvertrouwen van mijn kinderen? Ik zie bij Steven (7) en Tessa (4) nu al verschil in hoeverre ze dingen aandurven.

Vertrouwen in zichzelf en zijn eigen kunnen is iets wat een kind in de loop van de jaren moet ontwikkelen en waarin ouders een grote rol kunnen spelen. Door positief en liefdevol met een kind om te gaan en het de zorg, aandacht en aanmoediging te geven die het nodig heeft, ontwikkelt het stapje voor stapje zelfvertrouwen. Het kind voelt dat het belangrijk is voor zijn ouders en anderen in zijn omgeving.

Meteen na de geboorte tonen ouders hun liefde door voor hun kind te zorgen, het te knuffelen en te troosten. Ze geven het zo een veilig gevoel en laten merken dat het de moeite waard is. Het ontvangen van liefde geeft een kind het gevoel dat ouders altijd van hem houden, wat het ook doet.

Niet verdienen

Het kind hoeft die liefde niet te verdienen. Het moet voor hem mogelijk zijn zich te ontwikkelen volgens zijn eigen aanleg en talenten, ook als die anders zijn dan ouders hadden verwacht. Liefde en aandacht zijn een voorwaarde om te kunnen ontwikkelen. Een knuffel, samen iets doen, naar een kind luisteren en positieve woorden zijn verschillende manieren om liefde te uiten. Een kind heeft dat op elke leeftijd nodig.

Gezonde kinderen hebben van nature de drang om zich te ontwikkelen en steeds weer nieuwe dingen te leren. Ze proberen dingen uit en hun ouders reageren daarop. „Goed zo, wat knap!”, of: „Nee, dat mag niet.”

Een kind is altijd in ontwikkeling. Het oefent om nieuwe dingen onder de knie te krijgen of te weten te komen. Als iets lukt, is het blij en trots. Als zijn ouders en anderen daarop ook positief reageren, voelt het zich gewaardeerd.

Positief zelfbeeld

Al deze ervaringen zijn goed voor het zelfvertrouwen. Dat bevordert het zelfbeeld, hoe het kind zich ziet en voelt. Het ontwikkelt zijn zelfbeeld door ervaringen en reacties op zijn gedrag. Een positief zelfbeeld zorgt voor zelfvertrouwen: „Ik kan al fietsen”, of: „Ik kan papa al helpen met tafeldekken.”

Ook verwachtingen van ouders en verwachtingen die een kind van zichzelf heeft, beïnvloeden het zelfvertrouwen. Haalbare verwachtingen laten het zelfvertrouwen stijgen. Aan onrealistische verwachtingen kan een kind echter niet voldoen. Het zal vaak falen en daardoor neemt het zelfvertrouwen af.

Bij oudere kinderen spelen ook reacties van leeftijdgenootjes een grote rol. De aanleg van een kind is eveneens een belangrijke factor. Het ene kind is van zichzelf wat angstiger, terwijl het andere meer aandurft.

Zelfvertrouwen vormt de basis van de ontwikkeling. Een kind met vertrouwen in zichzelf is minder snel van slag als er iets tegenzit. Er zijn dan nog steeds veel dingen die het wel kan. En het weet dat er mensen zijn die van hem houden.

Een kind heeft veel succeservaringen nodig. Daardoor groeit zijn zelfvertrouwen. Het moet de ruimte krijgen om activiteiten zelf te proberen en te oefenen. Hoe meer het kind oefent –of dat nu klauteren, fietsen of pianospelen betreft–, des te meer zelfvertrouwen het ontwikkelt en hoe zelfstandiger het wordt.

Kleine stapjes

Soms heeft een kind even hulp nodig, om daarna weer zelfstandig verder te kunnen. Tessa geeft zelf aan wat ze kan; haar ouders merken wel of dit lukt. Anders is het goed om een uitdaging in kleine stapjes aan te pakken en haar stukje bij beetje los te laten: eerst samen melk inschenken, daarna alleen.

Tessa en Steven hebben veel complimenten en waardering nodig. Als ze horen dat ze iets goed hebben gedaan of juist waardering krijgen om wie ze zijn, versterkt dat hun gevoel van eigenwaarde. Het maakt hen zelfverzekerder.

Als Steven een compliment of beloning krijgt, is dat voor hem een aanmoediging om door te gaan met iets wat hij moeilijk vindt of nog moet leren. Krijgt Steven veel gemopper over zich heen, dan kan hij zich juist onzekerder gaan voelen. Positieve sturing werkt beter. Het is niet erg als hij iets fout doet; dat kan gebeuren. Steven leert van zijn fouten.

Ouders moeten geen overdreven, maar welgemeende complimenten geven. Ook dat voelt een kind aan.

Naast liefde en aandacht hebben Tessa en Steven een veilige omgeving nodig om te kunnen spelen, zich te ontwikkelen en te leren. Zij voelen zich veilig als hun ouders voor hen zorgen met eten en drinken, voldoende slaap, troost en bescherming.

Ook letterlijke veiligheid is belangrijk, door een kindvriendelijk huis en te leren hoe Tessa haar brood smeert en hoe Steven met mama veilig naar school fietst.

Duidelijke regels en grenzen geven veiligheid, houvast en structuur. Kinderen weten dan waar ze aan toe zijn: nee is nee en ja is ja.

Kinderen die alles mogen, worden daar juist onzeker van. Ze hebben juist nodig dat hun ouders de grote wereld voor hen organiseren en hun omgangsvormen en regels bijbrengen. Vaste tijden om te eten en slapen geven duidelijkheid.

Stoppen

Het is goed als ouders zo concreet mogelijk zijn met hun regels. Een kind snapt dan eerder met welk gedrag het moet stoppen. „Houd eens op”, of: „Doe niet zo vervelend”, is te vaag. „Stop eens met op de bank springen; anders gaat hij kapot”, is duidelijker.

Regels moeten ook passen bij de leeftijd van een kind. Als het ouder wordt, schuift de bedtijd op.

Ook proberen papa en mama vast te houden aan dezelfde regels, zodat de opvoeding van een kind niet twee kanten op gaat. Verder geven de ouders duidelijk aan wat zij wél van Steven en Tessa verwachten, zodat die leren wat de bedoeling is.

Ouders keuren hun kind niet af, maar alleen het gedrag dat zij niet goedkeuren. Dat is van groot belang voor zijn gevoel van eigenwaarde. Steven doet onaardig, hij ís niet onaardig. Als hij na meerdere waarschuwingen nog niet luistert, zetten zijn ouders hem even apart of moet hij een klusje doen. Zo zijn er diverse manieren om kinderen dingen aan of af te leren. Lukt het Steven om meteen aan tafel te gaan als mama roept, dan krijgt hij een compliment. Zo laten regels zijn zelfvertrouwen groeien.

Papa en mama houden rekening met de wensen en behoeften van hun kinderen in hun verschillende leeftijden. Ze luisteren geduldig als die iets willen vertellen en tonen belangstelling voor de dingen die hun kinderen op school of in de speelzaal doen. Zo merken zij dat ze de moeite waard zijn. Ook dat is goed voor hun zelfbeeld.

Steven heeft soms even ruimte voor zichzelf nodig om uit te rusten. Tessa wil soms alleen op de bank liggen met haar knuffel. Hun ouders geven hun deze rust en ruimte. Als een tante een kusje van Tessa wil maar zij dat niet fijn vindt, mag ze ook in plaats daarvan een hand geven. Kinderen leren op deze manier al weerbaar te worden in hun omgang met anderen en ook hun lichamelijke grenzen vroeg aan te geven. Als ouders een kind dwingen om toch een kusje te geven, leren ze het om tegen zijn gevoel in te gaan.

Uiten emoties

Tessa en Steven mogen bang, verdrietig, boos of blij zijn en dat ook laten merken. „Je hoeft niet te huilen”, of: „Je hoeft niet bang te zijn”, zijn goedbedoelde opmerkingen om een kind te troosten, maar gaan voorbij aan de gevoelens van een kind. Die gevoelens benoemen en erover praten als een kind dat wil, laten het meer in zijn eigenwaarde. Ook leert het kind dat het emoties mag uiten, maar wel op een acceptabele manier. „Ik zie dat je boos bent. Kun je zeggen wat er is gebeurd?”

Als een ouder zegt: „Kijk niet zo boos”, ontkent hij de emotie van het kind. Gebeurt dit vaak, dan leert het niet op zijn eigen gevoel te vertrouwen en is het lastiger voor hem om daarmee te leren omgaan. Beter is het om emoties te accepteren en onder woorden te brengen. Het kind voelt zich hierdoor gekend, gesteund en de moeite waard.

Ouders zijn nodig om hun kinderen te helpen op een goede manier om te gaan met allerlei gevoelens en die te leren beheersen. Dan kan door samen te praten en te leren dat niet alles meteen lukt wat het kind wil. Zo moet Steven lang oefenen met veters strikken. Als hem dit lukt, mag hij trots zijn.

Teleurstellingen

Het leren omgaan met teleurstellingen of tegenslagen is belangrijk. Door regelmatig samen met hen een spelletje te doen, leren kinderen dat verliezen bij het leven hoort en dat regels helpen het gezellig te houden. Als Tessa in een driftbui blijft hangen, werkt het als moeder haar afleidt door samen een boekje te lezen.

Door een kleine taak in huis –zoals elke zaterdagochtend de planten water geven– ontwikkelt Steven verantwoordelijkheidsgevoel. Ook kan hij leren zelf aan zijn gymspullen voor school te denken of de vissen eten te geven. Dit draagt bij aan zijn zelfstandigheid en zelfvertrouwen.

Voor ouders is het de kunst om de balans te vinden tussen hun kind dingen zelf te laten proberen en het te helpen. Het is niet goed als hun kind te veel frustratie ontwikkelt als iets niet lukt. Maar als zij het alle moeilijkheden uit handen nemen, krijgt het niet de kans om zijn vaardigheden te ontwikkelen. Het kind is dan niet trots als het wel is gelukt. En dat is juist goed voor zijn gevoel van eigenwaarde.

Tessa en Steven hebben aanmoediging nodig om dingen te doen die ze nog spannend vinden. Proberen ze die en ze lukken, dan groeit hun onontbeerlijke zelfvertrouwen.

>>rd.nl/eigenwijzer

Tips

lGeef liefde en positieve aandacht.

lStel duidelijke regels en grenzen.

lGeef het kind de ruimte om zelf dingen te proberen.

lHelp waar nodig.

lLeer het kind omgaan met teleurstellingen.

lMoedig het aan activiteiten uit te proberen.

lGeef een compliment als iets lukt of als het kind goed zijn best heeft gedaan.

Wilt u reageren of hebt u vragen over opvoeding? Leg ze (anoniem) voor aan de pedagogen Mirjam Blom en Anja Helmink. Dat kan door de situatie en de (gezins)omstandigheden, liefst uitvoerig, te mailen naar: wijs@rd.nl of te sturen naar: RD, t.a.v. redactie Wijs, Postbus 670, 7300 AR Apeldoorn.