In het Poolse dorpje waar Dächsel stierf, is zijn naam onbekend

5

Niets in het Poolse dorpje Bialy Kosciol herinnert aan Karl August Dächsel, de lutherse predikant en Bijbelverklaarder. De laatste 33 jaar van zijn leven woonde hij hier. Het dorpje heette ooit Steinkirche; na de Tweede Wereldoorlog werd het bij Polen gevoegd. „Nooit geweten dat we zo’n beroemde inwoner hebben gehad.”

Rafal Maslanka is zo ongeveer de dorpshistoricus van Bialy Kosciol. De naam van het dorp betekent ”Witte Kerk”, vertelt hij. De plaats in het zuidwesten van Polen ontleent zijn naam aan het kerkje waaraan Dächsel als predikant verbonden was.

Voor de bevolking geldt weliswaar dat Bialy Kosciol hun dorp is, maar van de ouderen liggen de wortels in Wit-Rusland of Oekraïne. Silezië, de landstreek waarin Bialy Kosciol ligt, werd na 1945 door Duitsland afgestaan aan Polen. De overwegend lutherse Duitse bevolking werd in 1945 en 1946 verdreven. Vanaf 1948 kwamen er Polen voor terug, „kolonisten” noemt Maslanka hen. Hij documenteert de dorpsgeschiedenis op de website bialykosciol.pl.

Zaterdag is het 200 jaar geleden dat Karl August Dächsel (24 november 1818 – 23 september 1901) geboren werd. Hij kwam ter wereld in Naumburg, bij Halle, in het oosten van Duitsland. Steinkirche was echter de plaats waar hij het langst aaneengesloten woonde. Hier voltooide hij ook zijn Bijbelverklaring, die door ds. F. P. L. C. van Lingen (1832-1913) werd bewerkt en in het Nederlands vertaald.

Opvallend genoeg was de kerk van Dächsel er na de Tweede Wereldoorlog niet meer. Duitse troepen, die de opmars van het Rode Leger probeerden te vertragen, gebruikten haar als munitieopslagplaats. Totdat het bedehuis begin 1945 door blikseminslag de lucht in vloog. Alleen enkele buitenmuren resteerden.

Verleden uitgewist

Na de oorlog werd elke herinnering aan het Duitse verleden van Steinkirche uitgewist. De historische begraafplaats rond de kerk werd geruïneerd. Priester Stanislaw Wlodarski wijst op een aantal brokstukken op de voormalige begraafplaats, die ooit een boog moeten hebben gevormd. „Die komen uit de kerk, maar we weten niet precies waarvoor ze gediend hebben.”

Iets verderop in het dorp ligt nog een begraafplaats. Deze is aan het einde van de 19e eeuw in gebruik genomen, toen de dodenakker rond de kerk vol lag. Mogelijk is Dächsel hier na zijn overlijden in 1901 begraven. Niemand weet het, zegt Maslanka. „We hebben de registers van de begraafplaats niet meer. De grafstenen zijn vrijwel allemaal vernield. Van de overgebleven grafmonumenten zijn in de meeste gevallen de opschriften weggebikt.”

Dat de kerk er tegenwoordig goed bij staat, mag een wonder heten. Midden in de communistische tijd ijverde pastoor Wlodarski voor de herbouw ervan. Op kosten van de Poolse staat werd het bedehuis gerestaureerd en in 1984 opnieuw in gebruik genomen. Deels konden bij de herbouw de originele stenen gebruikt worden. „Een groot aantal daarvan bleek genummerd te zijn. Daardoor konden ze op de oorspronkelijke plaats worden teruggezet.” Toch werd de kerk niet geheel in originele staat hersteld. In plaats van de ooit puntige torenspits verrees een veel stomper exemplaar. De historische grafstenen in de vloer van de kerk werden vervangen door bruine plavuizen.

De laatste jaren doet Wlodarski er alles aan om de kerk meer kleur en luister te geven. Zo zijn er sinds de eeuwwisseling gebrandschilderde ramen toegevoegd aan het gebouw. De altaarsteen was oorspronkelijk een rand van de orgelgalerij, weet Wlodarski. Hij wijst naar een gapend gat boven de ingang. Het orgel keerde na de herbouw niet terug. De doopvont, waaruit Dächsel gedoopt moet hebben, bestaat nog. Ze staat bij de ingang van de kerk en wordt gebruikt voor wijwater, dat bezoekers bij het slaan van een kruis kunnen uitsprenkelen. Dopen doet de pastoor vanuit een nieuw bekken.

De naam van Karl August Dächsel klonk de dorpshistoricus en de pastoor tot voor kort vreemd in de oren. Maslanka: „Nooit geweten dat we zo’n beroemde inwoner hebben gehad.” Ook burgemeester Dorota Pawnuk van Strzelin, de gemeente waartoe Bialy Kosciol behoort, is aangenaam verrast. „Er komen veel Duitsers op bezoek die hier hun wortels hebben. Maar niemand heeft het er ooit over gehad dat Dächsel hier gewoond heeft.” Ze wijst op gloednieuwe vakantiehuisjes aan het meer bij het dorp. „Silezië is in trek bij toeristen. Wie weet, kunnen we in de toekomst aandacht vragen voor het feit dat Dächsel hier vroeger leefde.”

Hoewel de gemeente Strzelin –22.000 inwoners, verspreid over de gelijknamige stad en 36 omliggende dorpen– vrijwel geen Duitse inwoners meer telt, is het verleden bespreekbaar, zegt Pawnuk. „We hebben goede contacten met een vereniging van de Duitse oud-inwoners. De meesten van hen zijn neergestreken in Herrne, in het Roergebied. De laatste jaren proberen we gezichtsbepalende gebouwen te herstellen. Zo is in 2011 de 70 meter hoge toren van het raadhuis in het vroegere Strehlen herbouwd.”

Pastorie

Wlodarski gaat voor naar de woning naast de kerk. Inderdaad: de pastorie waar Dächsel gewoond moet hebben. In zijn werkkamer pakt de pastoor fotoboeken uit de kast, met daarin afbeeldingen van de restauratie van kerk en pastorie. Dat in dezelfde kamer wellicht Dächsel heeft zitten studeren, accepteert hij als een gegeven. Veel trotser is hij op wat er onder zijn leiding is bereikt. „We hebben een prachtige kerk, die ’s zondags bovendien vol zit. Dáár ben ik blij mee.”