Christelijke homo voor de klas maakt indruk op gereformeerde leerling
Wel scheldwoorden over homo’s, maar nauwelijks een gesprek over homoseksualiteit op geloofsniveau. Zo zou de situatie op gereformeerde scholen te tekenen zijn, vijftien jaar terug. Tot er een christelijke homo voor de klas staat. Dat maakt indruk op leerlingen, merkte Henriëtte Boersma.

Homoseksualiteit: het is een spannend en gevoelig onderwerp. Ook voor Henriëtte Boersma, die als predikantsvrouw misschien wel extra veel meekreeg over dit onderwerp. Maar Boersma weet waar ze het voor doet, vertelt ze aan de keukentafel van het huis in de Amersfoortse binnenstad waar ze een maand geleden met haar man is ingetrokken. „Ik heb ervaren dat de Heere me inzet om iets te doen voor het protestant-christelijk onderwijs, maar ook voor de groep lhbti-leerlingen die vaak kwetsbaar zijn.”
Boersma begeleidde als counselor zulke jongeren en werkte op gereformeerde scholen in Amersfoort en Zwolle als docent, teamleider en adjunct-directeur.
In 2013 deed het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap haar de suggestie of ze onderzoek wilde doen naar de lesmethode ”Homo in de klas”, die inmiddels is vervangen door ”Queer in de klas”. Ze ervoer er Gods leiding in, zegt Boersma. „Mijn man stimuleerde me en ik kreeg steeds de hulp die ik nodig had, bijvoorbeeld in statistiek. Zelfs aan de coupeuseopleiding die ik ooit volgde, heb ik iets gehad. Daar leerde je immers ook geduld, en steeds dingen uithalen en opnieuw beginnen. Die vaardigheden heb je ook nodig bij het schrijven van een proefschrift.”
Boersma onderzocht de effecten van de lesmethode Homo in de klas op vier gereformeerde scholen in Zwolle, Rotterdam, Amersfoort en Groningen. Eind januari verdedigt ze aan de Vrije Universiteit in Amsterdam haar proefschrift ”Homo in de klas: lessen onder de regenboog”.
Hoe gingen leerlingen op de vier gereformeerde scholen die u onderzocht, rond 2015 om met homoseksualiteit?
„Het woord homo werd als scheldwoord gebruikt. Er was onveiligheid en daar moesten de scholen iets mee, vond de directie. Veel leerlingen kenden uit hun eigen omgeving geen mensen die openlijk homoseksueel waren. Ze hadden daar stereotype beelden bij, terwijl het onderwerp erg moeilijk bespreekbaar was.”
Er kwam in 2009 een methode: Homo in de klas. Wat hield die in?
„De methode bestond uit drie lessen: in de eerste werd onder meer aandacht besteed aan wat de Bijbel zegt over homoseksualiteit, in de tweede vertelde een christelijke homoseksuele gastspreker zijn persoonlijke verhaal en in de derde les kon daarover worden doorgepraat. Respect en bespreekbaarheid waren de twee doelen van de methode, niet een volledige acceptatie van homoseksuele relaties.”
De lesmethode Homo in de klas kwam er niet zonder slag of stoot. Scholen keurden de eerste versie af, omdat die te weinig rekening zou houden met mogelijke weerstand uit de achterban, en ethicus Ad de Bruijne schreef in 2010 dat de methode leerlingen te veel een relativerende mening opdringt. Hoe kijkt u daarnaar?
„Ik heb die eerste versie niet gezien, ik weet wel dat de scholen inderdaad huiverig waren vanwege de kwetsbaarheid van het onderwerp. De Bruijne stelde ook dat de scholen weleens voor de kerken uit zouden kunnen lopen. Dat is ook wel gebleken.
Ik heb een aantal ouders bij me gehad, vooral uit andere denominaties dan de vrijgemaakte kerken, die niet wilden dat hun kind de lessen zou bijwonen. Zij zeiden dat dit een onderwerp is dat vooral thuis aan de orde moet komen. Ik heb daar nooit een strijdpunt van gemaakt. Deze kinderen kregen een vervangende opdracht. Overigens droogden de bezwaren met de jaren op.”

Uit de vragenlijsten bleek dat veel leerlingen Bijbelteksten over homoseksualiteit nog nooit hadden gelezen, terwijl ze vrijwel allemaal aangaven dat ze iedere week naar de kerk gingen en dat het geloof belangrijk voor hen was. Verbaasde u zich daarover?
„Ik vond dat teleurstellend. We geloven de Bijbel van kaft tot kaft en besteden veel tijd aan het gereformeerd onderwijs. Ook thuis wordt er meermaals op een dag uit de Bijbel gelezen. De filosoof Charles Taylor zegt dat geloven in de westerse seculiere wereld steeds meer een keuze wordt. Deze leerlingen laten dat ook zien. Ze accepteren wat in de Bijbel staat, zolang ze erachter kunnen staan. Dat waar ze niet achter kunnen staan, zetten ze aan de kant. Dat is natuurlijk een heel simpele redenering, maar deze lessen bleken vaak ook een eerste kennismaking met het onderwerp homoseksualiteit op geloofsniveau. Leerlingen zeiden: in de kerk wordt hier met mij nooit over gesproken, en ook op catechisatie heb ik er nog nooit iets over gehoord. Het zijn vijftienjarigen, dus misschien komt het later nog.
Mijn oproep is: praat over homoseksualiteit met jongeren. Het is jammer als je dit onderwerp, ook vanuit de Bijbel, binnen het gezin niet kunt bespreken, omdat je daar geen woorden voor hebt. Dan denkt een kind bij homo’s aan de excentrieke beelden van de Pride, terwijl het ook kan gaan om een ongetrouwde man in de gemeente die er niet over praat. Ik vind het mooi te horen dat het onderwerp ook op reformatorische scholen een plek krijgt.”
De gereformeerde ethicus Jochem Douma beschreef in 1973 een visie op homoseksualiteit die kortweg bekendstaat als „je mag het wel zijn, maar niet doen”. Deze visie leeft vermoedelijk breed in de reformatorische gezindte. Kan deze volgens u samengaan met respect en veiligheid voor jongeren?
„In de tijd van Douma kwamen predikanten met de vraag hoe ze pastorale aandacht moesten geven aan een homoseksueel gemeentelid. Ik denk dat dit onderscheid in die situatie en tijd heel belangrijk is geweest.
Boven mijn proefschrift heb ik een citaat van Augustinus gezet: „Heb lief en doe wat je wilt”. God heeft Zijn eniggeboren Zoon gegeven om ook jou te redden. Als je dat door je heen laat gaan, die liefde van God, en je ziet een ander worstelen, dan bestaat het niet dat je anderen negatief behandelt. Iemand die homoseksueel is, zal voor God over zijn relatie verantwoording moeten afleggen, net zoals jij en ik. Ik denk dat wij als mensen niet over een ander hoeven te oordelen.
Tijdens een conferentie zat ik een keer in een zaaltje met vooral afgevaardigden van het COC. Toen zei ik: „Ik doe onderzoek naar een lesmethode die draait om respect, niet om acceptatie”. Die mannen zeiden: „Dat vinden we prima. Als we met respect behandeld worden, wordt ons leven sowieso een stuk prettiger.””
Wat veranderde er door de drie lessen?
„Leerlingen werden zich er beter van bewust dat ze mensen in hun directe omgeving kunnen hebben die homo zijn, zonder dat zo’n scholier dat weet. En die ze dus ook onbewust kunnen kwetsen door respectloos te praten over homo’s. Ze leerden verder kijken dan de stereotypen. Verder oefenden de jongeren in de lessen met een grotere woordenschat om een gesprek te kunnen voeren over homoseksualiteit.”
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Homoseksualiteit






