Naar de Schrift
Handelingen 3:25a
„Gij zijt kinderen der profeten en des verbonds, dat God met onze vaderen opgericht heeft.”
Wie deze verbondswoorden goed overweegt, bemerkt dat God bij het oprichten van Zijn verbond met de mensen geheel en al volgens het maken van een verbond en testament gehandeld heeft. Want eerst wordt aangewezen wie zich met elkaar verbonden hebben, namelijk God en het zaad van Abraham. Daarna wordt vermeld wat ieder van de beide bondgenoten de ander schuldig is, onder welke voorwaarden het verbond gemaakt is en waartoe zich iedere partij verbonden heeft. God Zelf is de God van Abraham en zijn zaad. Abraham en zijn zaad zullen oprecht voor God wandelen en eerlijk zijn. Ook wordt duidelijk vermeld hoe lang dit verbond gelden zal, dat het namelijk eeuwig zal zijn en van geslacht tot geslacht zal duren. Boven dit alles wordt het met bloedige ceremonies, met de besnijdenis, bevestigd.
Brieven en zegelen van dit verbond behoeven wij niet te zoeken, daar dit woord –door Mozes beschreven– de plaats van de brieven en zegelen inneemt. Of, meer nog: alle Bijbelse Schrift van het Oude en Nieuwe Testament.
Heinrich Bullinger, predikant te Zürich (”Het verbond”, 1537)