Marinus Hofman schrijft een boek over zijn opa, ds. M. Hofman; „Profetische gaven terug te voeren op intensief gebedsleven”
„We zullen weten dat er een profeet in ons midden geweest is”, zei een ouderling bij de begrafenis van ds. M. Hofman in 1945. Dat was niet zomaar een betekenisloos gezegde, stelt Marinus Hofman (70) in een uitvoerige biografie over zijn opa.

”Opperzaal”, vermeldt een bordje op de deur van Hofmans studeerkamer. De kleine ruimte, volgestouwd met boeken, verraadt de interesses van de gepensioneerde Ridderkerker: (orgel)muziek, Bonhoeffer, familiegeschiedenis, de Gereformeerde Gemeenten.
Hier is de afgelopen jaren de biografie van zijn gelijknamige grootvader, ds. M. (Marinus) Hofman, geboren. Het resultaat, een onderzoeksverslag van 700 A4’tjes, werkte hij voor het publiek uit in een biografie van ruim 300 bladzijden met bijna 1200 noten. Prof. dr. J. Hoek begeleidde het project; verschillende kerkhistorici lazen mee.
In het boek staan verschillende (deels) niet eerder gepubliceerde brieven. Zo stuurde ds. G.H. Kersten in mei 1944 aan de predikanten van de Gereformeerde Gemeenten een bericht dat hij, in tegenstelling tot wat hij hun eerder had geschreven, een predikantenconferentie over onderlinge leergeschillen wilde bijwonen. Onder het exemplaar aan ds. Hofman krabbelde ds. Kersten er met pen bij: „W[aarde] Br[oeder] k Heb naar uw woord geluisterd.” Blijkbaar had ds. Hofman op hem ingepraat, en met succes.
Die brief, samen met 150 andere van en aan zijn grootvader, erfde Hofman via zijn vader, ds. H. Hofman sr. Daarnaast bevatte de nagelaten koffer aantekeningen en preekschetsen van ds. M. Hofman. Deze noteerde ook de data waarop hij die preken hield. Op basis daarvan kon Marinus junior 6000 gehouden preken traceren. In zijn boek analyseert hij de tekstkeuze ervan.
Profetisch
Een onafhankelijk karakter en een bevindelijke inslag kenmerkten ds. Hofman volgens zijn kleinzoon. „Hij kende geen krachtdadige bekering; alles was er al, vanaf het begin. Zijn intensieve gebedsleven en het bijzondere spreken van God gedurende heel zijn leven spraken me erg aan.”
Kort na het einde van de Eerste Wereldoorlog, in november 1918, vond in Nederland een officiële dankdag plaats. „Ds. Hofman kreeg toen vanuit Jesaja 14:29 de overtuiging dat er een andere oorlog zou volgen, waarin Nederland niet neutraal zou blijven. Dat was weliswaar geen profetie in Bijbelse zin, maar wel een bijzondere godsspraak.”
Ook andere zaken voorzag ds. Hofman, zoals dat hij zou sterven als zijn jongste dochter – Netty, ze leeft nog – twaalf zou zijn. „Dat profetische is terug te voeren op een intensief gebedsleven”, aldus Hofman.
Een makkelijk onderwerp is dat niet om over te schrijven: hoe weet je dat dergelijke voorzeggingen écht waren? Hofman: „Het is niet uniek dat de aandacht van Gods kinderen op een bepaalde manier geleid wordt. Je moet er wel een geestelijke gevoeligheid voor hebben. Vooral die voorzegging van de Tweede Wereldoorlog was bijzonder, maar ook eenmalig. Toen de oorlog kwam, zag hij die als vervulling daarvan, en als straf van God, die hij wilde billijken.”
Gods oordeel aanzeggen is ook vandaag actueel, denkt Hofman. „Gezien de wereldwijde crises hebben we de oproep tot wederkeer hard nodig, maar ook dat we de mogelijkheid van verlossing zien.”
Ds. Hofman had een afkeer van een „kil, dogmatisch stramien”, stelt de biograaf. „Hij preekte een beweeglijkheid in God: Wie weet, God mocht Zich wenden. Hij was beslist in het noemen van de zonde en streng in levensstijl, maar ook ruim in de mogelijkheid van terugkeer.
In een preek zei hij: „Wij weten niet wat God voorheeft met datgene wat kaf gelijkt.” En: „Hier kan geen schepsel enige verontschuldiging indienen dat zij uitgesloten waren, want ook gij zult zalig worden, zo gij gelooft in deze Jezus.” Dat vind ik prachtige citaten.”
Verworpelingen
De laatste jaren van ds. Hofmans leven namen de onderlinge spanningen in de GG toe. Die zouden uitlopen op de scheuring van 1953. Hoe stelde de predikant zich op? „Hij was al oud en ging zijn eigen gang. Ds. G.H. Kersten en hij mochten elkaar. Maar hij had weinig met ds. Kerstens dogmatische opstelling”, duidt de biograaf. „Ook met de opvattingen van dr. C. Steenblok had hij grote moeite, schreef hij, maar tegelijk is die wel meermaals in opa’s pastorie wezen eten.”
Een van de twistpunten destijds was de vraag of de algemene genade voor onbekeerden losstaat van Christus’ kruisverdienste. Volgens ds. Kersten en dr. Steenblok wel. Ds. Hofman schreef daarover: „De Heere Zelf schijnt soepeler in Zijn verklaring tegenover de verworpelingen”, vond zijn kleinzoon in een aantekening.
Hofmans biografie oogt als een doorwrocht onderzoek. Tegelijk vertelt de auteur duidelijk vanuit grote betrokkenheid over zijn opa. Kan een biografie over je grootvader wel neutraal zijn? Hofman: „Ik heb hem zelf nooit gekend. Ik noem overigens ook negatieve dingen, zoals dat hij zijn preekbeurten boven alles stelde en daardoor veel thuis weg was. En tegelijk zijn er de genen: ik denk dat ik op hem lijk. Mijn opa was wars van alles wat hoog en belangrijk is.”

Een stem gehoord
Marinus Hofman
uitg. in eigen beheer (marinus.hofman@solcon.nl)
330 blz.
€ 35,00
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Gereformeerde Gemeenten
- Kerkgeschiedenis









