Kerk & religieInterview

„Oorlog in Libanon opende deuren voor het Evangelie”

Voor christenen in Libanon is een nieuwe situatie ontstaan sinds het begin van de oorlog tussen Hezbollah en Israël. „Moslims vluchtten naar christelijke dorpen en werden daar gastvrij opgevangen.”

Een flatgebouw dat voor een groot deel in puin ligt.
Verwoeste gebouwen in Libanon. beeld Adri Weststrate.

Noor* uit Libanon is, eerder deze maand, in Nederland voor overleg. Tussendoor heeft hij tijd om wat te vertellen over de situatie in zijn land. Het gesprek met hem vindt plaats in het gebouw van Stichting Ismaël in Gouda. Deze stichting helpt christenen in het Midden-Oosten en steunt ook de organisatie waarvoor Noor werkzaam is.

Twee mannen staan bij een landkaart. De rechtse man is alleen zichtbaar op zijn rug; hij wijst Libanon aan.
Noor, op de rug gezien, terwijl hij Libanon op de kaart aanwijst. Links naast hem Adri Weststrate. beeld Jan van Reenen

Stichting Ismaël is momenteel bezig om 5000 – op kosten van de Gereformeerde Bijbelstichting (GBS) gedrukte – groteletterbijbels naar het Midden-Oosten te verschepen. Directeur Adri Weststrate, juist terug uit het Midden-Oosten: „Wij steunen al langer kerken in het Midden-Oosten met Bijbels en christelijke lectuur, onder andere de in het Arabisch vertaalde Heidelbergse Catechismus. De nu verzonden Bijbels zijn speciaal bedoeld voor slechtzienden en ouderen die de Bijbel in gewone letter niet kunnen lezen. Ze zijn in Finland gedrukt, omdat ze niet in dundruk in het Midden-Oosten geprint kunnen worden. Ze zijn bedoeld voor onze partnerkerken in het hele Midden-Oosten.”

„De gemeenten in het Midden-Oosten zingen gezangen; ik hoop dat ze ook weer psalmen gaan zingen”

Adri Weststrate, directeur Stichting Ismaël

Weststrate geeft aan dat zijn organisatie betrokken is bij plannen voor het uitgeven van een oud Arabisch psalmboek dat niet meer gebruikt wordt. „De gemeenten in het Midden-Oosten zingen gezangen. Ik hoop dat ze ook weer psalmen gaan zingen.”

Vouchers

Medewerker Noor is blij met de Bijbels en twijfelt er niet aan dat ze goed terecht zullen komen: in Libanon, Syrië en andere landen, waar ze via de kerken daar verspreid worden. Hij wijst op de kansen die er op dit moment zijn: duizenden mensen vluchtten richting Beiroet en christelijke dorpen vanwege de Israëlische bombardementen. „De meesten van hen zijn moslim. Ze komen uit een gebied waar moslims en christenen elkaar wantrouwden en nauwelijks of geen contact hadden. Ze worden nu opgevangen door leden van diverse kerken. Het is verbazingwekkend om te zien wat er gebeurt.”

Een grote stad, met hoge gebouwen, vanuit de lucht bezien.
Beiroet. beeld Adri Weststrate

De medewerker vertelt over evangelische presbyteriaanse kerken die, mede gefinancierd door Stichting Ismaël, zorgen voor zo’n 250 gevluchte moslimgezinnen. „Vanuit de kerken krijgen die mensen vouchers ter waarde van 50 dollar (43 euro), waarmee ze maandelijks basisvoedsel kunnen kopen. Daarnaast geven ze hun Bijbels en vertellen ze het Evangelie. Deze christenen zeggen tegen hen: „Wij houden van jullie.” Meer dan honderd moslims zijn de afgelopen maanden christen geworden.”

Blind

Noor geeft een aantal voorbeelden van bekeringen. Hij noemt een Koerdische man die met zijn familie naar een christelijk dorp gevlucht was. „Die man zei dat hij vroeger een christelijke familie als buren had. Ze waren bang voor hem en hij sprak nooit met hen over het christelijk geloof. De Koerd kwam in de streek Byblos terecht, waar hij de Naam van Jezus hoorde. Hij merkte dat christenen daar van moslims houden en is christen geworden.”

Enkele vrouwen in jurk in gesprek.
In Libanon. beeld Adri Weststrate
Een oude vrouw staat op een balkon.
In Libanon. beeld Adri Weststrate

De Libanees vertelt ook over een man die een jaar of tien geleden in Mekka was tijdens een pelgrimstocht en daar in een visioen een stem hoorde en een kruis zag. „Hij dacht dat het van de satan was. Toen hij recent moest vluchten, zag hij het kruis van het visioen weer in een kerk en hoorde hij van een prediker wat het betekende. Hij was verrast door de liefde van christenen voor hem en is christen geworden.”

Als derde noemt Noor een blinde moslimvrouw in Beiroet die vanwege haar blindheid niet kon vluchten. Een blinde christelijke vrouw bood aan bij haar te komen wonen en haar te helpen. „De christelijke vrouw heeft het Evangelie met haar gedeeld. Nu gaan ze samen naar de kerk.”

Noor vraagt om gebed voor christenen en moslims in Libanon, zodat nog meer moslims daar het Evangelie mogen horen. „Ze hebben nodig dat ze Gods Woord horen en dat God hun ogen opent.”

* Een schuilnaam, om veiligheidsredenen. Noors echte naam is bij de hoofdredactie bekend.