BuitenlandAchtergrond

Sociale onrust in Congo door ebolamaatregelen

Nabestaanden van ebolaslachtoffers in Congo krijgen de lichamen van hun dierbaren niet terug, omdat die nog besmettelijk zijn. Niet iedereen accepteert dit.

Een man in een blauw plastic schort spuit ontsmettingsmiddel op de schoenen van een man met een helm op.
Ontsmetting van een motorrijder in het oosten van de Democratische Republiek Congo. beeld AFP, Glody Murhabazi

Artsen die in de Democratische Republiek Congo (DRC) aan het werk zijn om de ebola-uitbraak in het land te bestrijden, krijgen te maken met grote woede en sociale onrust. Zorgcentra waar zieken worden behandeld, werden de afgelopen dagen doelwit van brandstichting en geweldpleging, onder meer door nabestaanden van overleden ebolapatiënten.

De aanvallen vonden plaats in de provincie Ituri, in het noordoosten van het Afrikaanse land. Zondag bestormde een groep boze jongeren in de stad Mongbwalu een ziekenhuis waar ebolapatiënten behandeld worden. Zij eisten dat de hulpverleners ter plaatse de lichamen van twee overleden dierbaren zouden overdragen. Bij de aanval zou ook geschoten zijn.

Ook eind vorige week was het raak in Mongbwalu, toen een tent van hulporganisatie Artsen zonder Grenzen door brandstichting in vlammen opging. De dag daarvoor staken familieleden van een overleden patiënt in de buurt van Bunia, eveneens in Ituri, een andere tent in brand. Zij eisten toen dat hulpverleners hen het lichaam van hun dierbare zouden laten meenemen. Volgens ooggetuigen stond de politie in beide gevallen machteloos. Hulpverleners moesten wegvluchten voor het geweld.

Lokale gebruiken

De reden dat de lichamen van overleden ebolapatiënten niet aan hun nabestaanden worden gegeven is dat de zeer besmettelijke ziekte ook na het overlijden nog op anderen kan worden overgedragen. Om te voorkomen dat het virus zich op deze manier verder verspreidt, staan gezondheidsorganisaties en de autoriteiten in de DRC erop dat de uitvaarten van overledenen uitsluitend door gespecialiseerde teams in beschermende uitrusting worden uitgevoerd.

Die regelgeving staat haaks op de lokale gebruiken rond het begraven van dierbaren. In de regio gaan begrafenissen vaak gepaard met intensief fysiek contact met de overledene, bijvoorbeeld omdat naasten het lichaam zorgvuldig wassen en aankleden. De uitvaartrituelen worden door veel inwoners van de regio gezien als een onmisbaar onderdeel in de vredige overgang van de overledene naar het hiernamaals.

Begrafenissen worden vaak door honderden mensen bezocht, maar vanwege de ebola-uitbraak zijn bijeenkomsten van meer dan vijftig mensen nu verboden. Volgens lokale bronnen zien bewapende legereenheden er bij uitvaarten op toe dat de regels worden nageleefd.

De regio kent meer problemen dan de huidige ebola-uitbraak. Ituri wordt al decennia geteisterd door sektarisch geweld. Bovendien is het Congolese leger in de naastgelegen regio Kivu in oorlog met het rebellenleger M23. Volgens de Verenigde Naties bevinden zich in Ituri zo'n 920.000 ontheemden. Er is weinig toegang tot zorgfaciliteiten en de armoede is groot.

Niet transparant

Veel inwoners van Ituri voelen zich aan hun lot overgelaten door de overheid, ook nu ebola er is opgedoken. Dat de regering ze ervan weerhoudt om hun dierbaren te begraven, en volgens velen niet transparant is over wat er met de lichamen gebeurt, voedt de woede van de lokale bevolking.

Sinds de vaststelling van het virus, eind april, zijn er waarschijnlijk al zeker 204 mensen aan ebola overleden. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) spreekt van een medische noodsituatie. Volgens WHO-voorzitter Tedros Ghebreyesus wordt de situatie verergerd door het geweld, de enorme hoeveelheden ontheemden, en een algeheel wantrouwen tegenover zorgverleners in de regio.