Dit is een opinieartikel. Plaatsing betekent niet dat de redactie met de mening van de auteur(s) instemt. Reageren? Stuur uw artikel (600 of 800 woorden) of ingezonden brief (maximaal 250 woorden) naar opinie@refdag.nl.

OpinieOpinie

Geef (jonge) boeren toekomst, geen onzekerheid

De provincie Utrecht noemt natuurherstel, waterkwaliteit en stikstofreductie belangrijke doelen. Maar in de ontwerp-Omgevingsverordening en het Ontwerp-Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) staan vooral regels en onzekerheden. Voor jonge boeren is dat zeer schadelijk.

Twee koeien lopen in een weiland. Op de achtergrond staat een bomenrij.
„Zonder boeren is er geen voedselproductie, geen landschapsbeheer, geen levend platteland.” beeld ANP, Sem van der Wal

Iemand die vandaag een agrarisch bedrijf wil overnemen of starten, moet investeren in stallen, grond, vernieuwing en verduurzaming. Dan is langjarige zekerheid onmisbaar. Toch wordt in genoemde ontwerpverordening voorgesteld om verleende omgevingsvergunningen onder ruime voorwaarden te kunnen wijzigen of zelfs te kunnen intrekken. Dat raakt direct aan het vertrouwen dat jonge ondernemers nodig hebben.

Jonge boeren hebben behoefte aan een eerlijk speelveld waarin vernieuwing loont

Welke bank wil financieren als de vergunning(verlening) onzeker is? Tot half februari kon men bij de provincie Utrecht een zienswijze of reactie op de voorgestelde plannen indienen. De provincie liet weten 1700 reacties te hebben ontvangen. Deze grote hoeveelheid toont enerzijds een sterke betrokkenheid maar anderzijds weerstand tegen de toekomstplannen voor het landelijk gebied.

Heldere kaders

In het UPLG worden van niet-grondgebonden Utrechtse bedrijven uitstootreducties van 90 tot 95 procent gevraagd, terwijl niet is onderbouwd of dit technisch en financieel haalbaar is. Wie naar de toegestane technieken kijkt, constateert al snel dat dit technisch inderdaad niet haalbaar is. Dat geldt voor biologische én niet-biologische bedrijven. En financieel wordt het zeer moeilijk of onmogelijk. Hoe kan een jonge boer een bedrijfsplan maken als normen nu al als stok achter de deur worden vastgelegd, terwijl pas later wordt bekeken of ze echt nodig zijn? Als vergunningen afhankelijk zijn van het feit of je de doelen haalt, waardoor het onzeker is wat je echt vergund krijgt? Als financiële compensatie en langjarige zekerheid ontbreken?

Een toekomstbestendig landelijk gebied begint bij boeren die durven te blijven

Een gebiedsprogramma met zulke ingrijpende gevolgen mag niet gebaseerd zijn op onduidelijkheid. Jonge boeren willen geen tijdelijke gedoogconstructies of politieke experimenten. Zij hebben behoefte aan heldere kaders, juridisch houdbare regels en een eerlijk speelveld waarin vernieuwing loont.

Als we willen dat een nieuwe generatie boeren investeert in kringlooplandbouw, uitstootreductie en natuurbeheer, dan moeten we stoppen met beleid dat voelt als koude sanering via de achterdeur oftewel bedrijfsbeëindiging. Toekomstgericht beleid begint met vertrouwen, niet met dreiging.

Gebiedskracht

Naast de jonge ondernemers is er een grote groep blijvers: boeren die al generatieslang in het landelijk gebied werken en hun bedrijf willen voortzetten en verduurzamen. Juist deze groep dreigt klem te raken.

Voor de stikstofzones rond Natura 2000-gebieden worden in het UPLG zware bemestingsbeperkingen voorgesteld, zonder dat helder is hoeveel reductie deze maatregelen echt opleveren en of ze wel eerlijk en evenredig zijn. Voor veel bedrijven betekent dit hogere mestafvoerkosten, verslechtering van de bodemvruchtbaarheid en een forse economische klap, met het reële risico op koude sanering. In het Binnenveld (gebied tussen Wageningen, Bennekom, Ede, Veenendaal en Rhenen) heeft bovendien al een omvangrijk ruilverkavelingsproces plaatsgevonden, waarbij boeren gronden hebben afgestaan voor natuurontwikkeling.

Vertrouwensbeginsel

Het nu opnieuw aanwijzen van extra hectares voor natuur zonder duidelijke onderbouwing of volledige schadeloosstelling raakt aan het vertrouwensbeginsel. Boeren die blijven vragen geen vrijstelling van regels. Zij vragen:

  • duidelijke en toetsbare criteria;

  • eerlijke en volledige compensatie bij ingrijpende maatregelen;

  • erkentelijkheid voor reeds door hen geleverde inspanningen;

  • ruimte voor gebiedsgerichte oplossingen.

De gebiedscoöperatie het Binnenveld laat zien dat boeren verantwoordelijkheid nemen en samen willen werken aan natuur- en waterdoelen. Een gebiedsgerichte aanpak –met maatwerk, lokale kennis en gedeeld eigenaarschap– is effectiever dan algemene, van bovenaf opgelegde zones die over bedrijven én woonwijken worden gelegd.

Als de provincie werkelijk inzet op een vitaal landelijk gebied, dan moet zij investeren in de blijvers. Niet door steeds strengere normen zonder financiële onderbouwing, maar door samen met ondernemers te werken aan uitvoerbare oplossingen.

Perspectief centraal

Het debat over stikstof en natuur mag nooit verworden tot een debat tegen boeren. Zonder boeren is er geen voedselproductie, geen landschapsbeheer, geen levend platteland. Voor jonge boeren betekent goed beleid: zekerheid, omdat ze anders niet kunnen investeren. Voor boeren die blijven betekent goed beleid: ruimte om door te kunnen ontwikkelen.

De provincie heeft nu de kans om te kiezen voor rechtszekerheid, een goed verdienmodel, waardoor investeringen terugverdiend kunnen worden, en echte samenwerking. Niet door regels op regels te stapelen, maar door perspectief centraal te zetten. Want een toekomstbestendig landelijk gebied begint bij boeren die durven te blijven.

De auteurs zijn adviseur milieu en ruimtelijke ontwikkeling bij VanWestreenen.

Populaire artikelen