„Dit betekent het einde van mijn bedrijf”, beseft de boer
Het plan waarmee de provincie Utrecht de stikstofcrisis wil aanpakken, heeft dramatische gevolgen voor de landbouw. In en rond zes Natura 2000-gebieden mogen boeren hun land straks nauwelijks of zelfs helemaal niet bemesten. „Dit betekent het einde van mijn bedrijf.”

Zondagmorgen 30 november. In de hervormde gemeente van Westbroek leest de ouderling van dienst de voorbedes voor. „We willen bidden voor de families van vijf boerderijen die te horen kregen dat (…) hun levenswerk op het spel staat. We bidden dat God hun troost en kracht geeft en mensen om hen heen plaatst die met hen meeleven en met hen meedenken over de weg die voor hen ligt.”
De kerkgangers horen het in stilte aan. „Iedereen was onder de indruk”, herinnert scriba Elbert Hennipman (43) zich. Vier van de vijf betrokken families zijn lid van de hervormde gemeente. Onder hen zijn eigen gezin. Elbert en Jannie (43) Hennipman wonen samen met hun zoons Wyno (17) en Evan (15) en dochter Marit (13) net buiten het dorp. Ze hebben een modern melkveebedrijf met 200 koeien plus bijbehorend jongvee. „Na de dienst kregen we van alle kanten meelevende reacties.”
De datum van de donderdag daarvoor, 27 november, staat in Hennipmans geheugen gegrift. Die dag brengt de provincie met de nodige tamtam het ontwerp van het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) naar buiten. Het plan heeft twee doelen: herstel van kwetsbare, stikstofgevoelige natuur en het weer op gang brengen van de vergunningverlening voor economische activiteiten, zoals woningbouw.
De landbouw moet de stikstofruimte leveren die daarvoor nodig is. De Utrechtse boeren worden per brief op de hoogte gesteld van de globale inhoud van het UPLG. Dertien agrariërs, onder wie Hennipman, krijgen een speciale ‘behandeling’, omdat de gevolgen van het nieuwe beleid voor hun bedrijven het meest ingrijpend zijn.
Koerier
Het begint met een telefoontje. Een medewerkster van de provincie vraagt of de boer thuis is, want er is een aangetekende brief onderweg. De inhoud kan een grote impact op zijn bedrijf hebben, legt ze uit. „Het is belangrijk dat u de brief goed doorleest.”
Twee minuten later rijdt een koerier het erf op. De boer tekent voor ontvangst, scheurt de enveloppe open en begint te lezen. „Ik was nog niet halverwege, toen wethouder Krischan Hagedoorn van de gemeente De Bilt aan de deur stond, met een beleidsambtenaar. Ze boden hulp aan bij de verwerking van de klap. Ik wist op dat moment nog niet precies wat me boven het hoofd hing.”
Dat bleek al gauw uit de rest van de brief en de online documentatie waarnaar verwezen werd. Vanaf 1 december 2026 mag Hennipman 40 hectare land helemaal niet meer bemesten. Dit land, zijn huiskavel, ligt in het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. De rest van zijn land, 60 hectare, valt in een bufferstrook van 250 meter om dit gebied. Daar mag hij straks nog maximaal 100 kilogram stikstof per hectare uitrijden, terwijl dat nu nog bijna twee keer zoveel is.
„Dit betekent het einde van mijn bedrijf”, beseft de boer. „Zonder bemesting groeit er te weinig gras en is ook de kwaliteit onder de maat. Dan moet ik dus voer voor mijn koeien aankopen. En waar moet ik met de mest naartoe? Die zal ik tegen hoge kosten moeten afvoeren. ’s Zomers mag ik mijn koeien zelfs niet meer in de wei laten lopen, want ook dat valt onder bemesting.”
Predikant
Terwijl hij de boodschap nog op zich laat inwerken, klopt ds. T. J. Lucas op de keukendeur. De predikant uit Lage Vuursche verleent pastorale bijstand in Westbroek. „De burgemeester had hem gestuurd: ik zou misschien behoefte hebben aan een gesprek. Het was een fijn moment.”
Een paar uur later krijgt hij een appje van de huisarts. „De wethouder had al gezegd dat hij op de hoogte was. De dokter vroeg hoe het met me ging. En als ik de komende dagen behoefte zou hebben aan slaapmedicatie, zou hij dat voor me regelen.”

De boer is er anderhalve week later tijdens een gesprek aan de keukentafel nog beduusd van. „Zelfs de politie bleek ingelicht. Ze hielden er rekening mee dat boeren zouden gaan protesteren en verhaal zouden gaan halen op het provinciehuis.”
Hij waardeert de bezorgdheid en de inzet van het gemeentebestuur. Bij de provincie zelf krijgt hij moeilijk gehoor. „Ik wil weten wat dit plan concreet voor mijn bedrijf betekent. Mag onze stal blijven staan? Gaan ze me helpen om het bedrijf te verplaatsen? En wie onderhoudt straks mijn land?” Pas afgelopen dinsdag kwam de toezegging dat er iemand langs zou komen.
In de tussentijd zit Hennipman niet stil. Hij vraagt advies bij Stikstofclaim, een stichting die boeren bijstaat die door stikstofwetgeving in de problemen dreigen te komen. Op een besloten bijeenkomst leggen twee advocaten uit hoe getroffen boeren kunnen proberen om hun belangen veilig te stellen.
Burgerjongen
Hennipman heeft weinig hoop dat hij in Westbroek kan blijven boeren. Dat doet pijn. „Ik ben hier geboren en getogen. Ik was geen boerenzoon. Als burgerjongen ben ik in 2003 gaan samenwerken met een boerenechtpaar dat geen opvolger had. In 2009 heb ik het bedrijf van hen overgenomen en daarna steeds uitgebreid. In bedrijfseconomisch opzicht gaat het ons voor de wind en zijn de vooruitzichten prima. Een van onze zoons wil ook boer worden.”
Hij kan er moeilijk begrip voor opbrengen dat juist hij wijken moet voor natuurherstel
Hij kan er moeilijk begrip voor opbrengen dat juist hij wijken moet voor natuurherstel. „Ik heb een paar jaar geleden geïnvesteerd in een emissiearme stal om de uitstoot van stikstof te verlagen. Ik ben lid van een heel actieve agrarische natuurvereniging. Slootkanten beheren we natuurvriendelijk, we helpen weidevogels en we zaaien bloemenstroken langs onze maisakkers. Binnen zuivelcoöperatie FrieslandCampina hoort ons bedrijf bij de 25 procent meest duurzame.”

De boer zet ook vraagtekens bij het motief van de provincie. „Welke natuur moet er nu eigenlijk hersteld worden en waar willen ze precies naar terug? Ik heb op internet het UPLG helemaal doorgeworsteld, maar ik lees niets over een nulmeting. Hier in de omgeving zit wat oude natuur, maar veel is pas aangelegd bij de laatste ruilverkaveling begin deze eeuw. Een jaar of drie geleden was er nog een uitbreiding. Toen is hier in de buurt heel veel grond afgegraven en afgevoerd, om de ontwikkeling van trilveen te stimuleren. Trilveen is heel gevoelig voor stikstof. Daar worden wij nu op afgerekend.”
Onteigening
Hoe nu verder? De provincie zegt dat ze klaarstaat om boeren die door het UPLG in de problemen komen te helpen. Als het bedrijf niet op de huidige locatie kan worden voortgezet, komt –tegen vergoeding omschakeling of verplaatsing in beeld. Ook kan een boer zich door de provincie laten uitkopen. Maar wie niet meewerkt, hangt onteigening boven het hoofd.
Hennipman weet één ding zeker: als het UPLG komend jaar ongewijzigd wordt vastgesteld, houdt het voor hem op de huidige locatie op. „Als de stal al mag blijven staan en ik hier nog koeien mag houden, ben ik zeker 200.000 euro per jaar kwijt aan extra kosten. Dan krijg ik de exploitatie van mijn bedrijf niet rond.”
Het toegezegde bezoek van de provincie is inmiddels geweest. Donderdag, precies twee weken na ontvangst van de aangetekende brief, reed verantwoordelijk gedeputeerde Mirjam Sterk het erf op. Ze nam bijna een uur de tijd voor Hennipman, maar veel wijzer is de boer naar eigen zeggen niet geworden. „Ze heeft toegezegd dat een zaakbegeleider meer informatie gaat geven over de gevolgen voor ons bedrijf. Verder was haar analyse dat het plan hoe dan ook doorgang zal vinden. Dat vind ik niet hoopvol.”
Toch gaat hij niet bij de pakken neerzitten. „Wij zijn vastbesloten om te vechten voor ons bedrijf. We worden omringd door vele lieve mensen en we weten ons ook in de toekomst gedragen en geleid door onze God.”
Verslagenheid raakt predikant
Ds. T.J. Lucas, hervormd predikant in Lage Vuursche, verleent pastorale bijstand aan de gemeente van Westbroek. Hij leeft mee met de getroffen boeren. „Het is vooral erg verdrietig.”

De predikant zegt dat burgemeester Maarten Haverkamp van De Bilt hem vooraf heeft gebeld. „Hij vroeg of ik pastorale bijstand wilde verlenen. Ik heb die donderdag een rondje langs de gezinnen gemaakt, en dat hoop ik binnenkort nog een keer te doen.”
De verslagenheid van de getroffen boeren raakt hem. „In hun ogen las ik de vraag: is dit echt, dit kan toch niet waar zijn? Dat is verschrikkelijk. Iemand heeft zijn bedrijf van de grond af opgebouwd en nu wordt zijn levenswerk abrupt uit zijn handen geslagen.”
Op verschillende adressen las hij uit Psalm 27: Zo ik niet had geloofd, dat ik het goede des HEEREN zou zien in het land der levenden, ik ware vergaan. „Dat geldt ook voor je bedrijf. Wat is eigenlijk de betekenis van je werk, als je het ineens kwijt kunt zijn?”
Boeren leven en werken vaak al meerdere generaties op hun bedrijf, benadrukt de predikant. „Als de overheid dan komt vertellen dat je moet stoppen, raakt dat je existentieel.” Hij moet denken aan Habakuk 3. „Vers 17, over velden die geen spijze voortbrengen en dat er geen rund in de stallingen wezen zal, krijgt in deze situatie wel een bijzondere lading. En dan toch ook de verzen 18 en 19 mogen nazeggen: Zo zal ik nochtans in den HEERE van vreugde opspringen …. De Heere HEERE is mijn Sterkte.”
Ds. Lucas zegt dat Westbroek van karakter verschiet. „Het aantal boeren neemt gestaag af. Er zijn er die nu nog buiten schot blijven, maar waarvan al gezegd wordt dat ze spoedig ook aan de beurt komen. Land dat boeren altijd met zorg onderhouden hebben, wordt in deze omgeving nogal eens afgegraven en verandert in een moerasachtige wildernis.”
„Niets gedaan met inbreng landbouw”
Utrecht benadrukt dat de landbouworganisaties betrokken zijn bij de totstandkoming van het UPLG. In een filmpje op de website van de provincie doet Jeroen van Wijk, regionaal bestuurder van land- en tuinbouworganisatie LTO Noord, zelfs een goed woordje voor het plan.
„Dat filmpje is al maanden geleden gemaakt, toen wij nog dachten dat onze inbreng een plek zou krijgen”, zegt Van Wijk desgevraagd. „Wij wilden dat boeren zouden kunnen blijven ondernemen. Het wrange is nu dat we daar bijna niets van terugzien. Vooral voor boeren in Natura 2000-gebieden ziet het er heel slecht uit.”
Het UPLG verplicht de landbouw om de uitstoot van stikstof tegen 2035 met 46 procent te verminderen in vergelijking met 2019. Boeren mogen zelf kiezen hoe ze dat willen bereiken. Blijkt in 2029 dat het doel waarschijnlijk niet gehaald wordt, dan legt de provincie veehouders een maximale emissie per hectare (melkveehouderij) of per dier (intensieve veehouderij) op.
Sommige landbouwgrond krijgt een andere functie. In zones van 250 meter rondom zes stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden mogen boeren nog maar beperkt mest uitrijden en geen kunstmest meer gebruiken. Binnen de gebieden mag helemaal niet meer bemest worden. Ook de emissies uit ”de meest belastende” stallen in de buurt van die gebieden moeten omlaag.
Geen vergunningen
„Zonder natuurherstel loopt de energietransitie nog verder vast, kunnen we geen vergunningen verlenen, geen woningen bouwen voor al die mensen die een huis zoeken en kunnen we ondernemers geen perspectief bieden. Daarom moeten we nu keuzes maken, soms ook lastige”, zei gedeputeerde Mirjam Sterk (Natuur en Landbouw, Transitie Landelijk Gebied) op 27 november bij de bekendmaking van het plan.

Honderden boeren ontvingen diezelfde donderdag een brief met een korte toelichting op het UPLG. Voor een kleine groep, volgens ingewijden dertien boeren, komt de boodschap erop neer dat ze hun bedrijf op de huidige locatie niet kunnen voortzetten, althans niet in de huidige vorm.
Sterk zegt desgevraagd dat het sturen van een brief aan de Utrechtse boeren een bewuste keus is. „We hadden het ook bij een formele publicatie kunnen laten, die ze dan zelf maar in de krant moesten lezen. Dat wilde ik niet. Ik vind het belangrijk dat we zo goed mogelijk in beeld brengen wat het UPLG voor mensen betekent.”
De gedeputeerde zegt dat ze openstaat voor een persoonlijk gesprek met degenen die daar prijs op stellen. De provincie biedt ook hulp aan in de vorm van begeleiding en financiële ondersteuning bij aanpassing, omschakeling of verplaatsing van bedrijven. „We hebben veel mogelijkheden in onze koffer.”
Ingrijpen in de stikstofcrisis is volgens haar hard nodig, ook voor de boeren zelf. „Van de Utrechtse veehouders heeft 50 tot 60 procent geen volledige vergunning. Ieder moment kan bij ons iemand op de stoep staan die tegen zo’n bedrijf handhaving eist.”
Onteigening
De brief die de dertien meest getroffen boeren hebben ontvangen, moet volgens Sterk niet worden gezien als een stap op weg naar onteigening. „Ik snap wel dat het grote impact heeft. Daarom willen we samen met boeren kijken of ze ergens anders verder kunnen of kunnen omschakelen naar andere vormen van landbouw. We gaan uit van vrijwilligheid.”
John Spithoven is adviseur van de stichting Stikstofclaim. Hij heeft zes verschillende brieven gezien, die Utrecht aan boeren in de provincie heeft gestuurd, afhankelijk van de maatregelen die hun worden opgelegd.
„In drie brieven werd al gesproken over onteigening van percelen, in een brief die door Gedeputeerde Staten is ondertekend. Dat is voor de muziek uitlopen. GS gaat niet over onteigening, dat is volgens de Omgevingswet voorbehouden aan Provinciale Staten”, zegt Spithoven.

Hij vindt de manier waarop de provincie de boeren benaderd heeft heftig. „Zo ga je niet met mensen om. In feite zet GS met zo’n brief zaken in gang, terwijl daar nog geen mandaat voor is.”
Volgens Bertrick van den Dikkenberg, SGP-statenlid in Utrecht, is GS onder de Omgevingswet bevoegd het UPLG vast te stellen. „De Staten hebben alleen het kader vastgesteld. Daar heeft de SGP tegen gestemd.”
Van den Dikkenberg is „absoluut niet blij” met het UPLG. „Dit plan stuurt op emissiebeperking met verregaande gevolgen voor de landbouw. Utrecht zou van het stikstofslot gaan, maar dat is voor mij nog maar de vraag. Zolang de wet niet wijzigt en rechters vergunningen afwijzen als KDW’s (kritische depositiewaarden, de hoeveelheid stikstof die de natuur in een bepaald gebied nog net kan verdragen, TR) maar een klein beetje overschreden worden, blijven we in de stikstoffuik zitten.”
Twijfels
Het Statenlid heeft ook twijfels over de noodzaak van natuurherstel. „De natuurdoelanalyses hebben geen referentie van het moment van aanwijzen. Hoe kun je dan stellen dat de natuur verslechterd is? Ik denk aan het Binnenveld (natuurgebied in het zuiden van de Gelderse Vallei, TR). Dat is in 2004 aangewezen, toen er nog veel landbouwgrond omheen lag. In de jaren daarna is daar veel nieuwe natuur gekomen. Heeft dat dan geen effect gehad op de staat van de natuur? Ik heb steeds gezegd: doe een factcheck in de natuur zelf, ga in het veld kijken hoe die eraan toe is.”
Net als Van den Dikkenberg denkt LTO-bestuurder Van Wijk dat het programma de beoogde doelen niet zal bereiken. „De provincie denkt de vergunningverlening los te kunnen trekken. Maar zolang de KDW in de wet staat, zien wij dat niet gebeuren. Intussen worden er wel boeren opgeofferd. Dat is voor ons niet acceptabel.”
De LTO-bestuurder is ook verbaasd dat het Utrechtse plan afwijkt van de lijn die de gezamenlijke provincies, verenigd in het IPO, afgelopen zomer uitzetten samen met LTO Nederland, jongeboerenclub NAJK en de koepels van gemeenten (VNG) en waterschappen (UvW). „Utrecht pakt er wel het stikstofemissiedoel uit, maar niet de afspraak dat er niet langer op de KDW’s wordt gestuurd.”
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Stikstof
- Beste van RD



