EconomieLandelijk gebied

„Utrechts plan betekent einde landelijk gebied”

Utrechtse boeren zien de toekomst somber in als de provincie haar plan met het landelijk gebied ongewijzigd doorzet. „Voedselproductie wordt een bijzaak.”

Een jongeman met een rode baard staat in een zaal vol mensen met een microfoon in zijn handen.
Een jonge melkveehouder roept de provincie op om te werken aan herstel van vertrouwen bij de boeren. beeld RD

Als het aan Utrecht ligt, moeten tal van boeren en tuinders hun bedrijfsvoering de komende jaren drastisch aanpassen. Van de huidige 75.000 hectare landbouwgrond krijgt ongeveer de helft met forse beperkingen te maken. Dat is volgens het provinciebestuur nodig om de natuur te laten herstellen en de vergunningverlening voor onder meer de energietransitie en de bouw weer op gang te brengen.

„We zijn hier, omdat we geschokt zijn”, verwoordde Agractiebestuurslid Willem van Eck maandagavond in Vianen. De boerenorganisatie had daar samen met melkveehoudersvakbond NMV en fruittelersorganisatie NFO een voorlichtingsavond belegd over het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). Dit plan, formeel nog een concept, werd in november gepresenteerd en leidde al tot veel onrust.

Tegen de vijfhonderd boeren, belangstellenden uit de periferie van de landbouw, bestuurders van gemeenten en waterschappen en zelfs een handjevol burgers trotseerden maandag de barre weersomstandigheden om bij elkaar te komen in hotel Van der Valk. De livestream via het YouTubekanaal van opiniemaker Marianne Zwagerman, die de discussie leidde, trok nog eens 10.000 kijkers.

Idyllisch

„De provincie wil een idyllisch landschap waar voedselproductie bijzaak is”, stelde Van Eck, die de aftrap gaf. „Het plan draait om krimp en extensivering, zonder enig zicht op een verdienmodel voor de boeren. We moeten er toch niet aan denken dat dit Utrechtse plan de opmaat wordt voor landelijk beleid?”

Dat laatste is, gezien de richting die de kabinetsformatie op lijkt te gaan, niet ondenkbaar. De provincie bouwt met haar plan namelijk voort op het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) van het kabinet-Rutte IV. Dat werd gesteund door VVD, D66 en CDA, dezelfde partijen die op dit moment onderhandelen over een nieuwe coalitie.

Is het UPLG misschien op drijfzand gebaseerd? Volgens Jan Venneman en Geesje Rotgers schort er in ieder geval van alles aan. Beiden plozen het plan, onderliggende documenten en Europese wetgeving uit. Venneman is gepensioneerd beleidsmedewerker van het ministerie van Landbouw en tegenwoordig adviseur van Agractie. Rotgers is onderzoeksjournalist en het gezicht van Agrifacts, een stichting die publicaties over de land- en tuinbouw controleert op betrouwbaarheid.

Omvallen

Venneman zette onder meer een vraagteken bij het door overheden veelgebruikte argument dat de natuur in Nederland op omvallen zou staan. „Ik heb twintig natuurdoelanalyses van beschermde Natura 2000-gebieden doorgespit. Ik kan daar niet in terugvinden dat er sprake is van verslechtering (wat volgens Europese regelgeving niet mag, TR), vaak omdat er bij de aanwijzing geen nulmeting is gedaan. Het zou slecht gaan omdat de berekende stikstofneerslag te hoog is. Maar dat is een cirkelredenering op basis van een modellenwerkelijkheid. In gesprekken met mij geeft de Ecologische Autoriteit (organisatie die natuurbeleid beoordeelt, TR) toe dat 65 tot 95 procent van de natuurdoelanalyses niet in orde zijn.”

Een vrouw en drie mannen zitten op krukken op een podium in een zaal vol mensen.
Op het podium Geesje Rotgers, Jan Venneman, Harmen Endendijk en fruitteeltspecialist Jan Peeters (v.l.n.r.). beeld RD

Volgens Geesje Rotgers gaat het UPLG uit van verouderde gegevens over bronnen van vervuiling van water. Die dateren soms van meer dan tien jaar terug. Onderzoek van de Wageningse universiteit uit 2025 wijst bijvoorbeeld uit dat vanuit de landbouw veel minder stikstof en fosfor in het water terechtkomen dan waar het UPLG mee rekent.

„In sommige watergangen zal de stikstofnorm nooit gehaald worden, zelfs al haal je alle landbouw daar weg”

Geesje Rotgers, onderzoeksjournalist

Ook gaan waterschappen verschillend om met stikstof die door natuurlijke processen vanuit de bodem in het water terechtkomt. Sommige zetten die vervuiling simpelweg op rekening van de landbouw, andere doen dat niet. „Dat zijn politieke keuzes. Gevolg is wel dat de stikstofnorm in sommige watergangen nooit gehaald zal worden, zelfs al haal je alle landbouw daar weg.”

Rotgers wees er verder op dat Europa anders naar waterkwaliteit kijkt dan Nederland doet. Op basis van gegevens die Nederland zelf verplicht aan Brussel aanlevert, voldoet veel water in Europese ogen gewoon aan de normen terwijl Nederland vindt dat de kwaliteit onder de maat is.

Hetzelfde geldt volgens haar voor de ecologische kwaliteit van beschermde natuurgebieden. „Brussel vindt onze natuur veel minder beroerd dan de indruk die we in Nederland zelf krijgen.”

Een blonde vrouw met een microfoon in de hand staat voorin een zaal met overwegend mannen.
Marianne Zwagerman confronteert enkele Utrechtse ambtenaren, die op de voorste rij zitten, met de onrust die het UPLG heeft opgeroepen. beeld RD

Hun uitlatingen riepen in de zaal de nodige verontwaardiging op. Discussieleider Zwagerman wilde van enkele aanwezige Utrechtse ambtenaren weten of de provincie het plan gaat aanpassen. Maar die hielden zich op de vlakte. „Iedereen kan tot half februari een zienswijze indienen”, zei een van hen.

NMV-voorzitter Harmen Endendijk riep de boeren in zijn slotwoord op dat massaal te doen. „Als er niks verandert, betekent dit UPLG het einde van het landelijk gebied zoals we dat nu kennen.”