InterviewBeroepingswerk CGK

Ds. Van der Toorn neemt beroep aan naar „veel traditionelere” christelijke gereformeerde kerk Doornspijk

Ds. P.W.J. van der Toorn (42), predikant van de christelijke gereformeerde kerk (cgk) te Bunschoten, vertrekt naar Doornspijk. Dat is –zoals hijzelf zegt– „een heel andere gemeente” dan zijn huidige. Hoe kwam hij tot die stap?

Traditioneel kerkgebouw, met achterin een pijporgel en voorin een lessenaar met daarop een kanselbijbel.
Interieur van kerkgebouw Rehoboth van de christelijke gereformeerde kerk te Doornspijk. beeld RD, Anton Dommerholt

Het was merkbaar een emotioneel moment toen ds. Van der Toorn zondagmorgen in zijn gemeente, die hij sinds 2016 dient, bekendmaakte dat hij het beroep naar de cgk in Doornspijk heeft aangenomen. Uitvoerig lichtte de predikant toe hoe de Heere hem op deze weg geleid had. Daarbij niet verhelend dat Doornspijk „een heel andere gemeente” is dan Bunschoten, wat het aannemen van dit beroep net iets bijzonderder maakt dan een willekeurige andere overstap naar een nieuwe gemeente.

Eenvoudig klein kerkgebouw, met daarop het woord Rehoboth. 
Kerkgebouw Rehoboth van de cgk te Doornspijk. beeld RD, Anton Dommerholt

Wat maakt Doornspijk zo anders?

„Alleen al de omvang. De gemeente die ik de achterliggende jaren mocht dienen, telt zo’n 1300 leden; die van Doornspijk ruim 300. Van een grote gemeente aan de rand van het Gooi, die behalve door boeren vooral door een cultuur van vissers wordt gestempeld, ga ik naar een klein dorp aan de noordrand van de Veluwe.

Daarnaast zijn er best wat verschillen in liturgie en gebruiken. In Bunschoten zingen we de psalmen ritmisch, en daarnaast ook wel gezangen. En we lezen er in de kerk uit de Herziene Statenvertaling. Doornspijk is een traditionelere gemeente, heeft een andere cultuur en ligging.”

Voor u vormt dat geen belemmering?

„Nee. Zulke verschillen raken de kern van het geloof niet en moet je dus ook voor jezelf niet te groot maken. Toen ik, vanuit de cgk in Heerde, in Bunschoten kwam, was men daar al gewend in de eredienst enkele gezangen te zingen. Als predikant voeg je je daar dan in. En ik heb dat, wat Bunschoten betreft, eerlijk gezegd ook met vreugde gedaan.

Man in zwart pak
Ds. P. W. J. van der Toorn. beeld RD, Anton Dommerholt

In Doornspijk is de eredienst wat soberder, maar daarmee nog niet meteen statig en stijf. En wat die Bijbelvertaling betreft: uiteindelijk preek je als predikant vanuit de grondtalen, hè?”

Dat juist deze gemeente u beriep, verraste u wel, zei u zondag.

„Ja, dat hadden mijn vrouw Marjolein en ik niet verwacht. Op voorhand leek het me ook onwaarschijnlijk dat ik erheen zou moeten. Maar de Heere heeft mij de afgelopen periode van bidden en overwegen tot mijn verwondering, vanuit Zijn Woord, volle zekerheid gegeven dat Zijn weg met mij naar Doornspijk leidt.

„Op de Veluwe moet ik dezelfde boodschap brengen als in het Gooi”

Ds. P.W.J. van der Toorn, christelijk gereformeerd predikant

En als Hij roept, dan moet en mag ik gaan. De laatste keer dat ik in Doornspijk preekte, was vorig jaar november. Ik hield er dezelfde preken als in Bunschoten. Ook dat geeft me rust, want ik moet op de Veluwe dezelfde boodschap brengen als in het Gooi.”

Een kleine gemeente betekent niet altijd een ‘makkelijkere’ gemeente.

„Dat klopt. Er is in Doornspijk grote nood, zo werd mij duidelijk tijdens een gesprek dat we met de kerkenraad hadden. Er zijn veel problemen geweest. Meer wil ik daar niet over zeggen en hoef ik er ook niet over te zeggen.

Hoe dit ook zij, de Heilige Geest richtte mijn hart en gedachten de achterliggende weken voortdurend op Doornspijk. Ik kreeg liefde en vooral veel ontferming voor de gemeente daar. En als je het dan zó met de Heere eens mag worden en Hem gehoorzaam mag zijn, geeft dat –is mijn ervaring– vreugde en zegen.”

Groot kerkgebouw, van bovenaf gezien. Daarvoor een parkeerplaats met veel auto’s. 
Het kerkgebouw van de cgk in Bunschoten. beeld cgk Bunschoten

Maakt de huidige crisis in uw kerkverband het uitbrengen van beroepen en het aannemen van beroepen niet extra lastig?

„Ik kan me voorstellen dat dit in veel vacante middengemeenten het geval is. Want heeft de predikant die men wil beroepen wel dezelfde visie op de toekomst van het kerkverband als de kerkenraad die hem graag als vaste voorganger heeft?

Maar voor mij persoonlijk hebben dit soort overwegingen bij dit beroep geen enkele rol gespeeld. Jawel, de toekomst van de CGK is onzeker. Maar laten we ons door die onzekerheid maar niet te veel laten leiden. Wij mensen weten niet eens wat de dag van morgen ons brengen zal.

De kerkenraad van de cgk in Bunschoten, die voluit wil staan voor de handtekening die hij onder kerkelijke en synodebesluiten heeft gezet, heeft eind vorig jaar het besluit genomen voorlopig een pas op de plaats te maken. En dus niet naar de algemene vergadering van de Rijnsburggroep te gaan. Dat geeft in Bunschoten een zekere rust.

In Doornspijk zal de gemeente waarschijnlijk een andere route volgen. Daar voeg ik me in. Als predikant geef ik enerzijds leiding, maar wil ik anderzijds gemeente en kerkenraad dienen. Om op die wijze tot zegen te kunnen zijn en tot eer van God te kunnen werken.”