Na jaren van crisis is het lachen de Cubaanse familie Robles vergaan
„Met ons gaat het precies hetzelfde als de vorige keer dat je ons bezocht, maar dan een beetje slechter”, zegt Arisbel (25) lachend. In 2019 leerde ik de familie Robles kennen in hun huis in een vervallen koloniaal gebouw in Oud-Havana.

Net als duizenden andere Cubaanse families runnen ze een kleine cafetaria vanuit hun huiskamer, als ”cuentapropista”, de Cubaanse term voor de zelfstandig ondernemers en bedrijfjes die de steeds grotere privésector op het eiland uitmaken.
Je herkent de cafetaria’s aan de archaïsch aandoende prijslijst, hangend aan de deurpost, met daaronder een glazen vitrine die de deuropening blokkeert. Daarop staat steevast een thermosfles met mierzoete sterke koffie, verkocht voor ongeveer vijf eurocent per espressokopje. Broodjes, vruchtensap en sigaretten vormen de rest van het bescheiden menu.
Sinds ik Cuba voor het eerst bezocht, in 2016, koop ik steevast mijn ontbijt bij deze cafetaria’s. Niet alleen kun je al etend het Cubaanse leven op straat aanschouwen, ook bieden de cafetaria’s de perfecte gelegenheid om bij de Cubanen binnen te kijken. In de huiskamers wordt niet alleen een onderneming gerund, maar gaat ondertussen ook het familieleven door.
Een derde van dagsalaris Arisbel gaat naar gedeelde taxi die hem van en naar de andere kant van de stad brengt
En zo raakte ik bevriend met de Robles. Een broodje leidde tot een praatje en een dag later werd de vitrine opzijgeschoven en nam ik plaats op een versleten sofa in hun huis. Elke keer dat ik terugkeerde naar Cuba, in 2022, 2024 en 2026, bezocht ik ze weer. En elke keer maakte neef Arisbel dezelfde grap. Waarin ook een waarheid zat, want sinds 2019 is Cuba in een steeds diepere crisis geraakt. Voor families als de Robles, die een bescheiden inkomen in Cubaanse peso’s verdienden, werd het steeds moeilijker om rond te komen. We lachten erom, want als je niet meer kan lachen, wat rest er dan nog?

Tot dit jaar. Ik bezoek de familie een dag nadat het Cubaanse regime de noodmaatregelen voor de oliecrisis heeft aangekondigd, op 6 februari. Het eiland zit al twee maanden zonder olietoevoer en de voorraden beginnen op te raken. Bussen rijden niet meer en de particuliere vervoerders hebben hun prijzen verdubbeld. Arisbel vraagt zich af hoe hij de komende tijd naar zijn nieuwe baan in een particuliere winkel gaat komen: een derde van zijn dagsalaris van vijf euro gaat al naar de gedeelde taxi die hem om zeven uur naar de andere kant van de stad brengt, om pas om elf uur ’s avonds weer thuis te komen. „No es fácil”, zegt Arisbel, met frustratie in zijn stem. „Het is niet makkelijk.”
En verder: hoe gaat de familie de cafetaria bevoorraden wanneer de benzine definitief opraakt? Met welk geld gaan ze eten kopen wanneer ook dat voor woekerprijzen verkocht zal worden? Niemand weet wat de Cubanen te wachten staat. Een ding is zeker: het lachen is de familie Robles vergaan.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Post Uit



