In Cuba raakt alles op: „We eten soep van knollen voor varkens”
Van continue stroomuitval tot medicijnentekorten, epidemieën, geen water uit de kraan en onbetaalbare voedselprijzen: het leven was al onmogelijk genoeg in Cuba. Nu Trump ook de olietoevoer naar het eiland heeft afgesloten, dreigt een humanitaire crisis van ongekende omvang.

„No es fácil”, is een veelgehoorde uitdrukking deze dagen in Cuba: „Het is niet makkelijk”. Dat is een understatement: het land verkeert al jaren in een ernstige crisis. Het eiland kampt met stroomuitvallen die tot 28 uur kunnen duren. Ze worden veroorzaakt door de verouderde energiecentrales. Bij gebrek aan gas en elektriciteit koken de Cubanen noodgedwongen op houtvuren. Ook de watervoorziening lijdt onder de stroomuitval in grote delen van het land.
Alsof dat nog niet genoeg is, dreigt het eiland nu ook zonder olie te komen te zitten. Cuba is voor ongeveer twee derde van zijn energievoorziening afhankelijk van olietoevoer van andere landen. Maar sinds Trump in december de blokkade afkondigde van olietankers uit Venezuela –Cuba’s belangrijkste leverancier– heeft het land geen olie meer ontvangen.

Naast Venezuela leverden ook Mexico en Rusland olie aan Cuba. Die toevoer heeft Trump eveneens afgesneden, op straffe van sancties van landen die olie exporteren naar Cuba. Daarmee wil de Amerikaanse president het communistische regime van de volgens Trump „gefaalde staat” het laatste zetje geven.
Onbetaalbaar
Priester Jorge (37) uit hoofdstad Havana is al maanden aangewezen op het water uit een geïmproviseerde put van een buurman, waar hij een aanzienlijk deel van zijn salaris van tien dollar in de maand voor moet afstaan, vertelt hij tijdens een bezoek van deze krant. Zijn gezin kookt met het laatste beetje gas dat hen rest. Eten is steeds onbetaalbaarder: „Een doos eieren kost 6 dollar. We eten voornamelijk brood en sancocho, een soep gemaakt van de knollen die we normaal gesproken aan de varkens te eten geven.”

Maar het dictatoriale regime lijkt voorlopig niet van plan om op te geven. Afgelopen vrijdag presenteerde het regime tijdens een urenlange uitzending op de staatstelevisie een serie van noodmaatregelen om de brandstofcrisis het hoofd te bieden. Zo zijn de meeste openbare bussen inmiddels gestopt met rijden, gaan de banken over op een vierdaagse werkweek en zijn de universiteiten gesloten.
Daarbij moeten Cubanen zoveel mogelijk op afstand werken. „En hoe gaan we dat doen, zonder stroom?” schamperen de Cubanen, van wie de meesten de uitzending niet konden volgen, bij gebrek aan elektriciteit.
De weinige olie die Cuba zelf produceert, zal gebruikt worden voor de energiecentrales en essentiële voorzieningen als transport van voedsel en ziekenvervoer, zegt het regime. Die belofte is moeilijk na te komen: volgens experts is de dikke Cubaanse olie ongeschikt als brandstof voor voertuigen.

Bonnenboekje
De humanitaire gevolgen voor de bevolking zullen hoe dan ook ongekend zijn. Ritprijzen van particuliere vervoersmiddelen waren een dag na de aankondiging van de maatregelen verdubbeld in Havana. Ook voor voedselprijzen is nog hogere inflatie te verwachten.
Bijna 90 procent van de Cubanen leeft in extreme armoede. Hun salarissen en pensioenen zijn nagenoeg waardeloos in het inmiddels bijna volledig kapitalistische Cuba. Van de verworvenheden van de socialistische staat is nagenoeg niets meer over: ziekenhuizen en apotheken hebben geen medicijnen of stroom om patiënten te helpen, de staatwinkels zijn leeg en met het bonnenboekje waarmee Cubanen tegen een gereduceerd tarief in hun basisbehoeften konden voorzien, is al maanden niets meer te krijgen. „In januari hebben we alleen een pond rijst en suiker kunnen kopen. Het bonnenboekje bestaat alleen nog in naam”, zeggen Luzmila en Geneveva, vrijwilligers in een gaarkeuken voor ouderen in een buitenwijk van Havana, gerund door een evangelicale kerk.

Net als in voorgaande crises appelleren de leiders aan de „veerkracht en creativiteit” van de Cubanen, die nog grotere „offers” moeten leveren voor de revolutie, aldus president Miguel Díaz-Canel. „En die woorden komen van een blozende, weldoorvoede man”, zegt Enrique, een 62-jarige ingenieur die auto’s repareert in het centrum van Havana. „Dit was een welvarend land. We leven hier al sinds 1959 in misère. Maar nu gaat die misère gepaard met wanhoop. De Cubanen leven als beesten. Hier is geen remedie meer voor.”
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Midden-Amerika
- Verenigde Staten
- Crisis


