Raúl uit Cuba: Crisis maakt Cubanen eerlijker, bewuster en zorgzamer
Veel gezinnen zijn door de economische en sociale crisis op Cuba de wanhoop nabij. Toch besluit Raúl Toural Estrada in zijn land te blijven en de kerk in het land te ondersteunen.

„Uw trouw is groot”, zingen Raúl en zijn medewerkers van de diaconale stichting Kainos in het Spaans. Het lied sluit aan bij wat zijn collega zojuist uit Psalm 103 heeft gelezen, over de barmhartigheid en genade van God. De woorden vallen als een lichtstraal in het donker van Cuba en tillen ieders kin voor een moment op.
De aanhoudende crisis heeft de bevolking uitgeput. Dag in, dag uit zijn mensen bezig om het nodige voedsel in huis te halen, een zoektocht die vrijwel al hun tijd en inkomen opslokt. De vraag is niet alleen of er iets te koop is, maar ook of je er genoeg geld voor hebt. Via een rantsoensysteem verstrekt de communistische overheid maandelijks enkele kilo’s rijst en suiker, soms aangevuld met olie en bonen. „Dat is alles”, zegt Raúl. „De meeste Cubanen verdienen te weinig om voldoende en gezond te eten. Mensen raken uitgeput.”
Geldzendingen
Het gemiddelde salaris ligt in Cuba rond de 15 euro per maand, terwijl een kilo rijst ongeveer 1,50 euro kost en een liter melk zo’n 4 euro. „Niemand kan met dit inkomen een gezin onderhouden”, zegt Raúl. Volgens hem overleven de meeste Cubanen alleen dankzij geldzendingen uit het buitenland en steun van kerken.
Ook de gezondheidszorg kampt met ernstige tekorten. Medicijnen tegen diabetes en hoge bloeddruk zijn nauwelijks beschikbaar, en zelfs simpele pijnstillers zijn moeilijk te krijgen. Tegelijkertijd verspreiden muggen het chikungunyavirus, dat koorts en hevige gewrichtspijn veroorzaakt.
En dan is er nog de langdurige stroomuitval. In grote delen van het land is slechts twee tot vier uur per dag elektriciteit beschikbaar. „Je moet dit meemaken om te weten wat dit betekent”, zegt Raúl. „Het tast het dagelijks leven ernstig aan, alleen al omdat het moeilijk wordt om voedsel te bewaren.”
Sinds het overlijden van minister-president Fidel Castro in 2016 lijkt de overheid zich uitsluitend te richten op het consolideren van de macht. Het weinige vertrouwen dat de bevolking nog in de regering had, verdween door de aanpak van de coronapandemie. Na twee jaar gedwongen quarantaine is het toerisme, ooit de belangrijkste economische activiteit van Cuba, stilgevallen.

Zwarte markt
Inmiddels is de zwarte markt voor veel Cubanen de belangrijkste bron van voedsel en medicijnen. „Iedereen weet dat dit onveilig is en dat de producten vaak uit staatsvoorraden zijn gestolen”, zegt Raúl. „Maar zonder die markt zou het land simpelweg stilvallen.”
Nu de overheid faalt in het waarborgen van gerechtigheid, is het volgens Raúl niet mogelijk haar volledig te gehoorzamen. „Cubanen verkeren in overlevingsnood. Wetten die alleen maar meer honger zouden veroorzaken, kunnen niet worden nageleefd. Het zou onrechtvaardig zijn om dat te eisen.”
Hij beschouwt het als de verantwoordelijkheid van de kerk in Cuba om morele en geestelijke leiding te bieden. „De overheid bestaat uit mensen die berouw zouden moeten hebben over hun zonden. Het is de rol van de kerk om te getuigen van de verlossende en veranderende kracht van het Evangelie. Doel is niet het omverwerpen van een systeem, maar het herstel van gerechtigheid.”
De uitzichtloosheid in Cuba leidt inmiddels tot een massale emigratie, vooral onder jongvolwassenen. Velen vertrekken zodra zich een mogelijkheid voordoet. Kinderen blijven dan vaak bij de grootouders achter. Raúl begrijpt de keus wel. „Mensen zoeken voedsel voor zichzelf, willen hun families op het eiland ondersteunen en hun kinderen een toekomst bieden.”
Zelf besloot hij samen met zijn vrouw om te blijven. „We willen God in Cuba dienen en de kerk hier ondersteunen. Ondanks de zware omstandigheden merken we dat de Heere trouw is. Hoewel we moeilijke situaties meemaken en dagelijks wanhopige vrienden en buren zien, weten we dat God in Cuba werkt en dat wij medewerkers in Zijn Koninkrijk mogen zijn. Op wonderlijke manieren beschermt Hij ons. Ook al krijgen we elke tropische ziekte die rondgaat en eten we maar twee keer per dag, we voelen ons niet overweldigd, maar juist door Hem gedragen.”
Irrigatiesystemen
De concrete nood heeft bij hem iets in gang gezet. De afgelopen jaren werkte hij voor NET Foundation, een Nederlandse organisatie die wereldwijd voorgangers toerust. Inmiddels heeft hij zelf de stichting Kainos opgericht om dit werk in Cuba uit te breiden en verder gestalte te geven. Naast Bijbelse cursussen biedt Kainos ook diaconale hulp. Zo koopt de stichting voedsel in, dat via een aantal kerken wordt gedistribueerd. Momenteel ontvangen zo’n 400 gezinnen deze ondersteuning. Daarnaast loopt er een project om boeren te helpen hun opbrengst te vergroten, onder meer met eenvoudige irrigatiesystemen.
Ondanks alles ziet Raúl een positieve verandering. „Veel Cubanen zoeken een nieuw houvast, omdat ze beseffen dat ze hun hoop hadden gevestigd op een ideologie en op overheidsbeloften. Steeds meer Cubanen komen tot persoonlijk geloof in Jezus.” Hij ziet het aantal huiskerken groeien, ook al missen veel voorgangers een theologische opleiding.
Raúl merkt ook een groeiend verantwoordelijkheidsbesef binnen families en in wijken. „Geloof biedt niet alleen geestelijke troost”, zegt hij, „het verandert ook het dagelijks leven: mensen worden eerlijker, zorgzamer, bewuster. De praktijk lijkt hier op de gemeenten van het Nieuwe Testament, waar gelovigen elkaar dragen.”







