Boerin Alien van Zijtveld uit Rouveen stopt als voorzitter Agractie
Alien van Zijtveld stopt eind maart als voorzitter van boerenorganisatie Agractie. Ze gaat zich focussen op haar gezin en het melkveebedrijf, dat ze samen met haar man runt in Rouveen. „Ik wil weer boeren, gewoon boeren.”

Ze liep er al een paar maanden mee rond, bekent ze tijdens een gesprek aan de keukentafel. Uiteindelijk was het haar dochter van 11 die de doorslag gaf voor haar besluit: „Maar mam, als je niet meer wilt, dan stop je toch gewoon?”
In december lichtte Van Zijtveld het bestuur in, maandag maakte Agractie haar besluit wereldkundig. Direct daarna stroomden de reacties binnen. Van boeren allereerst, maar ook van maatschappelijke organisaties, media en politici. Vooral waardering, en ook begrip.
„Alien weet mensen te verbinden, houdt de neuzen dezelfde kant op en laat tegelijk de scherpte in de dossiers nooit verslappen. Ze staat met beide benen in de klei, weet wat er leeft op het erf en bracht dat geluid altijd helder naar buiten”, aldus het bestuur in een persverklaring.
Het bestuurswerk omschrijft ze zelf als heftig. „Het zit 24/7 in mijn hoofd. Ik sta altijd aan. Steeds ben ik aan het denken: wat communiceer ik en wanneer, wat deel ik op sociale media, hoe kan ik een relatie redden als ik te kritisch ben geweest, doe ik het goed voor de achterban? En hoe profileer ik Agractie? Want als organisatie moet je zichtbaar blijven, anders doe je er niet toe.”
De 33-jarige boerin, getrouwd met Pieter en moeder van drie opgroeiende kinderen, maakte vijf jaar deel uit van het bestuur van Agractie. De laatste twee jaar was ze voorzitter, als opvolger van schapenhouder Bart Kemp uit Ede. Kemp had Agractie in 2019 opgericht, kort na het uitbreken van de stikstofcrisis. Eerste wapenfeit was het grootste boerenprotest in dertig jaar, op 1 oktober dat jaar in Den Haag. Agractie ontwikkelde zich daarna tot de kritische tegenhanger van LTO Nederland, de traditionele spreekbuis van boeren en tuinders.
Van Zijtveld gaf Agractie een gematigder imago. „Ik kan genuanceerd zijn, ik wil de feiten op een rij hebben en geef dan mijn mening. Dat wordt gewaardeerd. Agractie is een positievere club geworden, hoor ik. We brengen wel ons eigen geluid, waarbij we focussen op de inhoud. Trekkeracties raakten wat naar de achtergrond.”
In uw laatste column in vakblad Vee & Gewas liet u maandag iets van frustratie blijken, allereerst naar de politiek. Licht u dat eens toe?
„Het politieke klimaat in Nederland is stroperig, soms zelfs ronduit cynisch. In Den Haag en bij de provincies staat de inhoud niet op één. Daardoor maken politici vaak verkeerde keuzes. Je zet je als belangenbehartiger 110 procent in en behaalt misschien één procentje vooruitgang.
Ik was blij toen BBB in de regering kwam. We dachten oorspronkelijk over veel onderwerpen hetzelfde. Toch viel het coalitieakkoord van het kabinet-Schoof mij tegen. Invoering van doelsturing, waarbij boeren worden gestraft als ze de stikstofuitstoot niet genoeg verminderen, vind ik erg. Het nieuwe kabinet zet die lijn door.”
LTO vindt dat het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA een basis legt die vertrouwen wekt. Volgens Agractie komt het voor boeren neer op krimp en nog eens krimp. Hoezo?
„LTO en de coalitie rekenen erop dat de vergunningverlening (voor bijvoorbeeld de bouw, infrastructuur en ook industrie en landbouw, TR) op gang komt. Dit gaat volgens ons niet lukken zolang het beleid blijft focussen op stikstof, alsof dat de enige drukfactor voor de natuur zou zijn, en zolang de vergunningverlening afhangt van het Aeriusmodel met zijn zeer lage ondergrens voor stikstofneerslag. Het kabinet wil de kdw (norm voor stikstofneerslag, TR) wel uit de Omgevingswet halen, maar in provinciale beheersplannen voor natuurgebieden blijven kdw’s de leidraad. Al halen we alle vee uit Nederland weg, dan voldoen we daar nog niet aan. En dus zal de nieuwe coalitie dier- en fosfaatrechten van veehouders gaan intrekken. Als iemand met honderd koeien er tien moet wegdoen, verliest hij precies de dieren waarmee hij zijn inkomen verdient.”
In uw column schrijft u ook dat u te weinig steun voelt van „andere belangenbehartigers”, omdat die „liever meebewegen met de politieke wind dan hem trotseren”. U doelt op LTO?
„Ja, dat kan ik nu wel ronduit zeggen. We hebben fundamentele verschillen op inhoud. Agractie trekt een duidelijke grens. Wij gaan niet mee in beleid dat niet goed is voor het verdienmodel van de boer, zoals het intrekken van rechten, zeker niet zolang er geen garantie is dat er weer vergunningen loskomen.”

U laakt ook „de lange arm van de natuur- en milieubeweging”. Wat bedoelt u daarmee?
„Als je inbreuk maakt op hun narratief, dan word je gecanceld en genegeerd. De ecologen zitten tegenwoordig overal: op het ministerie van Landbouw, bij de provincies, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en zelfs in de rechterlijke macht. Dat is mijn ervaring in tal van overleggen. De agrarische sector trekt steeds aan het kortste eind. Er wordt niet echt naar ons geluisterd, het gaat alleen maar over het reduceren van stikstof. ”
Wat is uw advies aan uw opvolger?
„Investeer in relaties, dat is ontzettend belangrijk. Wat dat betreft komt het goed uit dat mijn vertrek samenvalt met de start van een nieuw kabinet. En verder: blijf scherp op de inhoud.”
Is actievoeren van de baan?
„Dat heb ik niet gezegd. We gaan door met de jaarlijkse Ontmoet-de-boer-dag. En verder kijken we hoe we ons samen met burgers hard kunnen maken voor het behoud van het platteland. Daarvoor hebben contact met de pas opgerichte Vakbond voor Plattelandsbewoners van Kees-Willem Rademakers en Marianne Zwagerman. Zij beseffen: als boeren verdwijnen, gaat dat ten koste van de leefbaarheid.”
En wat gaat u zelf doen?
„Ik wil weer boeren. Gewoon boeren.”




