Dit is een opinieartikel. Plaatsing betekent niet dat de redactie met de mening van de auteur(s) instemt. Reageren? Stuur uw artikel (600 of 800 woorden) of ingezonden brief (maximaal 250 woorden) naar opinie@refdag.nl.

OpinieOpinie

Zonder norm van buitenaf wordt emancipatie een ideologie

Waar emancipatie haar eigen rechtvaardiging wordt, verandert zij van een bevrijdingsbegrip in een ideologie. De P.C. Hooftprijs voor Anja Meulenbelt is daar een gevolg van.

Illustratie van een wip met aan de ene kant het man-symbool en aan de andere kant het vrouw-symbool.
„Wanneer emancipatie niet meer wordt bevraagd maar als onbetwistbaar geldt, onttrekt zij zich aan kritiek.” beeld Getty Images

Het toekennen van de P.C. Hooftprijs aan de feministische schrijfster Anja Meulenbelt (RD 13-12) roept vragen op die ouder zijn dan deze prijsuitreiking. De verbazing hierover raakt aan een ontwikkeling die zich tientallen jaren geleden al aankondigde: emancipatie is niet langer slechts een maatschappelijk streven, maar kreeg het karakter van een moreel uitgangspunt dat zichzelf legitimeert.

Wie zich herinnert hoe in de jaren zeventig binnen de andragologie (de leer van de vorming van volwassenen), het vormingswerk en de sociale wetenschappen over emancipatie werd gesproken, herkent veel van het huidige debat. Ook toen werd emancipatie gepresenteerd als vanzelfsprekend goed, als onontkoombare opdracht van de geschiedenis. Zij functioneerde steeds minder als kader voor weloverwogen analyse en steeds meer als norm. Dat proces is sindsdien niet gestopt, maar heeft zich verdiept.

Aureool

In de jaren zeventig werd emancipatie vaak verbonden met mondigheid, autonomie en kritisch bewustzijn. Daarbij werd een beroep gedaan op de rede: de mens is in staat zichzelf te begrijpen en zijn situatie te veranderen. Die overtuiging gaf richting aan vormingswerk, onderwijs en cultuurbeleid.

De mens kan en moet handelen, maar niet vanuit de overtuiging dat hij daarmee het heil realiseert

Maar reeds toen diende zich een probleem aan. Wanneer emancipatie namelijk niet meer wordt bevraagd, maar als onbetwistbaar geldt, onttrekt zij zich aan kritiek. Zij krijgt een aureool. De keuze voor emancipatie wordt dan niet langer verantwoord, maar verondersteld.

Vijftig jaar later zien we hoe diep dit emancipatiedenken is doorgedrongen. In de toekenning van een literaire prijs lijkt maatschappelijke impact –verstaan als betrokkenheid op gender, identiteit, macht en onderdrukking– zwaarder te wegen dan literaire vorm of inhoud. Dat is geen toevallige verschuiving, maar het gevolg van een normatief kader waarin zulke betrokkenheid moreel krediet oplevert.

Moreel kapitaal

Anja Meulenbelt werd door de jury geprezen omdat zij schrijft vanuit een ingenomen positie. Haar taal is niet afstandelijk of neutraal, maar betrokken en subjectief. Dat wordt gezien als kracht. Wie persoonlijk is, bedrijft een succesvolle politiek.

Bevrijding geen resultaat van menselijke wil; begint bij verzoening met God in de gave van Christus Jezus

Deze waardering sluit nauw aan bij een denkwijze waarin ervaring, identiteit en betrokkenheid fungeren als toegang tot waarheid. Maar juist hier dringt zich een vraag op die ook vijftig jaar geleden al gesteld werd: wie bepaalt de norm waarmee deze betrokkenheid wordt gemeten?

Wanneer het persoonlijke zelf normerend wordt, ontstaat een nieuwe vorm van macht. Niet door instituties, maar door de morele opstelling van mensen. Wie spreekt vanuit de ‘juiste’ betrokkenheid wordt gehoord. Wie daar vragen bij stelt, loopt het risico als ongevoelig of ouderwets te worden weggezet.

Zelfverlossing?

Vanuit christelijk perspectief is dit een cruciaal punt. Het christelijk geloof kent de mens verantwoordelijkheid toe, maar ontneemt hem tegelijk de illusie van zelfverlossing. De mens kan en moet handelen, maar niet vanuit de overtuiging dat hij daarmee het heil realiseert.

De Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer heeft dit scherp onder woorden gebracht. Verantwoordelijk handelen is volgens hem altijd handelen in schuld, onder het oordeel van God. Zodra betrokkenheid samenvalt met moreel gelijk, verliest die haar kritische karakter. Dan wordt bevrijding een project van de mens zelf.

Juist dat gevaar tekent veel hedendaags activisme. Structureel onrecht krijgt daarin zo’n allesbepalende plaats dat concrete morele grenzen vervagen. Begrip voor de omstandigheden gaat dan ongemerkt over in vergoelijking van geweld. De discussies rond Israël en Gaza maken dit pijnlijk zichtbaar.

Emancipatie en ideologie

De christelijke filosoof Herman Dooyeweerd zou hier spreken van ideologisering. Wanneer één aspect van de werkelijkheid –bijvoorbeeld emancipatie, gelijkheid of identiteit – wordt verheven tot alles verklarend en normerend beginsel, raakt de pluriformiteit van het leven uit beeld. Recht, ethiek, politiek en cultuur worden dan ondergeschikt gemaakt aan één moreel schema.

Dat schema presenteert zich als bevrijdend, maar heeft zelf dwingende trekken. Het sluit alternatieve visies uit, niet door argumentatie, maar door morele diskwalificatie.

Dit mechanisme werd in de jaren zeventig al zichtbaar binnen het vormingswerk. Vandaag manifesteert het zich breder: in cultuurprijzen, academische erkenning en publieke opinievorming.

Bevrijding door verzoening

Een terugblik laat duidelijk zien hoe actueel de kernvraag gebleven is: kan de mens zichzelf bevrijden door menselijkheid na te streven? Of is dat een illusie, die niettemin telkens opnieuw gestalte krijgt?

Het christelijk antwoord is onveranderd. Bevrijding is geen resultaat van menselijke wil, hoe goed bedoeld ook. Zij begint bij verzoening met God in de gave van Christus Jezus, Gods Zoon. Ze krijgt van daaruit gestalte in verantwoordelijk handelen in de wereld.

Dat betekent niet dat maatschappelijke inzet onbelangrijk is. Integendeel. Maar die inzet verliest haar richting wanneer zij losraakt van een norm buiten de mens zelf. Waar emancipatie haar eigen rechtvaardiging wordt, verandert zij van een bevrijdingsbegrip in een ideologie.

Toetssteen

De discussie rond Anja Meulenbelt en de P.C. Hooftprijs is daarom meer dan een literaire kwestie. Zij laat zien hoe diep een bepaald emancipatiebegrip onze cultuur is gaan bepalen. Een begrip dat betrokkenheid beloont, maar moeite heeft met morele zelfbegrenzing. Vijftig jaar geleden werd al gevraagd of emancipatie niet tot aureool van een bepaalde wetenschap dreigde te verworden. Die vraag blijkt geen historische curiositeit te zijn, maar geldt als een blijvende toetssteen. Juist vandaag is het nodig die vraag telkens te stellen.

De auteur studeerde andragologie in Groningen en was docent bij diverse onderwijsinstellingen.

Populaire artikelen