OpinieCommentaar

Geef jongere taal voor gesprek over homoseksualiteit

Jongeren hebben taal nodig om evenwichtig en Bijbels te spreken over homoseksualiteit. Op reformatorische scholen, kerken en gezinnen rust daarom de taak hen rond dit onderwerp toe te rusten met een rijke woordenschat.

Homoseksualiteit blijft een gevoelig onderwerp binnen reformatorische gezinnen, kerken en scholen. Niet omdat de Bijbel daarover onduidelijk zou zijn, maar omdat het niet zelden ontbreekt aan woorden om hierover zorgvuldig, Schriftuurlijk en pastoraal te spreken.

Nieuw promotieonderzoek van Henriëtte Boersma naar lessen over homoseksualiteit op gereformeerde middelbare scholen laat zien hoe groot dit gemis is. Veel scholieren van de betreffende onderwijsinstellingen kennen Bijbelteksten over homoseksualiteit nauwelijks, zo blijkt bij de start van haar onderzoek. Ook weten ze niet goed hoe ze over het onderwerp kunnen spreken en hebben ze vaak geen voorbeeld van een christelijke homo in hun omgeving.

Het gevolg daarvan is dat het gesprek over homoseksualiteit stokt of uitblijft. En dus kan het gebeuren dat jongeren bij het woord homo al snel denken aan de uitbundige beelden van de Pride, terwijl dat evengoed de man in de kerk of de scholier in het klaslokaal betreft. Het begrip kan op die manier gemakkelijk een scheldwoord worden dat over het schoolplein rolt, zonder dat men beseft dat dat leeftijdsgenoten raakt en pijn doet.

Een persoonlijke ontmoeting met iemand die vanuit zijn of haar eigen ervaring eerlijk spreekt over de worstelingen die homoseksualiteit met zich meebrengt, maakt indruk op leerlingen, blijkt uit Boersma’s onderzoek, en draagt bij aan respectvol spreken. Niet omdat daarmee een nieuwe norm wordt opgelegd, maar omdat jongeren zien dat dit mensen van vlees en bloed betreft, die worstelen en zoeken.

Niet alleen op gereformeerde scholen, maar ook binnen het reformatorisch onderwijs gebeurt er vandaag de dag het nodige op het gebied van seksuele vorming en voorlichting. Dat is van grote waarde. Tegelijkertijd ligt er vooral bij ouders een belangrijke taak om jongeren toe te rusten met woorden en kaders die recht doen aan de Schrift en die oog hebben voor de kwetsbaarheid van mensen. Het noemen van de bekende formulering „je mag het wel zijn, maar niet doen” biedt daarbij houvast, maar alléén als die wordt verbonden met open gesprekken, Bijbelse doordenking en pastorale nabijheid.

Juist in een samenleving die draait op zelfexpressie en -ontplooiing is het broodnodig dat jongeren evenwichtig en Bijbels leren spreken over homoseksualiteit

Het is van groot belang dat jongeren leren evenwichtig en schriftuurlijk over homoseksualiteit te spreken. Zowel met elkaar als in gesprek met anderen die het Bijbels belijden over dit thema niet kennen of delen. Juist in een samenleving die draait om zelfexpressie en –ontplooiing is dat broodnodig. Krijgen ze dat niet aangeleerd, dan is het geen wonder als ze verdwalen in stereotypen en mediabeelden die geen recht doen aan de werkelijkheid.

Het commentaar vertolkt de mening van het Reformatorisch Dagblad en is geschreven door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.