
Een vermaning uit Rome
Soms heb je iemand nodig die het woorden geeft. Voor mij was dat deze keer paus Leo XIV.
Een afwijking van mij is dat ik als verstokte dieselrijder bij ieder tankstation waar ik langsrijd het verschil bereken tussen de aangegeven literprijzen voor benzine en die van diesel. Nog niet zo lang geleden was dat soms dertig eurocent. Maar sinds het door de Verenigde Staten en Israël aangevallen Iran een belangrijke zeestraat heeft afgesloten, waardoor iedere dag miljoenen vaten olie werden getransporteerd, is mijn rekenen ineens helemaal niet leuk meer. Terwijl ik mooie herinneringen heb aan de tijd dat ik m’n auto voor 1,40 euro per liter voltankte, staan er nu prijzen op de borden die soms oplopen tot 2,79 euro.
Sinds de Iranoorlog geen praatjes meer
Op verjaardagen wilde ik tot begin maart dit jaar nog weleens heel stoer vertellen dat diesel niet alleen goedkoper is bij het tanken, maar dat een dieselmotor ook nog veel goedkoper is in het gebruik. Na het uitbreken van de Iranoorlog heb ik echter niet veel praatjes meer.
De verstilling werd compleet toen ik me realiseerde hoe ongelooflijk egoïstisch ik eigenlijk bezig was met mijn gereken. Omdat ik alleen aan mezelf en mijn voornamelijk niet-noodzakelijke ritjes dacht. En niet aan al die transporteurs, vissers en binnenvaartschippers die diesel nodig hebben voor hun kostwinning.
En het allerergste? Ik dacht amper aan de doden en gewonden die er vielen in Iran, Israël, Libanon of omringende landen. Om over gewonden en ontheemden nog maar niet te spreken. Zelfs toen er een tijdelijk bestand werd gesloten tussen de strijdende partijen, ging mijn eerste gedachte naar de dieselprijs.
Laconiek, zo noemde ik mezelf eerst nog verhullend. Maar toen ik las dat de paus had opgeroepen om niet onverschillig te zijn onder het oorlogsgeweld, zag ik pas dat ik niet laconiek was, maar exact dát: onverschillig.
Soms kan zelfs voor een reformatorisch mens een roomse vermaning geen kwaad.





