Weer marineschip zonder werkend kanon op pad
Het Nederlandse marinefregat Zr.Ms. De Ruyter, dat zondag koers zet richting Zuidoost-Azië, blijft mogelijk in het Midden-Oosten. ChristenUnie-Kamerlid Don Ceder is kritisch over het niet-werkende kanon.

Het luchtverdedigings- en commandofregat met 200 opvarenden gaat in ieder geval door de Rode Zee, om daar bij te dragen aan een internationale missie om de scheepvaart te beschermen. Maar Nederland „behoudt zich de mogelijkheid om in te spelen op ontwikkelingen in het gebied”.
Het kabinet heeft de Tweede Kamer vrijdag per brief geïnformeerd dat het een militaire bijdrage in de Straat van Hormuz onderzoekt. Het kabinet benadrukt dat er voor Nederland „grote belangen op het spel” staan. Er worden verschillende scenario’s in kaart gebracht. Een definitief besluit, ook over de eventuele inzet van Nederlandse militairen, is nog niet genomen.
Helikopter
Zr.Ms. De Ruyter is onder meer uitgerust met een NH90-helikopter, die zowel boven zee als land opdrachten kan uitvoeren. Net zoals Zr.Ms. Evertsen, tot begin mei actief in het oostelijke deel van de Middellandse Zee, heeft De Ruyter een kanon dat niet werkt, omdat dat later wordt vervangen. „Het schip beschikt echter over voldoende alternatieve middelen ter zelfverdediging”, aldus defensie. Het gaat om het zogenaamde Oto Breda 127 mm boordkanon.
Don Ceder, Tweede Kamerlid voor de CU, is er niet gerust op. „Voor militairen die we uitzenden moet alles werken”, zei hij vrijdagavond in het programma Uitgelicht! van de christelijke tv-zender Family7. Ceder en andere Kamerleden riepen eerder minister Dilan Yeşilgöz van Defensie ter verantwoording toen bleek dat het kanon op de Evertsen niet functioneerde en de minister dat niet vooraf aan de Kamer had gemeld. Nu doet ze dat wel. „Maar ik ga liever met een schip op pad waarbij alles 100 procent werkt”, zegt Ceder, zelf reservist bij de Koninklijke Landmacht. „Of dit een lekker gevoel geeft? Nee.”
Besluit
Zr.Ms. Evertsen vaart mee met het Franse vliegdekschip Charles de Gaulle. Mocht dat naar de Straat van Hormuz gaan, dan is het niet vanzelfsprekend dat de Evertsen meegaat. Daar zal dan een nieuw besluit over genomen moeten worden, waarna het kabinet opnieuw een zogenoemde artikel 100-brief stuurt naar de Tweede Kamer.
Gijs Tuinman, oud-staatssecretaris van Defensie, schrijft op LinkedIn dat de Nederlandse bijdrage aan het openhouden van de Straat van Hormuz niet per se met Nederlandse militaire middelen hoeft. „Een deel van de oplossing zit in het voorzien van de civiele scheepvaart in defensieve middelen om dreigingen onder, op en boven het water vroegtijdig te signaleren en te neutraliseren.”
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Defensie




