Kerk & religieSurinaamse kerk

Voorganger Oswald Hart: Zodra ik in Suriname kom, voel ik me er weer thuis

Mensen geestelijk en maatschappelijk „tot hun bestemming brengen”. Dat ziet de Surinaamse voorganger Oswald Hart (68), oprichter van evangelische gemeente De Rots, als zijn missie.

Een man met een bril, gekleed in een donker pak met een wit overhemd, zit op de rand van een grote tafel. 
Oswald Hart, geboren en getogen in Suriname, was 25 jaar geleden oprichter van evangelische gemeente De Rots in Amsterdam. beeld Ronald Bakker

In een pand op een bedrijventerrein in Amsterdam-Zuidoost komen elke zondag ongeveer 500 mensen samen. Evangelische gemeente De Rots bestaat voor het grootste deel uit Surinamers, vertelt Hart in een zaaltje boven in het gebouw. Aan de wand hangen posters met Engelstalige Bijbelteksten, zoals Jesaja 40:31: „Maar die de HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden.”

Hart groeit als timmermanszoon op in een christelijk gezin met tien kinderen in Suriname. „Ik ben van huis uit protestants. We hoorden bij een evangelisch-lutherse gemeente, maar in een loods op ons erf werden samenkomsten gehouden van een wesleyaanse gemeente. Daar ging ik als kind naartoe.”

„Op m’n 27e ben ik weer op zoek gegaan naar een kerk”

Oswald Hart, voorganger De Rots

Als puber neemt hij afstand van de kerk. „Ik las veel in de Bijbel, van voor naar achter. Maar in de kerk kwam ik niet meer. Nadat ik getrouwd was, ben ik op m’n 27e weer op zoek gegaan naar een kerk. Ik kwam terecht bij een Volle Evangelie Kerk, die in Suriname was ontstaan uit het werk van evangelist Ben Hoekendijk.”

Hart –in het dagelijks leven leerkracht– wordt actief in die gemeente, onder meer in het evangelisatiewerk. Ook gaat hij naar een Bijbelschool. „Zeven jaar nadat ik was teruggekeerd naar de kerk, ging ook mijn vrouw Helga mee, die was opgegroeid in een rooms-katholiek gezin. Haar vader was directeur van de eerste gemengde mulo voor jongens en meisjes in Suriname.”

Naar Nederland

In 1994 verhuist het echtpaar met zijn twee zonen naar Nederland, omdat Helga –huisarts van beroep– zich wil specialiseren in de anesthesie. Ze komt daarvoor terecht bij prof. Bob Smalhout in Utrecht. „Ik vond het in Nederland veel te koud en was blij dat we na de studie van mijn vrouw terug konden naar Suriname. Anderhalf jaar later werd Helga gevraagd ook de ic-opleiding in Nederland te gaan doen.”

Zelf vraagt hij zich in die tijd af waar God hem wil gebruiken. Na een week van bidden en vasten raakt hij ervan overtuigd dat hij naar Nederland moet gaan. Terug in Nederland sluit het gezin zich aan bij de evangelische gemeente De Bazuin, verbonden met de gemeente Gods Bazuin in Suriname. Later raakt hij betrokken bij een andere groep Surinaamse christenen, met wie hij in 2000 gemeente De Rots in Amsterdam opricht.

„We begonnen met een kleine groep in een buurtgebouw in de Van Baarlestraat. Vanwege groei van de gemeente verhuisden we daarna twee keer naar een grotere locatie, voordat we in 2015 in dit gebouw aan de rand van de Bijlmer terechtkwamen.”

Behalve voor de prediking is er bij De Rots veel aandacht voor aanbidding en gebed, zegt Hart. Ook speelt de gemeente –„Een mix van hoogopgeleiden en mensen die maatschappelijke ondersteuning nodig hebben”– in op de nood van bewoners van de Bijlmer. „Hier wonen veel mensen met een grote afstand tot de samenleving. Voor deze doelgroep hebben we een aparte bediening opgericht: maatschappelijke zorg. Hier kunnen mensen terecht met financiële problemen en met uitdagingen op het gebied van onderwijs en opvoeding.”

Het stichten van nieuwe gemeenten is onderdeel van de visie van De Rots. „In Handelingen staat dat Paulus en Barnabas werden uitgezonden om Gods Woord te verkondigen. Ik zoek ook mensen uit die trouw zijn en uitgezonden kunnen worden.” Inmiddels heeft De Rots behalve in Amsterdam gemeenten in Haarlem, Almere en sinds maart in Rotterdam. Elke gemeente heeft een eigen voorganger –twee van Surinaamse komaf, een Nederlander en een Antilliaan–, terwijl Hart hen als senior pastor ondersteunt.

Armoede

Twee keer per jaar, in april en november, bezoekt de voorganger zijn geboorteland. „Als ik in Nederland ben, denk ik niet aan Suriname. Dan ben ik druk met mijn werk. Maar als ik weer in Suriname kom, voel ik me er meteen thuis. Ik heb daar geen taken en verantwoordelijkheden en kom er tot rust.”

„Mijn genadegave is een kerk leiden en groter maken”

Oswald Hart, voorganger De Rots

Terugkijkend op vijftig jaar onafhankelijkheid zegt hij: „Ik was destijds jong. Suriname was een vredig en vreedzaam land. In de periode na de onafhankelijkheid ging er veel fout. Daardoor kwam er een coup.”

Hart herinnert zich een programma op de Surinaamse televisie: Surinamers in Nederland. „Een vrouw was na de onafhankelijkheid teruggegaan naar Suriname om daar als docent aan het werk te gaan. Ze zei: „Ik wilde mijn land helpen, maar ik kan nog geen koelkast kopen.” Er was veel armoede. Hoe armer een land, hoe meer corruptie. Bijna een derde van de bevolking trok weg, onder meer naar Nederland.”

De voorganger heeft vertrouwen in de nieuwe Surinaamse president, Jennifer Geerlings-Simons. „Ze heeft durf”, zegt Hart, die zich verder niet erg bezighoudt met politiek. Hoewel hij inmiddels 68 is –„Ik ben een oude man”, zegt hij met een schaterlach–, blijft hij zich volop inzetten voor De Rots. „Mijn genadegave is een kerk leiden en groter maken.”

Hij heeft plannen om in Den Haag een nieuwe gemeente te planten. Bij dergelijke initiatieven houdt hij rekening met kerken in de omgeving, zegt hij. „We willen bestaande gemeenten niet storen. In Rotterdam zitten we bijvoorbeeld ergens buitenaf, in de buurt van het vliegveld. Via sociale media richten we ons vooral op mensen die God nog niet kennen.”