Ergens in uitblinken is een kwestie van oefenen, oefenen en nogmaals oefenen
„Tjonge, jij hebt talent.” We zeggen het gemakkelijk tegen iemand die ergens in uitblinkt. Maar klopt dat wel? Hedendaagse psychologische inzichten laten zien dat vooral doelgericht oefenen bepaalt of mensen ergens heel goed in worden.

Sommige mensen hebben van jongs af aan meer gevoel voor taal, techniek of zorg dan anderen. En omgekeerd: wie met een chronisch hese stem wordt geboren, kan beter geen zangcarrière nastreven; een volwassene van 1,60 meter is kansloos als topbasketballer. Tegelijkertijd geldt dat de meeste mensen op allerlei terreinen veel meer kunnen bereiken dan ze geneigd zijn te denken. Mits ze kiezen voor de juiste aanpak.
Ericsson
Hoe ontwikkel je dan je vermogens? Hoe kun je extreem veel beter worden in schilderen, programmeren, jongleren of schaken? Sinds de tweede helft van de twintigste eeuw hebben psychologen hier grondig onderzoek naar gedaan.
Niet aangeboren begaafdheid bepaalt het uiteindelijke niveau dat iemand bereikt, maar doelgerichte oefening
Een van de invloedrijkste pioniers is de Zweedse psycholoog Anders Ericsson (1947-2020). Hij onderzocht jarenlang verschillende toppers: concertpianisten, schakers, chirurgen, topsporters. Zijn conclusie was revolutionair: niet aangeboren begaafdheid bepaalt het uiteindelijke niveau dat iemand bereikt, maar doelgerichte, systematische oefening. Professionele violisten op topniveau zijn zelden degenen die als kind al opvielen, maar daarentegen degenen die het langst en het meest efficiënt hebben geoefend.
Een experiment dat Ericsson deed, laat zien waar doelgerichte oefening toe kan leiden. De bedoeling was dat een 22-jarige student steeds langere getallenreeksen probeerde te onthouden; ze werden met een snelheid van één cijfer per seconde voorgelezen. Aan het begin van het experiment scoorde de student net als de meeste mensen: hij kon zeven à acht getallen onthouden. Anders gezegd, hij toonde geen bijzonder talent hiervoor. Maar na zo’n 200 sessies wist hij maar liefst 82 cijfers correct te reproduceren.
In de loop der jaren ontwikkelde de psycholoog manieren om doelgericht te trainen (zie ”Doelgericht oefenen”). Hij stelt dat zijn aanpak bij de meest uiteenlopende vaardigheden werkt, omdat het in alle gevallen gaat om training van hetzelfde menselijke brein.
Dankzij Ericsson is de ”10.000 urenregel” bekend geworden: oefen iets 10.000 uur en je bereikt het niveau van een expert. Ericsson zelf was overigens wat genuanceerder: niet zozeer de hoeveelheid uren bepaalt de groei, maar de kwaliteit van het oefenen. En ook na 10.000 uur kan een vermogen verder worden getraind.
In Ericssons spoor wees de Amerikaanse psycholoog Carol Dweck op het belang van de ”growth mindset”: wie gelooft dat zijn capaciteiten kunnen groeien, leert sneller, geeft minder snel op en durft beter fouten te maken.
Een derde inzicht betreft het belang van motivatie. Mensen die ergens uitzonderlijk goed in worden, blijken niet alleen efficiënt te oefenen, maar ook een diepere reden te hebben om vol te houden: plezier, nieuwsgierigheid, een ideaal of zelfs een besef van roeping. Onderzoekers als Angela Duckworth en Mihaly Csikszentmihalyi benadrukken dat volharding en je in je element voelen minstens zo bepalend zijn voor groei als talent of intelligentie.
Onder invloed van Ericsson is doelgericht oefenen een vast begrip geworden binnen onderwijs, sport en beroepsscholing. Chirurgen trainen complexe ingrepen met virtual reality; sporters en musici analyseren hun prestaties via AI-systemen; docenten bekijken videobeelden van hun lessen terug om gericht te oefenen op één specifieke vaardigheid.
Nuance
Enige nuance is bij dit alles gepast. Zo spelen genetische factoren wel degelijk een rol; niet iedereen kan alles leren. Denk alleen al aan mensen met een aangeboren fysieke of mentale handicap.
Daarnaast zijn sommige mensen vatbaar voor faalangst; het idee ”ik moet oefenen om beter te worden” kan hun stress bezorgen en zelfs verlammend werken.
Ook levensomstandigheden zijn van belang. Stel dat je van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat moet werken om rond te komen of dat je de handen vol hebt aan de zorg voor de kinderen… En anderzijds: motiverende ouders, inspirerende docenten en een cultuur die vakmanschap waardeert, zijn sterk bevorderend voor de ontwikkeling van capaciteiten.
Worstel je met chronische vermoeidheid, dan wordt doelgericht oefenen ingewikkeld
Uiteraard is ook gezondheid een cruciale factor. Heb je veel energie, dan kun je veel aan. Worstel je met chronische vermoeidheid, dan wordt doelgericht oefenen ingewikkeld.

Maar wat overeind blijft, is dat oefening essentieel is bij het ontwikkelen van capaciteiten en dat mensen hier zélf mee aan de slag kunnen. Niet iedereen wordt landelijk kampioen, maar vrijwel iedereen kan verder komen dan hij ooit had vermoed. Ergens goed in worden is geen kwestie van wel of geen geluk hebben (want: wel of geen talent hebben), maar in veel gevallen een weg die je stap voor stap kunt gaan.
Woekeren
De hedendaagse inzichten passen bij een Bijbels perspectief. God heeft in ieder mens mogelijkheden gelegd; wie die gaven ontwikkelt, eert daarmee zijn Schepper. Woekeren met talenten is een Bijbelse term, ontleend aan een van de gelijkenissen uit het Nieuwe Testament.
Groei komt voort uit trouw oefenen – die gedachte geeft Jezus’ woorden „wie heeft, zal gegeven worden” (Mattheüs 25:29) een verrassende en actuele diepgang.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Psychologie
- Beste van RD






