OpinieMilieu en technologie

Wie betaalt de werkelijke prijs van onze koopjes?

Mijn vorige column (RD 20-10) ging over het ”eerlijke prijsmechanisme”. Neem verborgen kosten mee in de productieketen en ga niet voor de laagste prijs, bijvoorbeeld 5 euro voor een T-shirt. Interessante toegestuurde lezersvragen zetten aan tot nadenken.

Wie bij Action koopt, weet dat het goedkoop is. Action kan zulke lage prijzen hanteren door een combinatie van slimme strategieën en schaalvoordelen. Inkopen in gigantische volumes voor de hele Europese markt geeft de organisatie met meer dan 3100 winkels in veertien landen een sterke onderhandelingspositie bij fabrieken. Daar kopen ze rechtstreeks in, zonder tussenpersonen. Een eenvoudige winkelinrichting, relatief weinig personeel, goedkopere winkellocaties, mond-tot-mondreclame, een snel wisselend assortiment (dat wakkert het ”speurtochtgevoel” aan) en een hoge omloopsnelheid dragen alle bij aan die lucratieve inkoopkansen.

Achter lage prijzen schuilt een verhaal dat we zelden ontdekken

Twee derde van de producten kost minder dan 2 euro. Slechts 7 procent van het aanbod is boven de 5 euro geprijsd. Gemiddeld bezoeken wekelijks bijna 19 miljoen klanten een Actionfiliaal. Het concern behaalde in 2024 een omzet van nagenoeg 14 miljard euro en een (voor een discounter) forse winstmarge van 15 procent. Kortom, met lage prijzen valt veel te verdienen. Dat levert de Britse durfkapitaalinvesteerder 3i Group (grootaandeelhouder) miljarden euro’s op. Lage prijzen voor de klant en veel winst voor de aandeelhouder, maar wie betaalt de verborgen kosten?

Achter zulke lage prijzen schuilt een verhaal dat we zelden ontdekken. Zijn het klantenlokkertjes om van overtollige voorraden af te komen? Denk aan het uit de VS overgewaaide fenomeen ”Black Friday”. Zijn de producten gemaakt door kinderen in lagelonenlanden? Als consument kom je daar niet uit. En stel dat er wél kinderarbeid mee gemoeid was. Wat is dan de oplossing? Massaal stoppen met kopen? Dan zitten die kinderen zonder werk en aanvullend gezinsinkomen. Het dilemma is groot: goed doen lijkt eenvoudig maar de werkelijkheid is complex. Soms is het kiezen tussen twee kwaden. Op de ethische lezersvragen heb ik ook geen afdoende antwoord.

De vraag of die verantwoordelijkheid wel (volledig) bij de consument ligt, is terecht. Natuurlijk, bewust kopen helpt. Maar het is niet reëel te verwachten dat elke koper de hele productieketen doorgrondt. Transparantie begint bij de bron. Leveranciers en merken moeten eisen stellen aan hun inkoop. Niet om schuld af te schuiven, maar omdat zij de macht hebben om verandering af te dwingen. Certificering, eerlijke contracten en controle op arbeidsomstandigheden zijn geen luxe maar noodzaak. Daarom moeten we, lijkt mij, niet blind boycotten maar kiezen voor producten met keurmerken, die garanderen dat kinderen er niet voor werken en ouders een leefbaar gezinsinkomen krijgen. En we moeten bedrijven ondersteunen die investeren in onderwijsprogramma’s in productielanden.

Dat vraagt om systeemverandering. De vraag is dus niet alleen: wat kost het? Maar ook: wie betaalt de prijs? De discussie over eerlijke prijzen voor producten of diensten gaat terug tot Aristoteles (4e eeuw voor Christus) en Thomas van Aquino (13e eeuw), die stelde dat buitensporige winst een vorm van diefstal was. Het debat is actueel door thema’s als kinderarbeid, klimaatimpact en inkomensongelijkheid. Het benadrukt dat een eerlijke prijs niet alleen juridisch, maar ook ethisch bepaald moet worden, inclusief milieu- en sociale kosten. Dat vraagt transparantie in de keten.

Hoe kan een consument toch iets doen? Ik geef vijf vuistregels om ethische prijsvorming te checken: 1. Zoek transparantie: kijk of de leverancier inzicht geeft in herkomst en productiekosten. 2. Controleer keurmerken: Fairtrade, EKO, Beter Leven, Planetproof en Rainforest Alliance zijn voorbeelden. 3. Wie verder wil gaan, moet duurzaamheidsrapportages lezen; grote bedrijven publiceren daarin of zij voldoen aan Europese richtlijnen. 4. Stel kritische vragen aan leveranciers: worden sociale en milieukosten meegenomen in prijsopbouw? 5. Let op greenwashing: kies leveranciers die bewijs leveren via onafhankelijke certificering. Dat vraagt om samenwerking: bedrijven die verantwoordelijkheid nemen, overheden die kaders stellen en consumenten die bewust kiezen. Niet gebaseerd op korting maar op kwaliteit. Niet op bezit maar op bewustzijn. Want uiteindelijk betalen we allemaal. Is het niet aan de kassa, dan wel via de gevolgen voor mens en milieu. En laat ”Black Friday” dus maar overwaaien!

De auteur werkt bij Christelijke Hogeschool Ede en Nyenrode.