Kerk & religieSynode PKN

Protestantse Kerk wil herstelbemiddeling tussen dader en slachtoffer in strijd tegen misbruik

De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) wil haar slachtofferbeleid rond misbruik verbeteren. Ze gaat kijken naar de invoering van herstelbemiddeling tussen daders en slachtoffers.

Vergaderzaal met tafels waarachter mannen en vrouwen zitten; een man achter een microfoon houdt een toespraak.
De generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) vergaderde vrijdag en zaterdag in Lunteren. beeld Niek Stam

Slachtofferbeleid, dat kan best „formeel, procedureel en organisatorisch” klinken, zegt preses ds. T. Bouw aan het begin van de synodebespreking, zaterdag in Lunteren. „Maar geestelijk en seksueel misbruik is zonde, een kwaad in Gods ogen.”

De Protestantse Kerk kiest volgens haar „onomwonden” voor steun aan slachtoffers van misbruik, „al lukt het ons niet altijd om deze grote woorden werkelijkheid te doen zijn.”

Een van de verbeteringen die de PKN in haar slachtofferbeleid wil aanbrengen, is het ontwikkelen van (vrijwillige) herstelbemiddeling tussen dader en slachtoffer. Het is de bedoeling dat een onafhankelijk bemiddelaar met hen in gesprek gaat. Het is hiermee een aanvulling op de mogelijkheden die slachtoffers in de kerk nu al hebben, zoals het beginnen van een klachtprocedure.

„Ernstig teleurgesteld” is ds. R.J.K. Veenstra uit Almere. Volgens haar kiest de kerk helemaal niet onomwonden voor de slachtoffers van geestelijk en seksueel misbruik. „Waar is de juridische en financiële ondersteuning? In dit rapport wordt alleen gesproken over herstelbemiddeling tussen dader en slachtoffer.” Ze pleit voor een goede zorg en nazorg, waar slachtoffers anoniem gebruik van kunnen maken.

„Een pastoraal luisterend oor kan letterlijk van levensbelang zijn”

A.G. van Steenwijk, ouderling in Utrecht

De helft van de meldingen die de kerk krijgt, gaat niet over seksueel misbruik, blijkt uit cijfers. Ouderling A.G. van Steenwijk uit Utrecht is dan ook blij dat er ook aandacht is voor geestelijk misbruik. „Ik ben zelf slachtoffer geweest van een manipulatieve en narcistische predikante. Ik weet hoe belangrijk het is dat er in het diepe leed en het moeizame herstel een pastoraal luisterend oor is. Dat kan letterlijk van levensbelang zijn. Dus alle lof voor ons slachtofferbeleid.”

Vergaderzaal met tafels waarachter mannen en vrouwen zitten.
De generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland, zaterdag in Lunteren. beeld RD

Ze kijkt in de camera en roept slachtoffers van misbruik die online de synodevergadering volgen, op steun te zoeken en zich te melden. „Dan wordt misbruik zichtbaar en kunnen we leren van ervaringen. In Psalm 130, toevallig ook mijn dooptekst, staat: „Bij Hem is veel verlossing.” Laat je geloof niet afpakken.” Emotioneel: „Bij God is veel verlossing; bij Hem is geen misbruik.”

Herstelbemiddeling klinkt als mooie aanvulling, zegt ds. H. van Solkema (Liederholthuis) even later, maar is „niet altijd een veilige route. Er kan druk zijn uit de omgeving om daarvoor te kiezen, en niet voor de juridische weg. Misbruik is nooit alleen een zaak van dader en slachtoffer. De notitie zegt weinig over de kerk als instituut en de systeemverandering die nodig is.”

De Protestantse Kerk gaat verder kijken naar de invoering van herstelbemiddeling rond misbruik, waarbij een klankbordgroep –met onder anderen de synodeleden ds. Veenstra en ds. Van Solkema– meekijkt, bijvoorbeeld naar eventuele risico’s.

Dienaar des Woords

De 56 afgevaardigden spreken daarna een groot deel van de dag over de kerkordelijke uitwerking van het rapport ”Ruimte voor Woord en Geest”, dat de beroepsprofielen van de kerkelijk werker, pastor en predikant beschrijft. De synode besloot bijvoorbeeld om het begrip ”dienaar des Woords” alleen in enkele ordinanties te zetten, en verder de termen ”predikant” en ”predikant-pastor” te gebruiken als ambtsaanduiding in de kerkorde.

Een zaal vol mensen stemt door een rode of groen kaart in de lucht te steken.
Stemming op de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland, zaterdag in Lunteren. beeld RD

Spreken van de kerk

Daarmee is er nauwelijks tijd meer voor een ander belangrijk agendapunt, het publiek spreken van de kerk. Dat onderwerp kwam in april op de agenda nadat ouderling Van Steenwijk vorig jaar had gevraagd om een uitspraak te doen over rechts-extremisme in de samenleving. Het was de bedoeling dat de Protestantse Kerk deze zaterdag ook zou terugblikken op haar publiek spreken over de oorlog tussen Israël en Hamas – een onderwerp waarover de meningen sterk verdeeld zijn.

Dus probeert dr. C.M.A. van Ekris dit alles, samen met een terugblik op zijn eerste honderd dagen als scriba, binnen een toespraak van een halfuur te zeggen. „Het spreken van de kerk is articuleren van wat men aan ons moet kunnen zien”, zegt hij. „Ik denk weleens dat dit spreken in onze tijd om een andere benadering vraagt. Hoe bereiken we een jongere generatie? Die leest geen krant of kijkt niet op de website van de PKN. Het gaat niet alleen om de inhoud, maar ook om communicatie.”

De kerk heeft volgens dr. Van Ekris soms het gevoel dat ze er niet toe doet. Toch denkt hij dat haar stem nog wel degelijk invloed heeft. „Doe in ieder geval niet negatief over het instituut kerk. In tijden van dictatuur en maatschappelijke ontwrichting blijkt het instituut er wel degelijk toe te doen.”

Voorzichtig spreekt de scriba van een „kantelpunt”. Hij merkt dat de kerk weer vaker aan overlegtafels wordt gevraagd. „We zijn onderdeel van de samenleving en dragen bij vanuit ons geloof.”

Moet de synode zich uitspreken over rechts-extremisme? Liever dan het uitgaan van een „verklaring van Lunteren” ziet dr. Van Ekris dat kerken van onderop het thema bespreken, bijvoorbeeld aan „een tafel met tien of vijftien stemmen, met mij erbij en de classispredikant, om te proeven hoe het kerkelijk spreken eruit kan komen te zien. Dan krijgen we sterkere en levensechte documenten.”

Daarmee komt het spreken van de kerk op een volgende synodevergadering terug.