Synode PKN spreekt over losmaking predikanten: „Kerkenraadsleden kunnen veel schade veroorzaken”
Het tekort aan predikanten dreigt gemeenten die een voorganger zoeken minder kritisch te maken. Daardoor ontstaat het risico dat een predikant wordt beroepen die „geen goede match” blijkt te zijn met de gemeente, met soms een losmaking tot gevolg.

Dat betoogde ds. K.A. Bakker, voorzitter van het generale college voor de visitatie (GCV), vrijdagavond op de synode van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) te Lunteren. Hij zei dat met een „zorgvuldiger beroepingsprocedure” een losmaking van een predikant soms te voorkomen zou zijn geweest.
Ds. Bakker gaf een toelichting op het verslag van het GCV over de periode 2023 tot augustus 2025. Hij noemde visitatie „een kostbaar gebeuren dat gemeenten helpt om weer volop gemeente van Christus te zijn als dat even niet lukt door spanningen die zijn opgetreden”.
Het aantal losmakingen van predikanten beperkt zich tot „nul tot één per jaar per classis”. Heel wat „dreigende losmakingen” worden „met succes voorkomen”, aldus de predikant, bijvoorbeeld door het „tijdige vertrek” naar een andere gemeente.
Hierdoor krijgt de predikant de mogelijkheid geboden om elders „goed te functioneren”. De „schaduwzijde” hiervan is, aldus ds. Bakker, dat een predikant die door gebrekkige competenties niet goed functioneert op deze manier de kans wordt geboden in een andere gemeente verder te gaan „zonder aan zijn gebrekkige competenties te hebben gewerkt”.
Persoonlijkheidsproblemen
Verscheidene synodeleden vroegen aandacht voor de rol van kerkenraadsleden, al dan niet met persoonlijkheidsproblemen, bij spanningen of conflicten. Zo stelde ds. E.J. van Katwijk (Naarden) dat bij conflicten „vaak alle ballen op de predikant worden afgevuurd”. Ds. A.N. van der Wind (Kerkwijk) wees erop „hoeveel schade disfunctionerende kerkenraadsleden kunnen veroorzaken”.
In de vragenbeantwoording benadrukte ds. Bakker dat een losmaking niet betekent dat de schuld bij de predikant ligt. Hij gaf aan dat er bij een mismatch ook sprake kan zijn „van een buitengewoon lastige gemeente” en dat een losmaking soms „een redmiddel is om weg te komen uit een gemeente”.
Synodelid ds. M. van Heijningen (Alblasserdam) vroeg zich af: „Zouden we als kerk nog meer kunnen doen aan preventie?” Scriba dr. C.M.A. van Ekris wees op „een patroon van woede en agressie in onze cultuur” dat doorwerkt in de kerk. „Ik zoek naar manieren om hier in de kerk de aandacht op te vestigen.”
Meldpunt
Ds. Van der Wind diende een motie in die het moderamen verzoekt te komen met een voorstel om een meldpunt voor klachten over visitaties en losmakingen te creëren met een meer onafhankelijke positie dan de klachtencommissie die het GCV zelf tot stand heeft gebracht. Preses ds. Bouw zei dat het moderamen „met hulp van synodeleden” die motie graag wil uitvoeren. De motie werd met één stem tegen aangenomen.
Diaken W. Warrink (Hoogeveen) wilde graag een kwantitatieve onderbouwing van het GCV zien van de visitatietrajecten, met een uitsplitsing naar verschillende problemen. Hij wilde hiertoe een motie indienen, maar trok deze in na de toezegging van ds. Bakker dat het GCV dit verzoek zou oppakken.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Synode PKN
- Protestantse Kerk in Nederland







