OpinieColumn Wim van Egdom

Ik keek in de spiegel en schrok

Een materialist? Nee, ben ik echt niet. Meende ik. Tot ik letterlijk én figuurlijk in de spiegel keek.

Op de illustratie een portret van Wim van Egdom
Wim van Egdom beeld RD

Laat ik maar eerlijk zijn: ik mag er graag een beetje mee koketteren dat ik meen geen materialistisch ingesteld mens te zijn. Natuurlijk, ik kan erg genieten van mooie dingen, maar dat is toch echt wat anders dan dat je een materialistische levensinstelling hebt, maakte ik mezelf wijs. Ik woon in een bescheiden flatje, rijd een tweedehandsauto en verafschuw het om kleding te moeten kopen.

En als het om die dingen gaat waar ik wél een flinke aantrekkingskracht bij voel, maakt het natuurlijk nog wel een verschil of je een nieuwe telefoon of tablet koopt of een nieuw huis van vele, vele tonnen. Ja, ik weet het, ik ben er ook nog een expert in om mezelf ‘schoon’ praten.

Wat is er trouwens mooier dan dat je ruimte in je budget hebt voor goede doelen? Natuurlijk lees ik anderen op dat onderwerp nooit direct de les, maar indirect geef ik toch wel graag een steekje als het gesprek over het geven van giften gaat.

Maar toen zakte ik de afgelopen week flink door m’n kunstig aangelegde ijsvloer. Ik ontdekte in de spiegel in m’n onlangs gerenoveerde badkamer namelijk een paar kleine, donkere krasjes. Dat moest het weer zijn, zoals dat dan heet. En hoe kan dat nu in een splinternieuwe spiegel?

Ik was er druk mee. Eerst om te bekijken hoe groot de krasjes waren. En later betrapte ik mezelf erop dat ik steeds als ik de badkamer binnenkwam even keek of de krasjes nog niet groter waren geworden.

Een mens is een hardnekkig wezen, want het duurde dagen voor ik doorhad dat ik nu exact het gedrag vertoonde dat ik bij anderen zo verafschuw. Die kunnen bijvoorbeeld na de aanschaf van een nieuwe auto alleen maar zeuren over dat ene krasje. Vreselijk vind ik dat.

En ik durfde moraliserend te praten over goede doelen?

Toen ik overwoog om een loep aan te schaffen om de beschadigingen nog beter te kunnen inspecteren, viel eindelijk het kwartje. De badkamerspiegel hield me een niet te negeren spiegel voor. Hoezo, ik niet gebonden aan materie? En waarom zat ik dan steeds weer met m’n neus op die spiegel?

De vraag stellen, is hem beantwoorden.