Syrische christen in azc bang na bedreiging door moslims: „Hij zat bevend en trillend bij me”
Een Syrische christen in een asielzoekerscentrum (azc) in Goes zou recent zijn „geïntimideerd en bedreigd door extremistische moslims”. Het voorval staat niet op zichzelf, zegt schooldirecteur en CU-Statenlid Lizo Koppejan, die het gezin steunt.

De Syriër, Wassim, zat vorige week „bevend en trillend” bij Koppejan in zijn kantoortje op christelijke basisschool De Wingerd in Goes, waar zijn 7-jarige drieling naartoe gaat. „Ik heb nog nooit iemand zo bang gezien”, zegt de schooldirecteur.
Op zaterdag 18 oktober was de Syriër bij de koffieautomaat in het azc in een voormalig Van der Valk-hotel „aangevallen door een Marokkaanse asielzoeker uit een groepje van vier mannen die hem al lange tijd intimideren”. Daarbij zou ook een mes getrokken zijn. „Wassim had striemen in zijn gezicht, rode plekken in zijn hals en pijn aan z’n ribbenkast”, vertelt Koppejan.
Een woordvoerder van de politie bevestigt desgevraagd dat er op 18 oktober een „conflict tussen twee mensen” is geweest in het azc. Hij tekent daarbij aan dat er toen „niemand is aangehouden”. Dinsdag is er alsnog aangifte gedaan. Over de inhoud daarvan kan de zegsman geen mededelingen doen.
Nadat politie en ambulancepersoneel die zaterdagavond in het azc gearriveerd waren, zou Wassim de Marokkaanse asielzoekers in het Arabisch hebben horen praten met een medewerker van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), vertelt Koppejan. „Hij hoorde hen zeggen: „Het is nu niet gelukt om een christen te vermoorden, maar de volgende keer gaat dat wel lukken.””
De situatie is, aldus Koppejan, symptomatisch voor wat Syrische christenen in het azc in Goes meemaken. „Zo worden asielzoekers die een kruisje dragen, geïntimideerd door extremistische moslims.” Dat laatste zegt ook Sarmad Al-Anbary, pionier-voorganger van de Arabisch- en Farsitalige gemeente Huis van Vrede, die is verbonden met de hervormde gemeente De Levensbron in Goes.
Gedoopt
Wassim, die met zijn vrouw en vier kinderen in het azc woont, behoorde in Syrië tot de druzen. De asielzoekers zijn in Nederland christen geworden. Eind mei is het hele gezin –de oudste dochter zit op het voortgezet onderwijs– gedoopt, zegt Al-Anbary. Hij geeft aan dat Wassim en zijn gezin al langere tijd problemen ondervinden in het azc, „omdat ze christen zijn geworden, maar ook vanwege hun achtergrond als druzen”.
Na het recente incident is Wassim continu alert, zegt schooldirecteur Koppejan, die ook Statenlid is voor de ChristenUnie in Zeeland. „Als vader met een bakfiets zijn drieling naar school brengt, wordt hij begeleid door twee vrienden die in de gaten houden of ze niet gevolgd worden en of het veilig is.”
„Het zit mij heel erg dwars dat op mijn school en in mijn kerk christenen zijn die gevaar lopen, omdat ze christen zijn”, vervolgt Koppejan. Hij heeft zowel de burgemeester van Goes als de commissaris van de Koning in Zeeland ingelicht over de bedreigingen waarover christenasielzoekers hem vertellen.
Burgemeester Cees van den Bos laat in een reactie via zijn woordvoerster weten dat hij het belangrijk vindt dat „iedereen” in Goes zich veilig voelt. „Dat geldt dus ook voor christenen in de opvanglocatie in Goes.” Hij gaat niet rechtstreeks in op de vraag hoe hij aankijkt tegen de (on)veiligheid van christenen in het azc en of de situatie reden geeft tot zorg. „Eventuele signalen die ik binnenkrijg en die gaan over de veiligheid in de opvanglocatie, neem ik uiterst serieus en daarover ga ik in contact met COA en politie.”
Volgens Lizo Koppejan is de „aanvaller” van Wassim inmiddels overgeplaatst naar een ander azc. „De andere drie mannen zitten er nog.” Hij is van mening dat het COA de situatie „bagatelliseert”.
Het COA zegt niet te kunnen ingaan op individuele gevallen. „Wij zetten ons maximaal in voor veilige opvang voor iedereen, ongeacht religie, seksuele of genderidentiteit en idealen. Aantasting of ondermijning van die veiligheid op welk vlak dan ook, wordt van niemand getolereerd”, aldus een woordvoerster.
Ze geeft aan dat iedereen die zich bij het COA meldt met „klachten of gevoelens van onveiligheid”, serieus wordt genomen. „En tegen iedereen die aantoonbaar voor (gevoelens van) onveiligheid zorgt, worden maatregelen genomen.” Het COA herkent op zijn locatie in Goes „geen structurele, georganiseerde of gerichte spanningen of incidenten tussen bewonersgroepen over ideologie of religie. En als die er wel zouden zijn, nemen we die zeer serieus.”
Meldpunt
Stichting Gave luidde deze zomer de noodklok over de situatie van vooral Syrische christenen die te maken hebben met toenemende discriminatie in azc’s. Dat is terug te zien in de cijfers van het meldpunt bedreigingen van Gave, Stichting De Ondergrondse Kerk (SDOK) en Open Doors. „Vanaf 2023 zien we een opvallende toename: elf meldingen in 2023, zeventien in heel 2024 en zeventien alleen al in de eerste helft van 2025”, zegt dr. Marnix Visscher van Gave desgevraagd.
De oorzaak van de toename is niet duidelijk, zegt Visscher. „Zijn er meer bedreigingen? Of weten mensen ons beter te vinden?” Het aantal concrete meldingen is overigens laag „vergeleken met de meer algemene signalen die we krijgen. We kunnen dan ook aannemen dat er sprake is van het spreekwoordelijke topje van de ijsberg.”
Gave had het afgelopen jaar contact met diverse locatiemanagers van het COA over meldingen van onveiligheid. „Voor een deel waren de gesprekken constructief en merken we dat de aandacht voor de kwetsbaarheid van christenbewoners verbetert. In sommige gevallen was er weinig openheid voor gesprek en is het uitgelopen op het indienen van een formele klacht of een bezwaar, als de bewoner het aandurft.”
In „meer dan de helft van de gevallen” is dat niet het geval, stelt Visscher, omdat de bewoner „vreest dat het indienen van een klacht negatieve gevolgen heeft voor zijn veiligheid in de opvang en voor zijn asielprocedure”.
Visscher heeft de indruk dat sommige COA-medewerkers „voeding geven aan die angst en daarom afraden een formele procedure te starten. Dat is niet makkelijk hard te maken, maar de signalen zijn er wel.” Als er wel een klacht- of bezwaarprocedure gestart wordt, merkt Gave dat deze „in meer dan de helft van de gevallen niet voortvarend behandeld wordt”.
Het meldpunt bedreigingen krijgt eveneens signalen dat christenasielzoekers zich niet veilig voelen „bij sommige COA-medewerkers”, bijvoorbeeld de woonbegeleider van wie ze direct afhankelijk zijn. Ook zou er geregeld weinig rekening worden gehouden met iemands christen-zijn.
„Zo moet een bewoner accepteren dat hij als enige christen een kamer moet delen met zeven moslims, bij voorkeur uit hetzelfde land, wat vaak de kwetsbaarheid vergroot”, zegt Visscher. Hij spreekt van enkele COA-locaties die „duidelijk onderpresteren als het gaat om aandacht voor kwetsbare bewoners zoals christenen”.
Minister
Gevraagd om een reactie op de waarnemingen van Gave verwijst de woordvoerster van het COA allereerst naar de antwoorden die demissionair minister Mona Keijzer (Asiel en Migratie) deze maand gaf op schriftelijke vragen van SGP-Kamerlid Diederik van Dijk naar aanleiding van een artikel in het Reformatorisch Dagblad over discriminatie van Syrische christelijke asielzoekers.
Het COA erkent, schrijft de minister, dat bekeerlingen en religieus/etnische minderheden, zoals Syrische christenen, in de opvang te maken kunnen krijgen „met discriminatie, sociaal isolement of zelfs agressie. Uiteraard is de inzet van het COA erop gericht dit te voorkomen en, wanneer sprake is van discriminatie of agressie, hier krachtig tegen op te treden.”
Als het gaat om religieuze minderheden en bekeerlingen hanteert het COA „een beleidskader, bijbehorende werkinstructie en e-learning die medewerkers handvatten biedt voor de begeleiding van bewoners waarbij levensbeschouwing, zoals verschillende religies, een rol speelt”, laat de COA-woordvoerster aanvullend in een schriftelijke reactie weten.
Vorige week ondertekende het COA met het COC een „vernieuwd convenant” over samenwerking om „de positie en het welzijn van lhbtiq+ bewoners in de opvang te verbeteren”. Het COA noemt de samenwerking met COC Nederland op haar website „heel waardevol”.
Op de vraag of een convenant met Gave eveneens wenselijk zou zijn als het gaat om het verbeteren van het welzijn van christenen in de opvang, gaat het COA in de schriftelijke beantwoording niet rechtstreeks in. Wel geeft het aan contact te hebben met organisaties die „expertise hebben op dit thema”, waaronder Gave. „We blijven met hen in gesprek en nemen signalen serieus.”



