
Christelijk voorstel voor nieuw grondwetsartikel over onderwijs
Veel partijen willen artikel 23 van de Grondwet (over onderwijsvrijheid) herzien. En veel deskundigen komen er niet meer uit wat nu precies de verhouding is tussen artikel 1 en 23. Laten we de koe maar eens bij de horens vatten. Het moet mogelijk zijn om voor deze tijd een rechtsstatelijke, werkbare onderwijsvisie te vormen vanuit een gereformeerd-christelijk perspectief.
Wettelijk is er nú een tweedeling tussen openbare (van de overheid) en bijzondere scholen (privaat, vaak van ouders of kerken). De praktijk toont een andere tweedeling: scholen die levensbeschouwelijk heel divers zijn en uitgesproken religieuze scholen. Die laatste categorie is klein: reformatorische, enkele protestants-christelijke en een groeiend aantal islamitische scholen. Van alle scholen geldt intussen dat zij een zelfstandig bestuur hebben én dat de overheid zich er intensief mee bemoeit. Het onderwijs wordt gezien als iets van het algemeen belang, te belangrijk om alleen aan besturen over te laten. Grondwettelijk is er onderwijsvrijheid, maar de seculiere politiek ervaart die als een struikelblok. Want het politieke ideaal is vooral dat alle kinderen door het onderwijs een vrije én democratische, individuele burger worden.
Liberalen en christenen moeten meer op levensbeschouwelijk niveau met elkaar discussiëren
Verder zien we een flink beroep op de jeugdzorg, eenzaamheid, mentale klachten, zorgen over de sociale veiligheid van lhbti-leerlingen op alle scholen (ook op orthodox-religieuze), zorgen over onderwijsresultaten. Maar ook: polarisatie in de samenleving en een behoefte om elkaar op een gezamenlijk democratisch fundament te kunnen aanspreken. Onduidelijk is wat dat dan inhoudt.
Wat heeft men in ons land nodig? Allereerst het Evangelie. Dat alleen geeft antwoord op de vraag waartoe we op aarde zijn. Het Godsbesef is ook nodig om elkaar als mensen te blijven zien. Verder hebben we gemeenschappen nodig om liefde en zorg te geven en te ontvangen. Allereerst gezinnen, maar ook breder. En als burgers onderling hebben we openheid en geduld nodig.
Wellicht brengt de volgende grondwetsherziening daarin verbetering:
Instellingen op gereformeerd-christelijke of een andere levensbeschouwelijke grondslag geven het onderwijs.
Elke instelling verwerkt de basiswaarden liefde, verantwoordelijkheid en trouw. Ze geeft levensbeschouwelijke vorming en legt uit hoe die bijdraagt aan zorg voor elkaar (zonder onderscheid op welke grond dan ook) en de samenleving.
De inspectie ziet toe op de naleving van regels over onderwijskwaliteit en de kennisinhoud.
Leraren worden maximaal toegerust en door instellingen geselecteerd op basis van de grondslag.
Kinderen worden toegelaten aan de hand van de grondslag van de thuisnabije scholen (voor ondersteuning worden scholen naar behoefte gefaciliteerd). Voor kinderen die niet direct een passende plek vinden, vindt op overeenstemming gericht overleg plaats tussen ouders en instellingen.
Elke instelling wordt bekostigd.
Bij dit stelsel moet iedereen over zijn of haar eigen levensbeschouwing nadenken. In plaats van alleen maar in een ”platland” te leven en bezorgd te zijn over bedreigingen van ons bestaan. Van groot belang is het voordeel dat kinderen een éénduidige morele vorming meekrijgen, als vertrekpunt voor hun latere keuzes.
Maar ook moeten liberalen en christenen meer op levensbeschouwelijk niveau met elkaar discussiëren. Dan snap je als christen waarom een liberaal de religieuze opvoeding maar zozo vindt. Dan snap je als liberaal waarom christenen elkaar waarschuwen voor alle menselijke neigingen en vinden dat een seksuele relatie is voorbehouden aan de gehuwde man en vrouw. Namelijk: omdat ons leven niet van onszelf maar van God is en dat dit juist bevrijdend is. En omdat we onze kinderen eerst en vooral dát leven gunnen.
Als christenen moeten wij overigens erop letten dat onze gemeenschappen lucht en ruimte geven aan iedereen die een beetje anders is dan de rest. Zodat ook homoseksuele jongeren niet hoeven te zeggen dat ze hun mond moeten houden.
Zoals Bart Jan Spruyt op bijbelsberaadmv.nl (3-10) schreef, kunnen we niet meer volstaan met het verdedigen van ons stukje vrijheidsrecht in de pluriforme samenleving. Als liberalen toch hun levensbeschouwelijke agenda nationaal willen doorvoeren, moeten wij (van de weeromstuit of uit overtuiging) de christelijke boodschap op táfel leggen. Omdat die voor iederéén beter is.
Wat er ‘morgen’ ook gebeurt: laat het ons erom gaan dat Gods Woord steeds doorwerkt. Dan volgen we een onoverwinnelijke Koning.
De auteur is advocaat bij BVD advocaten.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Column Samenleving en Politiek







