BinnenlandBurgerschap

Welke ruimte biedt de wet scholen om religieuze opvattingen uit te dragen?

Wat mogen docenten volgens de Nederlandse wet onderwijzen over de Bijbelse visie op het huwelijk, de rol van vrouwen en het gehoorzamen van God? Twee uitzendingen van Nieuwsuur zetten het burgerschapsonderwijs op reformatorische en islamitische scholen in de verdachtenhoek.

Een jongetje steekt zijn vinger op. Achter hem hangt een groot hart met de tekst ”Zijn wie je bent”, en daaromheen woorden die hierbij zouden passen, zoals ”respect”.
Les in het kader van de Week van de Lentekriebels, waarin scholen extra aandacht besteden aan seksualiteit, relaties en weerbaarheid. beeld ANP, Koen van Weel

Wat vraagt de burgerschapswet precies van scholen?

Die moeten kennis en respect voor de basiswaarden van de democratische rechtsstaat bijbrengen. Het gaat dan om de waarden vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit, staat in de toelichting op de wet die in 2021 uit de koker van destijds onderwijsminister Arie Slob (ChristenUnie) kwam. Bij vrijheid draait het om aandacht voor vrijheid van meningsuiting en autonomie. Bij gelijkheid doelt de wet op het afwijzen van discriminatie en het uitgangspunt dat mensen in gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Bij solidariteit wordt van scholen verwacht dat ze verdraagzaamheid, begrip en verantwoordelijkheidsbesef bevorderen en onverdraagzaamheid afwijzen.

Hoeveel ruimte hebben scholen om zelf te bepalen hoe ze hun burgerschapsonderwijs inrichten?

Veel, volgens de onderwijsinspectie. Scholen kunnen burgerschapsonderwijs invullen op een manier die past bij de missie van de school. De lessen kunnen aansluiten bij hun levensbeschouwelijke visie en ideeën over onderwijs. Scholen kunnen ook rekening houden met wensen van ouders en met behoeftes van leerlingen.

Standpunten over bijvoorbeeld ongehuwd samenwonen of homoseksuele relaties mogen orthodoxe scholen „in alle vrijheid uitdragen”

Mogen scholen ook eigen opvattingen naar voren brengen?

Zeker. Standpunten over bijvoorbeeld ongehuwd samenwonen of homoseksuele relaties mogen orthodoxe scholen „in alle vrijheid uitdragen”, zei inspecteur-generaal Alida Oppers in 2022 in een interview met het Reformatorisch Dagblad. Mits leerlingen óók aangereikt krijgen dat er mensen zijn die daar anders over denken. Met andere opvattingen moeten kinderen leren rekening houden. Ook moeten zij weten wat de wet zegt, bijvoorbeeld dat die een huwelijk tussen mensen van gelijk geslacht toestaat.

Scholen handelen dus binnen de kaders van de wet als ze de Bijbelse visie op man en vrouw, op andere religies of het ontstaan van de wereld onderwijzen. Zolang ze dus ook maar andere ideeën hierover meegeven.

„Uitdragen van godsdienstige opvatting over man en vrouw zal niet leiden tot ingrijpen van de overheid, ondanks de politieke wens daartoe”

Ministerie van Onderwijs

Wat is dan het probleem volgens Nieuwsuur?

Deskundigen die in het programma aan het woord komen, vinden dat beide opvattingen niet naast elkaar kunnen bestaan. Zij lijken hún interpretatie van democratische waarden tot de enig juiste uitleg te verklaren en beoordelen door die bril het gedachtegoed van reformatorische en islamitische scholen. Dat is opvallend, want juist een democratie biedt ruimte voor verschillende visies, meningen en geloofsovertuigingen. Landen waarin alleen de opvatting van de staat verkondigd mag worden, zijn namelijk niet-democratisch. Het element dat de Grondwet de levensbeschouwing van minderheden beschermt, ontbreekt in de uitzending.

Het ministerie van Onderwijs wijst in een reactie tegenover Nieuwsuur op de vrijheid van godsdienst. „Met name het aanzetten tot discriminatie, in de verhouding tussen man-vrouw, ligt ingewikkeld”, stelt het ministerie. „Het is een geaccepteerde godsdienstige opvatting dat er een verschil is tussen de man en de vrouw. Het uitdragen van die godsdienstige opvatting zal beschermd zijn onder de godsdienstvrijheid en niet leiden tot een mogelijkheid van de overheid om in te grijpen, ondanks de politieke wens daartoe.”

Als lesmethoden kunnen leiden tot onverdraagzaamheid of discriminatie, moeten scholen daar volgens het ministerie „tegenwicht” aan bieden.

Hoe doen scholen het volgens de onderwijsinspectie als het gaat om burgerschap?

Meer dan de helft van de basis- en middelbare scholen heeft het burgerschapsonderwijs niet op orde, liet de inspectie in april weten. Maar dat geldt dus in de breedte van onderwijsland – niet specifiek voor reformatorische scholen. Op de vraag hoe reformatorische scholen het doen op het gebied van burgerschap zei inspecteur Oppers eerder dat ze verschillen ziet, maar dat die niet zozeer samenhangen met het type school.

In een reactie op de uitzending van Nieuwsuur zegt de onderwijsinspectie dat ze „bij enkele voorbeelden” vragen heeft en „potentiële risico’s in relatie tot de basiswaarden” ziet. De inspectie kan er echter pas over oordelen als ze de context kent.

Nieuwsuur zegt dat de aanleiding voor het „onderzoek” het wetsvoorstel is om toezicht te houden op informeel onderwijs. Wat heeft dat hiermee te maken?

Een groot aantal politieke partijen wil het toezicht van de inspectie uitbreiden naar bijvoorbeeld Koranscholen, zondagsscholen en catecheselessen. Bij vermoedens van aanzetten tot discriminatie of haat wil de overheid kunnen ingrijpen. Ook in dit debat ligt de vraag op tafel: wat als vrijheden botsen? „Dan moeten we voor kinderen opkomen”, zei VVD-partijleider Dilan Yeşilgöz daarover. Ze bedoelt dat de overheid moet ingrijpen. Nieuwsuur vroeg zich af: hoe zit dat in het regulier onderwijs, waar ingrijpen al kan? „Daar blijken botsende vrijheden onderdeel van het systeem”, stellen de makers.

In het huidige onderwijsstelsel mógen religieuze opvattingen en de seculiere waarden ook botsen, zegt het ministerie van Onderwijs. „Maar de grenzen die in het informeel onderwijs zullen gaan gelden, zijn ook grenzen die op grond van de burgerschapsopdracht gelden.”

Zouden reformatorische scholen meer vrijheid krijgen als ze niet meer door de overheid betaald worden?

Nee, want voor privéscholen gelden de wettelijke kwaliteitseisen ook. Zij moeten evengoed de burgerschapswet naleven. Alleen op thuisonderwijs houdt de inspectie geen toezicht.

Daarbij komt: informeel onderwijs betaalt de overheid ook niet. Toch wil ze daar mogelijk via de zogeheten „zondagsschoolpolitie” toezicht op gaan houden. Wel of geen subsidie maakt dus ook hier geen verschil als dit wetsvoorstel wordt aangenomen.

\