Tobias Groeneveld (43) wint 37e orgelconcours Stichting Groningen Orgelland
De 37e editie van het orgelconcours van de Stichting Groningen Orgelland vond zaterdag plaats in de Martinikerk in Groningen. Tobias Groeneveld (43) kwam als winnaar uit de bus.

In de finale streden de drie winnaars van de drie leeftijdscategorieën om de hoofdprijs. Daar ging Tobias Groeneveld uit Ureterp mee aan de haal. Hij speelde Basse et Dessus de Trompette van Clérambault en de Toccata in d-moll van Buxtehude BuxWV 155.
Eerste prijswinnaar in de categorie tot 18 jaar is Frits Okken (17) uit Hollandscheveld. De leerling van Evan Bogerd speelde Bachs Toccata in F-Dur BWV 540. Er waren zeven deelnemers in deze categorie.
Harm Jan van der Sluis (22) uit Grafhorst kroonde zich tot winnaar van de categorie 18 tot 25 jaar. Hij volgde lessen aan de muziekschool Kampen en bij Harry Hamer. Van der Sluis gooide hoge ogen met zijn vertolking van de Fantasia in g BWV 542 van Bach en van de Toccata Psalm 150 van Adriaan C. Schuurman. Er streden negen deelnemers om de eer in deze categorie.
Acht spelers deden mee in de categorie voor deelnemers van 25 jaar en ouder. Daar was Groeneveld de winnaar. Hij is autodidact en viel eerder in de prijzen tijdens een SGO-concours; in 2014 een tweede prijs en in 2022 een eerste prijs.

De jury bestond dit jaar uit Sietze de Vries en Erwin Wiersinga, docenten aan het Prins Claus Conservatorium in Groningen en Hayo Boerema, docent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.
Het Groningse concours stond open voor deelnemers die geen conservatorium opleiding hebben gevolgd of die deze voor september 2024 zijn gestart. Tijdens de eerste rondes speelde iedere deelnemer zaterdag ongeveer tien minuten orgelliteratuur. Met een maximum van twee werken, die elke deelnemer zelf kon kiezen. De beste spelers uit de afzonderlijke categorieën gingen door naar de finale, waar ze de door hen gespeelde werken herhaalden.
De organisatoren hechten aan een positieve sfeer tijdens de wedstrijd. Niemand mag met een kater naar huis gaan, zeiden ze in 2017 tijdens een gesprek met het Reformatorisch Dagblad. Volgens Hilda Rodenboog is de sfeer gemoedelijk. „Deelnemers registreren bij elkaar en gunnen elkaar de winst. Velen genieten van de onderlinge ontmoeting.”






