Werken voor orgel en piano uit de 19e en 20e eeuw
De laatste jaren wordt er weer regelmatig muziek voor orgel en piano gecomponeerd. De oorsprong van deze combinatie ligt in de negentiende-eeuwse Parijse salons.

Op deze opname worden een Bechsteinvleugel en twee negentiende-eeuwse Duitse orgels van relatief onbekende bouwers samengebracht in een programma met muziek uit de negentiende en de twintigste eeuw, uitgevoerd door organist Jan von Busch en pianist Johann Blanchard.
De keuze voor een klein pijporgel is goed te verdedigen: de werken van César Franck (Prélude, Fugue et Variation) en de zes Poesien (op. 35) van Sigfrid Karg-Elert waren immers bedoeld als salonmuziek voor harmonium en piano. Het Concerto van Flor Peeters vraagt daarentegen duidelijk om een groter instrument; daardoor komt dit werk hier niet volledig tot zijn recht.
Als orgelsolo’s klinken zes Noëls van Alexandre Guilmant: verfijnd en uitstekend passend bij dit instrument. De pianosolo is een Paraphrase van Charles Tournemire, een vroeg werk dat geheel in de traditie van Franck staat. De Bechsteinvleugel heeft een intieme klank die mooi aansluit bij het gebruikte orgel. Hoewel een orgel nooit zo genuanceerd is als een harmonium, heb je in deze stukken van Karg-Elert (wat een geweldige componist was hij toch!) geen moment het gevoel dat je iets mist. Wat mij betreft vormen deze werken het hoogtepunt van de opname.
Het spel is verzorgd, en de opname – mede dankzij de relatief kleine ruimtes – klinkt helder en direct.
Organ and Piano, Jan von Busch, organ en Johann Blanchard, piano; MDG (MDG 903 2375-6); € 21,99
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- RDMagazine
- Klassieke muziek






